Man Gods

Ik hoor net dat de dominee van mijn jeugd overleden is. De man van het diaconaat en van de pastorale gemeente. Hij die schreef:

“Het is duidelijk dat het geheim van en de mogelijkheid tot een pastorale gemeente zit in de overgave aan Christus en de toewijding aan de ander. Slechts daar kan in het zicht komen wat een mens ten diepste in beweging zet: het verlangen naar bevestiging en geborgenheid. Slechts daar kan in het zicht komen dat er maar Eén is die ons dat geven kan.”

Dat was zijn motivatie om in de gemeente te werken en de gemeente te leiden en te wijzen op Jezus Christus: hij bediende het evangelie van de lege handen, die Christus wil vullen.

Ik gedenk hem in dankbaarheid: hij die in mijn jongvolwassenheid opnieuw mijn pastor werd en in wiens vriendschap en in die van zijn geliefde echtgenote ik mocht delen: Ad Kooij, een man Gods.

Advertenties

Hermeneutiek, m/v en de eenheid tussen GKV en NGK

Interessante vraag: hoe verhouden de twee besluiten van de GKV synode over resp. ‘de vrouw en het ambt’ en ‘de overeenstemming in de hermeneutiek met de NGK’ zich tot elkaar? Heeft de NGK juist niet vanuit hun hermeneutiek de deur voor de vrouw in het ambt open gezet? Het antwoord hierop heb ik geprobeerd te vinden in het deputatenrapport van Deputaten Kerkelijke Eenheid (DKE).[i]

Er was in 2010/2011 al overeenstemming tussen de GKV en de NGK over het lezen van de bijbel. Die omvatte kort samengevat het volgende (9/10):

1. De Bijbel is het Woord van God: Wij belijden dat de Bijbel het Woord van God is, geïnspireerd door de Heilige Geest. Die belijdenis bepaalt onze leeshouding en onze uitleg.

2. De contextbetrokkenheid van Bijbelse voorschriften: God gaat verlossend om met concrete mensen in concrete situaties. Om Bijbelse voorschriften in hun betekenis voor ons te begrijpen, zullen we verschillen en overeenkomsten tussen de context van toen en van nu in rekening moeten brengen. Steeds leren we echter wel uit Gods omgang met onze contexten zijn bedoeling voor ons leven kennen.

3. Het beroep op de schepping: In de ethiek is van belang dat deze wereld Gods schepping is. Door de zonde en door het komende koninkrijk van God leren we Gods bedoeling met zijn schepping echter vooral kennen in wat God ons openbaart over zijn schepping in zijn Woord.

4. De verantwoordelijkheid van de mens: Mensen hebben een eigen oordeelsvermogen en een eigen verantwoordelijkheid. Omdat mensen door de zonde beschadigd zijn maar ook in Christus vernieuwd worden, is het wezenlijk deze verantwoordelijkheid steeds weer te laten vullen vanuit de verbondenheid met Christus, de leiding door de Geest, en het Woord van God.

5. Geloofwaardigheid en cultuur: Toepassing van Bijbelse voorschriften moet geloofwaardig zijn, niet zozeer tegenover het forum van wat huidige cultuur als acceptabel aanvaardt, maar wel geloofwaardig in de zin van integer, eerlijk en niet-selectief. Die toepassing kan dan zowel een kritische als een bij de cultuur aansluitende vorm krijgen.

6. Hermeneutiek en exegese: Onder hermeneutiek verstaan we niet een activiteit die volgt op de exegese, waarin de kloof tussen een oude tekst en een moderne lezer overbrugd moet worden. Hermeneutiek begrijpen wij als kritische bezinning op het hele verstaansproces, dat ook de exegese omvat. Dit verstaansproces is niet van een hermeneutiek afhankelijk, maar hermeneutiek kan wel het verstaansproces kritisch begeleiden en waar nodig verbeteren.

Op basis van deze overeenstemming hebben vertegenwoordigers van de GKV en NGK in de periode 2011-2014 gesprekken gevoerd over twee thema’s:

1. Eenheid en diversiteit in de bijbel
2. De houding tegenover en de omgang met de bijbel

Ad 1. Eenheid en diversiteit in de bijbel.

