Ida Gerhardt

‘Stralende aanhef, wat houdt ge geborgen?
(‘Aanhef’, in: Kosmos, 1940)

Ter ere van de 50e verjaardag van Koningin Beatrix maakt Cherry Duyns in 1988 een documentaire over het artistieke scheppingsproces. Een van vijf kunstenaars die daarin figureert is Ida G.M. Gerhardt, als representant van de dichtkunst. Het is een documentaire die mij vooral bij is gebleven, omdat het de eerste keer was dat ik haar zag en hoorde spreken: een gedistingeerde vrouw van bijna 83, die behoorlijk gehandicapt was door een beperkt gezichtsvermogen.

Haar poëzie ken ik vanuit de Verzamelde Gedichten die ik in 1980 op mijn verjaardag kreeg. Die uitgave verscheen ter gelegenheid van haar 75e verjaardag. Een jaar daarvoor had zij twee belangrijk prijzen toegekend gekregen: de ‘Prijs voor Meesterschap van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde’ en de ‘P.C. Hooftprijs’, beide voor haar hele oeuvre. Voor haar gevoel een zeer late erkenning van haar roeping als dichter.

Sinds de jaren ’30 van de 20e eeuw bouwt Ida gestaag aan een indrukwekkend en markant oeuvre. Haar eerste bundel ‘Kosmos’ verschijnt in mei 1940, haar 17e ‘Adelaarsvaren’ zal in november 1988 verschijnen. Een van de hoogtepunten in haar werk is de bundel ‘Het levend monogram’ (herfst 1955).

Haar optreden in de koninklijke documentaire is een van haar laatste publieke optredens geweest. In april 1988 zal ze in haar geboortestad Gorcum aan de kade van de Merwede nog een literair monument onthullen, terwijl ze in november van dat jaar haar laatste bundel ‘Adelaarsvaren’ signeert. Nadat haar levensgezellin Marie H. van der Zeyde in maart 1990 overlijdt gaat het met Ida’s gezondheid snel bergafwaarts. Ze krijgt steeds meer last van wanen, aanvallen van paranoia, ze is bijna helemaal blind en raakt uiteindelijk nog verlamd. Haar geest heeft haar lichaam al veel eerder verlaten, wanneer ze op 15 augustus 1997 zal overlijden. Tragisch om dat opgetekend te zien en tegelijk mooi om te lezen, dat er dan vrienden en betrokkenen zijn die haar in dit lijden proberen bij te staan.

Al deze details staan sober beschreven in de vorig najaar uitgekomen biografie van Marieke Koenen [1], een uitnemend overzicht en introductie tot het leven en het werk van Ida Gerhardt.

Koenen stond voorgesorteerd om deze biografie te schrijven. Zij promoveerde net als Gerhardt als classicus op Lucretius. Al vrij snel na het overlijden van Gerhardt werd zij vanwege haar expertise gevraagd mee te helpen bij de ontsluiting van de literaire nalatenschap. Dit resulteerde o.a. in 2002 in een boek over de invloed van de oudheid op het literaire werk van Gerhardt. In 2006 kreeg zij een beurs van de Stichting Fonds voor de Letteren om deze biografie te schrijven.

In de loop der jaren heeft Koenen een paar duizend brieven van Ida Gerhardt verzameld. Daarnaast heeft zij vele interviews gehouden met familie, vrienden, buren, collega’s en oud-leerlingen van Gerhardt. Ook heeft zij onderzoek gedaan op alle plaatsen waar Gerhardt gewoond en gewerkt heeft en met vakantie geweest is. Zo traceerde zij nog brieven van Ida in een Ierse bungalow, ‘goed opgeborgen in een kledingkast en een koektrommel’.

Uitgangspunt van de biografie zijn de twee boeken die Marie van der Zeyde over het leven en het werk van Ida Gerhardt heeft laten verschijnen. Door haar eigen onderzoek is Koenen in staat om regelmatig nieuw licht op het werk van Gerhardt te werpen. Ook biedt ze overtuigende herinterpretaties van de door Van der Zeyde geboden gegevens en visies. Hoewel het duidelijk is dat Koenen de poezie van Gerhardt zeer waardeert, geeft ze blijk van een terechte kritische distantie. Regelmatig geeft ze expliciet commentaar op bepaalde opvattingen van Gerhardt, terwijl ze ook de minder aangename kanten in de houding en het gedrag van Gerhardt niet verbloemt.

Gezien haar specialiteit belicht Koenen vooral de klassieke kant in het werk van Ida Gerhardt goed. De invloed van het christelijk geloof en de religieuze kant in het leven en werk van Gerhardt komt minder aan de orde. Ook situeert Koenen Gerhardt niet echt in een breder literair-historisch perspectief. Het blijft bij het aanwijzen van de invloed van de dichter Leopold op haar werk (van 1920-23 op het gymnasium haar docent klassieke talen) en het benoemen van de aversie die Gerhardt ten toon spreidt ten opzichte van de Vijftigers.

Op 11 mei 2015 mogen wij de 110e geboortedag van Ida Gerhardt gedenken, een dag eerder dat haar eerste dichtbundel 75 jaar geleden verscheen.

Het boeiende is, dat nu ik deze biografie gelezen heb en terugkijk op het leven van Gerhardt en haar eerste bundel herlees, ik zie dat ze zich daar al als persoon en dichter uitgetekend heeft met typeringen als: aandachtig luisterend, in het verborgen arbeidend, de soberheid tot bondgenoot kiezend, verlangend om als een kind deel te zijn van het bloeiend leven, haar eigen aard onvervreemdbaar herkennend, de bittere jaren, vreugde-en-leed, en het verlangen naar het opgaan van de ster als lichtend teken in de Kerstnacht.

[1] Mieke Koenen, Dwars tegen de keer. Leven en werk van Ida Gerhardt, Atheanaum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2014.

Advertenties