Eb

In de bibliotheek stond de roman opgesteld in de kast naast de uitleenbalie. Getriggerd door de auteursnaam nam ik hem mee. Bremmer? Familie van? Inderdaad blijkt ze een kleindochter van de vrijgemaakte theoloog Rolf H. Bremmer te zijn. Vooral is ze een kleindochter van Lucie G.A. Bremmer-Lindeboom, die tijdens haar leven streed voor de rechtmatige emancipatie van de vrouw in kerk en samenleving. Zelf is Rebekka Bremmer niet meer kerkelijk. Zoals ze in een interview vertelde: ‘Misschien was dat anders geweest als er meer vrouwelijke predikanten zouden zijn. Ik ben blij dat die er steeds meer komen. Voor mij als jong meisje was het lastig om me te identificeren met de man die op de preekstoel stond, misschien ook omdat de verhalen niet vanuit vrouwelijk perspectief werden geduid.’ Deze zelfwaarneming verheldert een aantal van de boeiende aspecten van haar roman.

Rebekka Bremmer situeert de roman in een laat 19e / begin 20e eeuwse samenleving, waarin de vrouw nog een maatschappelijke rol vervult en het geloof vanzelfsprekend is. De vrouw is niet alleen echtgenote en moeder, maar ook volop betrokken in het arbeids- en productieproces. De beschrijving van de eilandgemeenschap, waar de geschiedenis zich afspeelt, is een treffende illustratie van wat Barbara Ehrenreich in haar boek For Her Own Good (vertaald als Voor haar eigen bestwil ) ‘de Oude Orde’ heeft genoemd: de gevestigde, agrarische leefwijze van voor de Industriële Revolutie. Een orde die gekenmerkt wordt door eenheid en patriarchaat, maar tegelijk ook gynocentrisch is. Dat wil zeggen: ‘de kundigheden en het werk van vrouwen zijn onontbeerlijk voor het bestaan’, zowel ter ondersteuning van het beroepsleven van haar man, als in het draaiende houden van het gezin: moestuin bijhouden, pluimvee fokken, melkvee verzorgen; room, boter en kaas bereiden; koken, wekken van groenten en fruit; spinnen van wol en in de kleren steken; zeep maken, geneesmiddelen vervaardigen, zieken verplegen en vroedvrouw zijn. Al deze facetten van het leven komen ook in deze kleine roman voorbij, waarbij een nadruk ligt op zwangerschap, geboorte en kinderloosheid; kindersterfte en sterven in het kraambed; huwelijk, het voortijdig overlijden door verdrinking op zee en weduwschap. Zijdelings komen de relatie tussen grootouders, ouders en kleinkinderen; de tegenstellingen tussen eilandbewoners en die van het vaste land, de onderlinge wrijving en verbondenheid tussen verschillende eilandbewoners en religieuze verschillen tussen roomsen en protestanten aan de orde.

Op een boeiende manier weet Rebekka Bremmer de verschillende facetten van een samenleving te verbinden met de handelingen van Geeske. Ook al speelt het verhaal zich af binnen de 24 uur van een dag, door middels van flashbacks en de reflectie van de personages weet de auteur in haar boek een hele wereld op natuurlijke wijze tot leven te brengen. Maar dan vooral vanuit het perspectief van de vrouw: haar verlangen,  verwondering, blijdschap, rouw en teleurstelling. Dit vrouwelijke perspectief strekt zich uit tot in de interpretatie en toepassing van de bijbelverhalen, die met het leven van Geeske, de hoofdpersoon van het boek, verweven zijn. Zij identificeert zich met de verhalen van Sara en Hagar en van de vrouw van Lot.

Centraal in de ontwikkeling van de geschiedenis in de roman is het wachten en hopen op de terugkeer van de echtgenoot van Geeske. Deze is drie dagen geleden niet teruggekomen van zee. De vraag is, wat er gebeurd is en of hij nog in leven is. Naast Geeske vervullen twee andere personages een belangrijke rol. Allereerst Johannes zelf, de echtgenoot. Geboren op het vaste land, zoon van een molenaar, is hij na de dood van zijn pasgeboren dochtertje en het overlijden van zijn echtgenote in dit kraambed de zee opgegaan en is visser geworden. Door zijn huwelijk met Geeske is hij op dit eiland voor de Westfriese kust terechtgekomen, maar uit de loop van het verhaal blijkt dat hij altijd een buitenstaander is gebleven. Daarnaast is een bijzondere rol weggelegd voor Gezientje, die plotseling op het eiland opduikt om Geeske een bezoek te brengen. Zij komt van de vaste wal en blijkt gekomen te zijn, omdat zij al drie week niets van Johannes vernomen heeft. Wie zij is en wat haar relatie met Johannes is, is een andere spanningsboog in deze roman. De beschrijving van de aanvankelijke afstand en de latere toenadering tussen Geeske en Gezientje is een van de dragende delen van deze roman.

Bremmer weet de verschillende lijnen in de geschiedenis op een mooie manier met elkaar te verbinden. Knap is de nauwkeurige en aandachtige wijze, waarop zij handelingen liefdevol en gedetailleerd weet te beschrijven. Daarnaast valt op dat zij ruim gebruik maakt van spiegelverhalen, zowel vanuit de bijbel als ook in de romantekst zelf. Door de tegenstellingen en overeenkomsten in deze verhalen krijgen de beschrijvingen van de gebeurtenissen een symbolische meerwaarde. Tenslotte brengt de ontknoping van de roman de geschiedenis niet tot stilstand. Na eb komt ongetwijfeld weer vloed. Op een bepaalde wijze is het een open einde, die mij noopte tot het opnieuw herlezen van eerdere gedeelten uit de roman. Mooi om te merken hoe het interpretatieproces zich vanwege de intertekstualiteit en de structurering van de roman opnieuw voltrekt.

Wat details betreft zou ik een andere keuze gemaakt hebben: de keuze voor het gebruik van de Statenvertaling 1637 werkt onnodig vervreemdend. Het gebruik van een 19e eeuwse versie zou realistischer zijn geweest. Daarnaast had de uitwerking van het pelgrimagemotief van Johannes de roman nog sterker kunnen maken.

Een kenmerk van goede literatuur is een goed geschreven en gestructureerde tekst, die meer is dan alleen de beschrijving van een geschiedenis. Doordat Eb ook uitnodigt om de eigen werkelijkheid van de lezer met nieuwe ogen te bezien, is het een zeer geslaagde roman. Wat verwacht je van het leven? Waar mag je op hopen? Op welke wijze word je gelukkig? Wat is de rol en de betekenis van het verleden voor hoe je in het leven staat?

Rebekka Bremmer heeft een fijnzinnig debuut geschreven.

N.a.v. Rebekka W.R. Bremmer, Eb, Querido Amsterdam, 2012.

Advertenties