Daarover rapporteren Deputaten het volgende (10/11):

“De Heilige Schriften zijn geen massief geheel, maar een verzameling van 66 geschriften die in een periode van eeuwen ontstaan zijn. Dat maakt de Bijbel een veelkleurig geheel waarin een diversiteit aan stemmen klinkt. Wij geloven dat deze diversiteit echter geen pluraliteit vormt van een kakofonie aan stemmen. Wij geloven dat deze stemmen samen een harmonieuze samenklank laten horen, waarin de drie-enige God ons duidelijk de weg wijst naar Hemzelf, naar onze redding in Christus en door de Geest, en naar een nieuw leven tot zijn eer.

Tegelijk zien wij dat er in ons schriftverstaan verschillen zijn, ook binnen de NGK en de GKv zelf. Wij verstaan de schriften niet altijd op dezelfde manier, en ook slagen wij er niet altijd in om wat wij op verschillende plaatsen in de schrift lezen, met elkaar te combineren. Zo lopen we aan tegen spanningen in ons schriftverstaan. Deze spanningen zijn voor ons geen reden om de Bijbel dan maar naast ons neer te leggen als een innerlijk tegenstrijdig en daarom onbruikbaar boek. We erkennen onze kleinheid en ons onvermogen in ons schriftverstaan en in ons spreken met elkaar over de schrift. Maar we herkennen bij elkaar ook de intentie om de schrift steeds beter te verstaan en elkaar hierin op te scherpen. Samen willen we blijven proberen de eenheid van de canon te verstaan.”

Als het specifiek gaat om m/v concluderen Deputaten ten aanzien van de eenheid en diversiteit in de bijbel (11):

“In onze gesprekken hebben we elkaar dus gevonden in de overtuiging dat de canon een eenheid vormt die we als ons richtsnoer aanvaarden, maar ook in de erkenning dat in ons schriftverstaan het ons niet altijd duidelijk is hoe de verschillende aspecten in het Bijbelse spreken over man en vrouw zich tot elkaar verhouden en wat de doorslag moet geven in onze invulling van de rollen van man en vrouw.”

Ad 2. De houding tegenover en de omgang met de bijbel.

Daarover rapporteren Deputaten (11):

“De 66 boeken die we in de Bijbel vinden, zijn maar geen menselijke geschriften. Als leerlingen van onze Heer Jezus Christus aanvaarden we ze als canon en richtsnoer voor ons leven, als Woord van God. Samen willen we gehoorzamen aan dat woord en in trouw daaraan volgelingen van onze Heer Jezus Christus zijn. We herkennen in ons eigen hart en in onze eigen kerken, dat die gehoorzaamheid nooit vanzelf spreekt. We herkennen ook bij elkaar de zorg dat die gehoorzaamheid juist in onze tijd onder druk staat, zowel in de GKv als in de NGK. Maar we herkennen bij elkaar ook de diepe intentie om gehoorzaam te zijn aan onze God en onszelf op dit punt kritisch te (laten) bevragen.”

Hun conclusie is (12):

“We herkennen dus bij elkaar het verlangen om gehoorzaam te zijn aan Gods woord. In beide kerken staat die gehoorzaamheid onder druk, en is nooit vanzelfsprekend. Tegelijk is het vertrouwen gegroeid, dat we beiden willen buigen voor Gods woord en niet met een mooi klinkende hermeneutiek voor die gehoorzaamheid willen weglopen.”

De gesprekken die over deze 2 thema’s hebben plaatsgevonden hebben tot een wederzijdse overeenstemming tussen de vertegenwoordigers van de GKV en de NGK geleid. Ze zijn er van overtuigd geraakt, dat de GKV en NGK elkaar vertrouwen kunnen schenken als het gaat om de centrale uitgangspunten voor de omgang met de bijbel. Op basis hiervan lag er dus dat voorstel om de gesprekken nu voort te zetten met als doel om tot kerkelijke eenheid te komen. In de woorden van Deputaten zelf (13):

