Lessen van Justin Lee

Het was begin jaren ’80. Ik maakte voor het eerst in de vrijgemaakte kerk van nabij mee, wat het betekent als je als homo ‘uit de kast’ komt: de verwarring, worsteling en strijd die daaraan vooraf ging, het ongeloof van de omstanders en de discussie en veroordeling die daarop volgde. Maar wat mij het meest raakte was de liefdevolle barmhartigheid en strijdbaarheid van de directe familie en vrienden: ‘wat er ook gebeurt, wij houden van je en gaan voor je door het vuur, we laten je niet vallen!’

Ik was begin 20 en totaal onwetend wat homo zijn inhield. In theorie wel, maar ik kende er geen. Terwijl toch in elke klas waar ik in gezeten had er statistisch gezien op zijn minst 1 jongen of meisje homo zou moeten zijn. En in elke kerk waar ik bij hoorde, toch zeker 5 tot 10. En anders zouden er op de studentenvereniging wel zo’n 3 tot 5 leden zijn. Pas later hoorde ik dat iemand homo of lesbisch was en van velen weet ik het waarschijnlijk nog steeds niet.

Ik ben nu in de 50 en het aantal homo’s of lesbiennes dat ik ken, is nog steeds niet erg groot. Ook zie ik nog steeds zich dezelfde patronen van ongemakkelijkheid voltrekken, wanneer iemand in mijn omgeving vertelt dat hij homo of lesbisch is: hoe stel ik mij op? Hoe reageren wij als omstanders? Hoe gaan wij als kerkgemeenschap er mee om?

Afgelopen jaar verscheen ‘Verscheurd’, de Nederlandse vertaling van een boek van Justin Lee[i]. Daarin vertelt hij over zijn ervaringen om als homo binnen een christelijke gemeenschap ‘uit de kast’ te komen. Alleen al vanwege het inzicht in de worstelingen en strijd om voor jezelf te erkennen dat je homo bent, is dit boek het waard om gelezen te worden. Toch was dit niet de voornaamste reden dat ik dit boek rond de jaarwisseling in één adem uit heb gelezen. Dat was met name omdat dit persoonlijke verhaal op een innemende wijze drager is van het gesprek over homoseksualiteit en christelijk geloof. Het boek van Justin Lee gaat vooral over de worsteling hoe je tegelijk homo en christen kunt zijn.

Binnen mijn kerkgemeenschap (de GKV) is het nog steeds niet normaal dat je als christen homo of lesbisch kunt zijn. In theorie wel, maar in de praktijk weten we ons vaak geen raad. Het gesprek over homoseksualiteit is daarom blijvend noodzakelijk. Daarom vooral is het belangrijk om te weten hoe je dat gesprek kunt voeren. Het boek van Justin Lee zie ik als een voorbeeld, hoe je dat op een christelijk genadevolle wijze kunt doen. Ik hoop dat velen het om die reden zullen lezen en daar inspiratie uit zullen putten om zijn voorbeeld na te volgen.

Het thema van de homoseksualiteit zal de komende jaren in onze kerken een hot item worden. Een indicatie daarvoor zie ik in een reactie op de Synode van Ede-Zuid 2014, waarin gesteld wordt dat de wijze waarop wij met het thema homoseksualiteit om zullen gaan, bepalend zal zijn voor het behoud van het gereformeerde karakter van onze kerken. Vanuit zo’n principiële insteek zal het extra noodzakelijk zijn om dit gesprek over homoseksualiteit op zorgvuldige wijze aan te gaan. De ervaring leert dat het staan voor de waarheid zo maar het liefhebben van de ander in de weg kan staan. Wat ik van harte wil, is dat de homo’s en lesbiennes in onze kerkgemeenschap niet opnieuw slachtoffers van een (hernieuwde) discussie over homoseksualiteit zullen worden.

Daarom geef ik hier enkele lessen door die ik vooral of soms opnieuw van Justin Lee geleerd heb.

–          Allereerst dat we niet weten waarom iemand homo of lesbienne is. Maar als je het bent, is het zeer waarschijnlijk dat de biologische aanleg een belangrijke rol speelt en dat je allerlei sociologisch bepaalde theorieën, die de oorzaak in de opvoeding of in (traumatische) levensomstandigheden zien, met een gerust hart aan de kant kunt leggen.

–          De tweede is dat je homo voor het leven bent, net zoals je ook hetero voor het leven bent. Een eventueel onderscheid tussen zijn en gedrag is daarin niet helpend. De mogelijkheid dat je van seksuele oriëntatie verandert is te verwaarlozen. Daarom moet je ook homo’s niet adviseren om zo’n verandering door therapie proberen te bereiken. Integendeel, de ex -homobedieningen hebben in de VS, ondanks hun goede bedoelingen, uitzonderlijke destructieve gevolgen gehad voor zowel de kerken als voor de homo’s zelf.

–          Een derde is dat celibaat voor christenen een reële optie zal moeten zijn. Mensen die daarvoor kiezen zullen zich binnen de kerk volkomen aanvaard en gesteund moeten weten. Dit vind ik een belangrijke les, vooral omdat Lee zelf in zijn zoektocht om zijn christen zijn met het homo zijn te verbinden tot de conclusie gekomen is, dat God niet van homo’s eist dat ze celibatair leven. Wie kiest voor het celibaat heeft een lange, moeilijke weg te gaan waar eenzaamheid en ontmoediging op de loer liggen. Daarom hebben homoseksuele christenen die geloven dat God hen hiertoe roept, de steun van hun kerkelijke gemeente hard nodig.

–          Een vierde – en m.i. belangrijkste les – is, dat wil er echt een zinnig gesprek ontstaan over homoseksualiteit en bijbel er de bereidheid moet zijn om werkelijk naar de ander te luisteren. Een bereidheid die zo groot moet zijn, dat je de homo en de lesbienne als medechristen blijft aanvaarden en behandelen, zelfs al strookt zijn of haar interpretatie van de bijbel niet met die van jou.

Door het levensverhaal van Justin Lee ben ik opnieuw doordrongen van de christelijke opdracht om de ander lief te hebben en ieder in zijn gevoelens en ervaringen te respecteren, maar ook hoe christenen hier op een ongelofelijke wijze, – zelfs als zij dat niet willen -, kunnen falen.

Voor de uitkomst van het gesprek over homoseksualiteit, bijbel en kerk zal veel afhangen of we inderdaad bereid zijn de liefdevolle houding, die Jezus in zijn leven op aarde liet zien, in ons eigen kerkelijk leven na te volgen. Ik ben nog steeds dankbaar, dat ik daar in mijn eerste homocasus in de jaren ’80 al inspirerende voorbeelden van heb mogen zien.

 

[i] Justin Lee, Verscheurd, Ark Media. Amsterdam, 2014

 

Advertenties