De sabbat en de 10 geboden

Marva J. Dawn schreef een inspirerend boek over het vieren van de sabbat of zondag. Hier schrijft ze over de waarde van het sabbatsgebod in relatie met de andere geboden van de Tien Woorden:

“Waarom besteden wij ontzettend veel aandacht aan het gebod om niet te moorden of te stelen (en denken we dat het verschrikkelijke zonden zijn), maar beseffen we niet wat het betekent dat wij niet in staat zijn om te gehoorzamen aan het gebod om de sabbat te houden.

 De tien geboden vormen in onze cultuur steeds minder het moreel fundament van de samenleving. Eerst zijn we al het gebod kwijtgeraakt om God te aanbidden en hem alleen. Maar nu respecteert onze cultuur tragisch genoeg niet langer meer de geboden om onze ouders te eren en geen overspel te plegen. Velen vragen zich af, wat de 10 geboden voor betekenis kunnen hebben in de wereld van de 20e eeuw. Terwijl juist deze verouderde geboden een helder fundament kunnen zijn voor een moraal, die wij hard nodig hebben in onze gefragmenteerde, respectloze, gewelddadige en hebzuchtige maatschappij.

 Het lijkt mij dat wanneer we in staat zijn om het sabbatsgebod weer in ere te brengen, dit de christelijke gemeenschap ook kan helpen om de andere geboden opnieuw in gebruik terug te brengen. Wanneer wij ín staat zullen zijn één dag apart te zetten om ons te concentreren op de heiligheid van God, dan zullen wij daardoor zeker ook onze prioriteiten op orde kunnen brengen en zullen wij Gods wil zoeken met betrekking tot de relatie met onze ouders, met onze partners op sexueel gebied en met ons bezit.

 We plaatsen ons al in een aparte positie ten opzichte van de omringende cultuur wanneer wij er voor kiezen om op de sabbat op geen enkele wijze te werken. Wij onttrekken ons nog verder aan de waarden in onze maatschappij, als wij de behoefte opgeven om te presteren en af te zien van bezorgdheid over en angst voor verlies van onze (economische en sociale) positie. Wij kiezen er bewust voor om anders te zijn dan onze cultuur wanneer wij ons streven opgeven om zelf God te zijn en YHWH die plek laten innemen. Wij passen ons definitief niet aan aan onze cultuur als wij ons niet door bezit laten domineren of door ons streven om meer bezit te verwerven, maar in plaats daarvan te delen van wat wij hebben en dat wat we hebben gekregen te gebruiken als goede rentmeesters die ernaar verlangen om te genieten van de dingen van God waar God ze voor bedoeld heeft.”

Marva J. Dawn, Keeping the sabbath wholly. Ceasing, resting, embracing, feasting, William B. Eerdmans Publishing Company, Grand Rapids, Michagan, 1989, p. 43-44.  

Advertenties

Metafoor en menselijke projectie

Vreemde gewaarwording. Vanmorgen werd ik wakker en dacht na over de droom waaruit ik ontwaakte: stel eens dat de natuur niet alleen object was, maar voor ons ook een subject. De gedachte kreeg ik natuurlijk geïnspireerd door mijn Facebookbericht over de poëzie van Rutger Kopland. Citaat uit Trouw van afgelopen zaterdag:

 ‘Koplands werk is doortrokken van het besef dat natuur slechts aan de buitenkant te begrijpen is; dat bomen, de rivier en het gras geen bewustzijn of ziel hebben en dat dát hun wezen uitmaakt: de wereld is onverschillig, de mens spiegelt zijn eigen bewustzijn aan wat hem omringt, wat even ontluisterend als troostrijk kan zijn’, Trouw d.d. 06-04-2013.

Later las ik over de poëzie van M. Vasalis, waar mijn dochter een opdracht over moet maken:

‘Wat zij voelt, vreest en verlangt, projecteert zij op de bomen, en vice versa – ‘een grote twijfel hangt tussen de bomen’ … Als mensen kunnen bomen dansen en zingen – Denise Jannah heeft dat voortreffelijk tot uitdrukking gebracht in haar vertolking van het gedicht ‘Appelboompjes’ – maar bomen, hoewel gemeenschapswezens, kunnen zich ook distantiëren en in de verte uit de keel van een vogel een lied van verlangen laten klinken.’, (Leon Hanssen, Een misverstand om in te geloven. De poezie van M. Vasalis, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam 2006, p. 247).

Toch is de gedachte niet zo vreemd. ‘Mij spreekt de blomme een tale / mij is het kruid beleefd / mij groet het altemale / dat God geschapen heeft’, dichtte Guido Gezelle al. Ongetwijfeld geïnspireerd op de beelden uit de het Oude Testament, die de rivieren in de handen laten klappen en de bergen laat jubelen (Psalm 98:8) en waar bergen en heuvels juichend groeten en bomen in de handen klappen (Jesaja 55:12). Beelden die voortkomen uit het bijbelse besef, dat de natuur inderdaad kan spreken:

‘De hemel verhaalt van Gods majesteit / het uitspansel roemt het werk van zijn handen / de dag zegt het voort aan de dag die komt / de nacht vertelt het door aan de volgende nacht. / Toch wordt er niets gezegd, geen woord / gehoord, het is een spraak zonder klank. / Over heel de aarde gaat hun stem / tot aan het einde van de wereld hun taal’, (Psalm 19:2-5).

Alleen maar projectie, menselijke verbeelding en een spreken in metaforen? Ik vermoed van niet, hoewel je wel voor de taal open moet staan. Want er is een verband tussen openbaring en ontvankelijkheid. Maar je komt vaker het inzicht tegen dat er aan de dingen die wij gewoon zien en meemaken een andere dimensie is, die wij niet zo 1, 2, 3 vast kunnen pakken. Dan spreekt men over een geest die vaardig kan worden over een bepaalde cultuur, tijd of groep mensen. Dit gaat nog niet zozeer over de natuur. Maar als evolutionisten spreken over het zich aanpassen van de natuur aan zijn omstandigheden, dan is dat taal waarin het object in de natuur een subjectfunctie toebedeeld krijgt. Een besef, dat er meer is dan menselijke projectie?