“Zoals uit de Tweede Overeenstemming blijkt, kunnen we als deputaatschap dankbaar constateren dat we als GKv en NGK het vertrouwen hebben dat de Heilige Schrift door beide kerken als Gods Woord wordt aanvaard en we die Schrift bij elkaar in veilige handen weten. Ook als we concreet op een bepaald punt niet tot dezelfde conclusie zouden komen (bij voorbeeld ten aanzien van de vraag of ook vrouwen ambtsdrager kunnen zijn) komt dat niet in mindering op dit vertrouwen. We leggen nu aan de synode deze uitkomst voor en stellen voor dat er een afronding komt aan de gesprekken over de confessie en de hermeneutiek en dat we een nieuw stadium in onze kerkelijke contacten betreden. In onze eigen terminologie: dat we van gesprekken overgaan tot samensprekingen met het oog op kerkelijke eenheid.”

Hoe verhouden de twee besluiten met betrekking tot ‘de vrouw en het ambt’ en ‘overeenstemming in de hermeneutiek met de NGK’ zich dus tot elkaar?

De kern is dat de besluiten verenigbaar zijn, omdat het mogelijk is om met gelijke hermeneutische intentie toch van mening te verschillen. Zoals Deputaten in hun rapport  ten aanzien van het gesprek over “de vrouw en het ambt” schrijven:

“Tegelijk erkennen DKE, dat het mogelijk is om met die intentie toch van mening te verschillen over de exegese van concrete Bijbelgedeelten en over wat God in die Bijbelgedeelten vandaag van ons vraagt. Bij de thematiek van vrouwelijke ouderlingen en predikanten zou dat ook het geval kunnen zijn, maar daarmee hebben we ons in onze gesprekken (nog) niet bezig gehouden.” (12).

Zolang er dus maar aan de randvoorwaarde voldaan is, die in het besluit over ‘de vrouw in het ambt’ opgenomen is: “de visie dat behalve mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen moet vrij bespreekbaar zijn zolang er vanuit de Schrift geargumenteerd wordt.”

Wordt ongetwijfeld nog vervolgd.


[i]
 Rapport Deputaten Kerkelijke Eenheid 2014. Cijfers tussen haakjes verwijzen naar de paginanummering van dit rapport.

 

Begging the question

De kruitdampen zijn opgetrokken, het stof neergedaald. Tijd om het slagveld te overzien. Want de GKV waren rond het thema m/v in de kerk in een behoorlijke houdgreep verwikkeld geraakt.

Een treffende samenvatting van de uitkomst gaf Gerard ter Horst in het Nederlands Dagblad van 7 juni j.l.:

“In plaats van de knoop door te hakken heeft de vrijgemaakte synode donderdag besloten het vraagstuk van ‘de vrouw in het ambt’ verder te ontrafelen. .. Langs drie lijnen wordt gewerkt aan een verdere bezinning: op de drie kerkelijke ambten, op het grondvlak, en met als expliciet uitgangspunt dat de Bijbel een verschil in verantwoordelijkheid leert tussen man en vrouw.”

Of zoals de voorzitter van de synode in het synodejournaal zegt: de synode heeft een andere richting opgezet, “die meer naar een goede bijbelse oplossing toewerkt dan we in de achterliggende negen jaar hebben geprobeerd … We hebben niet de deuren dichtgedaan. We hebben gezegd: we gaan wel doorstuderen op dit item, alleen we zoeken het in een andere richting.”

De conclusie is dus ogenschijnlijk: er is geen besluit over de m/v in de kerk genomen, maar de zaak is doorgeschoven naar over 3 jaar.

Verdrietig en teleurstellend. Maar niet, omdat – zoals de voorzitter veronderstelt – de verwachting niet uitgekomen is, dat de synode zou besluiten tot de instelling van vrouwelijke ouderlingen, diakenen en predikanten. Teleurstellend omdat de synode in de wijze van haar besluitvorming niet het beeld vertoond heeft van haar opdrachtgever, die de eenheid en de vrede van zijn volk zocht. Verdrietig omdat hierdoor veel mensen beschadigd zijn.

Bij het moderamen van de synode is dat laatste besef niet aanwezig. Op het synodejournaal spreekt de voorzitter uit, dat er een heleboel besluiten genomen zijn ‘in grote eensgezindheid en in een goede sfeer’. Het moderamen heeft zelfs een brief doen uitgaan naar de kerken om daarvoor te danken. Maar als ik de reacties op het synodebesluit lees en het verslag dat Wim van der Schee op zijn weblog heeft geplaats onder de titel ‘Wat is er gebeurd?’, dan kom ik tot een heel andere conclusie.

Het beeld dat oprijst is dat een kleine meerderheid het niet verteren kan dat er op dit moment onvoldoende duidelijkheid is om tot een eensgezinde besluitvorming te komen. Vervolgens is er een meerderheidsbesluit geforceerd, waarin een hypotheek is gelegd op het voortgaande gesprek.

Cruciaal is de grond die gelegd is onder de afwijzing van het voorstel van deputaten m/v om uit te spreken, dat het binnen de bandbreedte past ‘van wat als Schriftuurlijk en gereformeerd kan worden bestempeld wanneer naast mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen’. Volgens het besluit moet dat worden afgewezen, omdat de Schrift twee lijnen laat zien: een van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw en één van verschil in verantwoordelijkheid.

De Engelsen hebben daar een mooie uitdrukking voor: begging the question. Dat wil zeggen dat je in je argumentatie gebruik maakte van een aanname, die je juist wil bewijzen. Je krijgt dan een vorm van cirkelredenering. Dat is de valkuil waar de synode met dit besluit in is gestapt.

De synode heeft door dit besluit te nemen de traditionele visie op m/v in kerk en samenleving als norm gebruikt om de visie van deputaten af te wijzen. En dat is vreemd, omdat de reden om dit thema op de synodetafel te leggen juist geweest is dat een nadere bijbelse bezinning op deze traditionele visie noodzakelijk werd geacht. ’t Kan verkeren natuurlijk. Maar dan mag je van behoorlijk bestuur verwachten, dat je dezelfde eisen voor de traditionele visie hanteert als die je stelt aan een eventuele nieuwe visie. Het geeft geen pas om bij afwijzing van de onderbouwing van de visie van deputaten zonder enige onderbouwing de eigen visie als normatief en richtinggevend te poneren voor het verdere gesprek.

In dit licht bezien is de zaak niet alleen maar doorgeschoven naar over 3 jaar, maar is er ook zonder enige onderbouwing een besluit over m/v in de kerk genomen: zoals het geweest is, zo moet het blijven, omdat dat bijbels is.

Door dit besluit op deze wijze en met deze onderbouwing te nemen heeft de synode een kans gemist en heeft ze m.i. de verkeerde afslag genomen. Want de vraag is niet of iets bijbels is of niet. De wezenlijk vraag is, hoe je vandaag verantwoord met die bijbelse gegevens omgaat.

Dit vind ik misschien nog wel het meest teleurstellende aan het genomen besluit. Er worden weer 2 deputaatschappen aan het werk gezet, maar het onderliggende en meest bepalende element in de hele discussie wordt niet gethematiseerd: op welke wijze kunnen (mogen, moeten) wij vandaag op een verantwoorde wijze de bijbel en de bijbelse visie toepassen in ons (kerkelijk) leven? Er worden weer 2 deputaatschappen door de synode het bos ingestuurd, maar de adequate ondersteuning om hun missie tot een succes te maken wordt hen onthouden. Een vorm van falend leiderschap.

 

 

De schrijftafel van Lukas

Je ziet Lukas aan zijn schrijftafel zitten. Allerlei boekrollen bij de hand, gespreksverslagen en andere aantekeningen. Hij is begonnen met het schrijven van zijn tweede boek, nadat hij de evangeliegeschiedenis van Jezus voltooid heeft. Hij wil een vervolg schrijven, waarin hij de gang van de evangelieverkondiging wil tekenen: van Israël naar de heidenen, van Jeruzalem naar Rome.

Het is in de jaren ’70 van de 1e eeuw. Het is ruim 40 jaar na de gebeurtenissen rond het sterven en de opstanding van Jezus. Jeruzalem is na een belegering door Titus ingenomen en volledig in de as gelegd. Ook de tempel ging in vlammen op. Allerlei speculaties over het einde der tijden deden de ronde. De verhoudingen tussen de mensen van de Weg en de religieuze leiders van het joodse volk hebben nog nooit zo op scherp gestaan.

Lukas is een volgeling en metgezel van Paulus geweest, maar die leeft niet meer. Zo’n 10 jaar geleden is hij waarschijnlijk in Rome ter dood gebracht. Wat overgebleven is zijn een groot aantal brieven en de verhalen. Maar zoals Paulus tijdens zijn leven al een controversieel figuur was, na zijn dood is het niet anders. Er zijn niet veel mensen die een neutrale houding tegenover hem kunnen innemen. Je bent voor of tegen deze verkondiger en zijn vertolking van het evangelie. Zelfs onder de volgelingen van Jezus zijn er tijdens zijn leven al grote meningsverschillen over zijn boodschap uitgevochten.

Hoe zal hij zijn verhaal opzetten? Welke gegevens vermelden of weglaten als van minder belang voor zijn boodschap? Welke lijnen en accenten zal hij leggen? Lukas pakt zijn schrijfstift op en begint te schrijven: “In mijn eerste boek, Theophilus, …”

Zo zal het ongeveer gegaan zijn. Zo hebben wij het bijbelboek Handelingen gekregen. Zo hebben we een eerste kerkgeschiedenis gekregen, die leest als een roman en tegelijk een verdediging is van het levenswerk en de theologische drive van Paulus. Net als de evangeliën een bijbelboek waarin de historische, literaire en theologische presentatie nauw met elkaar verweven is.

Om zijn boodschap effectief te laten zijn zet Lukas de nodige retorische middelen in. Als je daar op let, dan is het boek Handelingen fascinerende lectuur. Want hoe zorg je ervoor, dat je lezers toch enthousiast over Paulus worden en hem als een betrouwbaar getuige van Christus aanvaarden? Je kunt hem toch niet echt een oog- en oorgetuige van het leven van Jezus noemen.

Lukas wikt en weegt hoe hij zijn verhaal onder woorden zal brengen. Al die interne conflicten waar Paulus in verwikkeld is geraakt, laat hij er zorgvuldig buiten. Ook al betekent dit dat hij niet naar de vele brieven van Paulus kan verwijzen. Dat zou maar afbreuk doen aan zijn portret van Paulus als verdediger van het apostolisch evangelie.

Want dat is toch wat hij vooral duidelijk wil maken: Paulus is geen nieuwlichter geweest. Dat het evangelie ook aan heidenen verkondigd is, is niet iets wat hij verzonnen heeft. Nee, Paulus is daarin een navolger van Petrus geworden. En dat Paulus zich van de Thora niets meer wilde aantrekken, ligt ook wel wat genuanceerder dan de karikatuur die ze van Paulus gemaakt hebben. Nee, Paulus is de verkondiger geworden van het Koninkrijk van God. Dat was de opdracht van Jezus voor zijn leerlingen. Na zijn opstanding heeft Jezus hen daar uitgebreid zijn instructies voor gegeven. Daarin heeft Paulus in zijn vertolking van het evangelie op een lijn met de apostelen gestaan.

Zo zit Lukas aan zijn schrijftafel. Hij pakt de correspondentie van Paulus er nog maar eens bij. Al lezend noteert hij een aantal aandachtspunten en thema’s die in ieder geval aan de orde moeten komen: relatie met Petrus, Apostelconvent, collecte voor Jeruzalem, de vrijheid van een christen, het beroep op de Thora en profeten, o ja, vooral het werk en de leiding van de Geest niet vergeten. Misschien goed om dat als leidraad te nemen om zijn verhaal te vertellen: het verhaal van de apostelen, van de eerste gemeente en dat van Paulus als de handelingen van de Geest.

Lukas pakt zijn schrijfstift weer op en zijn woorden wegend schrijft hij verder tot Paulus in Rome aankomt en Lukas nog éénmaal onderstreept waar het hem om te doen is geweest: ‘Van de ochtend tot de avond legde Paulus getuigenis af en sprak hij uitvoerig met hen over het koninkrijk van God, terwijl hij hen op grond van de Wet van Mozes en de Profeten voor Jezus probeerde te winnen’.

 

(Mede n.a.v. Arie W. Zwiep, Christ, the Spirit and the Community of God, Mohr Siebeck, 2010, m.n. hoofdstuk 8: ‘Putting Paul in Place with a Trojan Horse. Luke’s Rhetorical Strategy in the Acts of the Apostles in Defence of the Pauline Gospel’, p. 157-175.)

Gebed van verootmoediging en verlangen – Pinksteren 2014

Heer in de hemel, onze God.

Het is Pinksterfeest. Dat willen wij gedenken en vieren. U gaf uw Geest aan de gemeente. Heer, dank u wel voor dat geschenk.

Tegelijk beseffen wij, dat wij uw bedoeling niet realiseren. De gave van de Geest, bedoeld om de eenheid van de gemeente te bevorderen en tot stand te brengen. Wij komen hier bij elkaar na een week, waarin de verdeeldheid er boven op ligt.

Afgelopen week moest de synode besluiten over dat moeilijke onderwerp van de vrouw in het ambt. Sommigen zijn blij met de genomen besluiten over de vrouw in het ambt. Dat die afgewezen is. Anderen zijn teleurgesteld. Het is een besluitvorming geweest, die grote verlegenheid tot uitdrukking bracht. Waarin vrees overheerste en waarin de meningen tegenover elkaar stonden.

Wij belijden dat wij er samen niet uit zijn gekomen. Dat maakt ons nederig. Het spijt ons dat hierdoor mensen beschadigd zijn.

Wij bidden u om het werk en de kracht van uw Geest. Dat is ons verlangen: Geef ons uw Geest, die ons op de rechte weg kan leiden.

Wij bidden wij u voor de leden van de synode. Geef dat het besluit dat ze genomen hebben, heilzaam mag uitwerken. Geef ze wijsheid en vertrouwen. En geef ze de bereidheid om eenheid te bereiken. Geef ze moed om die besluiten te nemen die heilzaam zijn voor uw kerk in deze wereld.

Wij bidden u, nu wij hier rondom Uw woord bijeen zijn: opent u ons hart voor uw Geest.
Heer, wij bidden U: kom met uw licht in ons leven.
Heilige Geest: kom met uw kracht.
Reinig ons.
Zuiver ons.
En vernieuw ons.

Geef dat wij zo een feest van bevrijding kunnen vieren.
Het feest van vreugde, omdat U bij ons wilt zijn.
Omdat U onze God bent en wij uw volk.

Door Jezus Christus.
Amen.

 

God gaat mobiel

(Fragmenten van een preek over Hand. 2 : 17 – 21)

1. God gaat mobiel

Dit is dus Pinksteren: God gaat mobiel.
God schenkt zijn Geest aan de mensen.
Via zijn Geest brengt hij zijn boodschap de wereld in.
Zoals de mobiel voor jongeren de levenslijn met de wereld is.
Zo is voor ons mensen de Geest de levenslijn met God.

Wij ontvangen via een mobiel tekstberichten van anderen die ons een glimlach ontlokken,
zo mogen wij via de Geest tekstberichten van God ontvangen. Een boodschap, die in ons leven vreugde zal brengen.
Dat is de kracht van de Geest.

Het zijn mensen die spreken.
Mensen vervuld van de Geest.
Via hen spreekt God.
Via hen schenkt God bevrijding en redding aan mensen.

Dat is Pinksteren.
God gaat mobiel.

 

2. Dat is de vervulling van Gods verlangen onder het oude verbond

Dat hebben we eerder meegemaakt. Daarom hebben ook dat verhaal gelezen van de inwijding van de tabernakel. God komt wonen bij zijn volk. Zijn aanwezigheid wordt ervaarbaar en zichtbaar. In het teken van de wolk, die rust op de tent. In het teken van het vuur, dat ’s nachts verschijnt.

En als het volk verder trekt, trekt de HEER mee. Hij gaat voorop en het volk volgt. Op weg naar het beloofde land. En in Kanaän mag Salomo een tempel voor de HEER bouwen. Opnieuw daalt vuur uit de hemel neer en vult een wolk de tempel.

En nu is het Pinksterfeest. God verschijnt omdat Hij bij zijn volk wil wonen. Maar nu gaat hij werkelijk mobiel. Hij stort Zijn Geest uit op het volk. De gemeente wordt de tempel van God. En die is zo mobiel als het maar kan.

Dat is Gods verlangen: dat Zijn actieradius zo wijd wordt als de wereld. Heel de aarde moet vervuld worden van Gods heerlijkheid. Het volk van God zal zijn vleugels uitslaan naar de hele aarde.

 

3. Onder het nieuwe verbond mag iedereen namens God spreken.

En dat wordt zichtbaar en hoorbaar. Want heel het volk begint te profeteren. Elk lid van Gods volk mag nu optreden als vertegenwoordiger van God. Onder het nieuwe verbond mag iedereen namens Hem spreken. Zonen, dochters, jongeren, ouderen, welke sociale positie je ook hebt. Allemaal zien ze visioenen, dromen ze, profeteren ze.

Dat is het grote verschil met het oude verbond. Toen gaf God zijn Geest aan een enkeling. Aan de verantwoordelijken, die zijn volk namens Hem moesten leiden en voorgaan. De speciale ambtsdragers. Mozes was zo’n bijzondere ambtsdrager. Hij moest het volk door de woestijn naar het beloofde land leiden. Maar hij verzuchtte dat die last te zwaar was. En daarom gaf God naast hem 70 anderen. En op dat moment sprak hij die woorden van verlangen uit: “Legde de HEER zijn geest maar op heel het volk!”

En nu zien we op het Pinksterfeest, dat God deze vervulling tot stand brengt. Heel het volk profeteert. Gods volk mag de kennis en ervaring delen, die zij in het contact met God en Christus hebben opgedaan.

Uitgangspunt voor dit profeteren is de bijbel. Dat is het getuigenis van die grote daden. Maar op basis daarvan zullen mensen door de Geest geleid in staat zijn om ook vandaag nog profetisch te spreken. Mensen zullen kunnen duiden en taxeren wat er gebeurt. Ze zullen onderscheidingsvermogen krijgen om te zien, welke kant ze op moeten. En zo zullen wij als gelovigen beslissingen kunnen nemen voor ons eigen leven en voor ons samenleven in de kerk.

Wij zijn de mond van God in deze wereld. Ontvangers en doorgevers van zijn tekstberichten en sms-jes. De Geest schakelt ons in om Gods plan voor deze wereld verder te brengen. Na Pinksteren mag heel Gods volk profeteren. Heel het volk is ingeschakeld als brengers van Gods vreugdevolle boodschap.

 

4. Het geheim van dit alles is Christus

Toch spreekt het niet vanzelf dat God onder zijn volk komt wonen: het geheim van dit alles is Christus. Dat werd onder het oude verbond zichtbaar in de ark van het verbond. Daar waar éénmaal per jaar het bloed besprenkeld werd, in het heilige der heilige, waar de HEER troonde. In de tabernakel en later in de tempel van Salomo.

Zonder verzoening kan niemand in de aanwezigheid van de HEER komen. Zijn heiligheid is zo indrukwekkend, dat elke onheiligheid als het ware weggebrand wordt. Om die reden haalt Petrus ook de profetie van Joel aan. De tekenen van Gods heerlijkheid, wolken, vuur en donkerheid verwijzen ook naar het oordeel.

Er is maar één manier om voor Gods heiligheid te kunnen standhouden. En dat is het aanroepen van de naam van de HEER en een beroep te doen op Christus. Hij is de bliksemafleider voor de heilige toorn van God.

Daarom wordt de Geest van God uitgestort op de gemeente. Want de Geest zal wijsheid geven om van het komende oordeel te getuigen. Hij zal door profetie en getuigenis heen mensen oproepen om Gods bevrijding te aanvaarden. Om te delen in Gods heil voor de mensen: te mogen leven in de aanwezigheid van God. Dat is die blijde boodschap die klinkt als God mobiel gaat.

 

5. Sta daarom open voor het geschenk van de Geest

Ik denk dat het grote gevaar voor ons gereformeerden is, dat wij God in de bijbel opsluiten en Gods openbaring tot de bijbel beperken. Dat wij de inspiratie van de bijbel beperken tot wat er in de bijbel staat. En daar dan onze zekerheid aan ontlenen. En niet aan Christus zelf.

Zoals Gods volk onder het oude verbond God opsloten in de tempel. Maar God is mobiel. Hij kwam met zijn oordeel. Ezechiël zag dat God in al zijn heerlijkheid zich terugtrok uit die tempel en uit Jeruzalem. Terwijl het volk dacht dat ze veilig zaten, omdat God in hun midden was.

En nu is het Pinsterfeest. Het volk Israël denkt dat ze veilig zijn. Zij zijn toch Gods volk? Het volk waar God woont? Dat is hun zekerheid. Maar God is mobiel. Hij komt met zijn oordeel.
Omdat het volk Israël niet naar zijn Woord geluisterd heeft: Christus heeft laten praten.

En vandaag is het opnieuw Pinksterfeest. Gods Geest spreekt nog steeds! Via en met het Woord spreekt hij ons aan. Hij wil ons aan Christus verbinden.

Ben je bereid om je door de Geest te laten vormen? Om door het lezen van de bijbel richting te ontvangen voor jouw weg door het leven heen? Als je daar open voor staat, zul je verrassende en vreugdevolle ontdekkingen doen.

Wij moeten ons focussen op wat de Geest vandaag tot ons wil zeggen. Dat is de inspiratie van de bijbel: God spreekt nog steeds. Wij zullen die boodschap van de bijbel moeten vormgeven in ons leven. Daar hebben wij profeten voor nodig, daar hebben wij de wijsheid van de Geest voor nodig.

Hoe wij ons persoonlijk leven en ons kerkelijk leven vandaag moeten vormgeven, dat kunnen wij niet alleen uit de bijbel halen: dat is biblicisme. Dan is het gevaar groot, dat wij ons vertrouwen op die bijbel zetten. Op het instrument zelf en niet op Christus, met wie de Geest ons via de bijbel wil verbinden.

Wij hebben profetie nodig. Het inzicht van de Geest. En de Geest zal het ons openbaren door het lezen en het toepassen van de bijbel en de bijbelse boodschap.

Sta daarom open voor geschenk van de Geest. Zoek het niet alleen in de bijbel van toen. Zoek het ook in het spreken van Gods Geest vandaag.

Kijk om je heen: je broers en zussen in de kerkbank. Zij zijn ook geschenken van Gods Geest. Zij hebben ook Gods Geest ontvangen. Zij zijn ook profeten. Wil je ze ook zo aanvaarden? Wil je je door hen laten aanspreken? Je ook door hen op weg laten helpen en de richting laten wijzen? Sta je open voor het werk van de Geest in de gemeente in je broers en zussen? Want de Geest is aan de gehele gemeente gegeven. Dat ene vuur verspreidt zich over ieder persoonlijk.

Onze individuele verschillen en voorkeuren mogen deze gemeenschap niet in de weg staan. Wij moeten gericht zijn op wat God doet en wat Hij wil: God wil wonen bij zijn volk.

Maar laten wij Hem niet vastpinnen op meningen en visies, hoe bijbels wij die ook willen onderbouwen. Want dan is het gevaar dat Hij opnieuw vertrekt. God zal alleen bij ons wonen, als wij Christus centraal stellen. Want via Hem wil God bij zijn volk wonen.

Zoals ook de gemeente daar in Hand. 2 wordt gekarakteriseerd:

  • vasthoudend aan het getuigenis van de apostelen: dat betekent vasthouden aan de boodschap van redding in Christus, vasthouden aan de grote daden van God
  • volhardend in het gebed om Gods rijk en om de gave van de Geest
  • aan de tafel het brood delen en elkaar zo erkennen als broers en zussen
  • ja echt alles delend, een gemeenschap te vormen.

Dat is de vraag vandaag op het Pinksterfeest 2014: wil je zo het geschenk van de Geest ontvangen?

Willen jullie allerlei meningen en visie daaraan ondergeschikt maken? Alle moeite doen om de verscheidenheid die er in de gemeente is, een plek te geven in die ene gemeenschap? Niemand buiten te sluiten? Geen mannen? Geen vrouwen? De gaven die de Geest in hen aan de gemeente geeft aanvaarden? En zo gericht zijn op Christus alleen?

Het is Pinksteren.
God gaat mobiel.
Sta open voor dat geschenk van de Geest.
Want u weet het toch?
De Geest: Hij is de levenslijn met God.

 

1e Pinksterdag, 8 juni 2014.