Framing

De wetten van de communicatie blijken zelfs voor doorgewinterde journalisten lastig te doorgronden of het kan zijn dat journalisten een blinde vlek hebben. Dat waren zo wat overwegingen die bij mij opkwamen toen ik afgelopen zaterdag 7 november in het Nederlands Dagblad (ND) een verantwoording van de hoofdredacteur Sjirk Kuijper las over de commotie, die bij de Kerkenraad Algemene Zaken van de CGK Zwolle ontstaan was na het interview met ds. Henk Mijnders in het ND die zaterdag daarvoor.

Ik kreeg in ieder geval het gevoel dat Kuijper zijn journalistieke straatje probeerde schoon te vegen door omstandig uit te leggen, dat de kerkenraad van de CGK Zwolle eigenlijk niet snapt hoe het journalistieke handwerk in elkaar zit en dat ze volledig ten onrechte en onnodig die zelfde zaterdagmiddag bij elkaar hebben gezeten om met elkaar over het interview door te spreken. Maar ja, dat komt natuurlijk omdat de CGK Zwolle gewoon een eigenwijze kerk is. Ons als ND valt niets te verwijten, maar zij doen gewoon raar! Eigenlijk kun je ook niet anders verwachten, is de suggestie die ik in de slotzin las: ‘Enfin, de CGK Zwolle gaat wel vaker haar eigen weg’. Waarmee hij de beeldvorming van een kerk die eigen kerkelijke wegen gaat nog maar weer eens aanscherpte.

Waar het over moet gaan is: heeft het ND in deze casus ethisch gezien journalistiek zorgvuldig gehandeld of niet? Dat ze volgens de geldende journalistieke protocollen gewerkt hebben, dat meet Sjirk Kuiper breed uit en dat geloof ik graag. Maar wanneer er ter verantwoording van eigen handelen een beroep op protocollen gedaan moet worden, gaan er bij mij belletjes rinkelen.

Ik snap die leden van de kerkenraad wel, dat ze schrikken van een item op p. 3 met als kop: ‘CGK Zwolle gaat eigen weg’. Een nieuwsbericht op p. 3 geeft informatie over een stand van zaken en je mag ervan uitgaan als lezer van een krant, dat de kop boven zo’n bericht een adequate weergave van het betreffende item biedt. Dat is vervolgens ook de framing, van waaruit je het bericht leest en interpreteert. Ga er maar vanuit, dat de beeldvorming geslaagd is. Dit is wat er blijft hangen van dit nieuwsitem: ‘O ja, die CGK in Zwolle, dat is die kerk die gewoon zijn eigen gang gaat. Die trekt zich niets van het kerkverband aan.’ Daarom kan ik mij voorstellen dat de kerkenraad zich zorgen maakte, dat deze beeldvorming zijn werk zal blijven doen als straks het revisieverzoek van de CGK Zwolle ter bespreking op de synodetafel zal liggen. En dat zij daarom op die bewuste zaterdagmiddag geprobeerd heeft om zich van deze beeldvorming te distantiëren.

Het weerwoord van de redactie van het ND, dat ‘niemand afstand hoeft te nemen van een suggestie die niemand gewekt heeft’, is mij te goedkoop. Want daarmee loopt ze voor de vraag weg of zij als ND misschien in hun samenvatting van het interview toch niet de suggestie gewekt hebben, dat de CGK Zwolle haar eigen gang gaat. Volgens Kuijper kan de kerkenraad het niet maken een standje uit te delen over het de maken van het nieuwsbericht op p. 3 en tegelijk een compliment maken over het interview zelf. Voor mij is het echter duidelijk, dat op p. 3 op journalistieke wijze nieuws gemaakt is, waarbij geen recht gedaan is aan interview zelf. De kerkenraad maakte zich m.i. terecht zorgen over gewekte suggesties, die door het ND aan het interview verbonden werden.

De drie opties die ds. Mijnders in het interview opsomt als mogelijke reacties op een afwijzen van een revisieverzoek staan in een context van een zoeken van een weg, waarvan ook hijzelf zegt dat hij niet weet wat het zal moeten worden. Daarbinnen staat dan zijn opmerking, ‘dat het haast niet ander kan of er moet iets van een herverkaveling komen in de kerkelijke kaart.’ Dat is in mijn ogen meer een verzuchting en hartekreet, dan een vastomlijnd plan dat die herkaveling er zal moeten komen.

Maar journalisten van het ND hebben naar hun aard in zijn opmerkingen nieuws gelezen. Zoals Sjirk Kuijper in zijn verantwoording zegt: wij lezen in het portretinterview nieuws, omdat de spanning tussen de lokale praktijk en de lijn van het kerkverband door de predikant zo helder verwoord wordt en hij zonder kerkpolitieke meel in de mond een vraag naar de toekomst beantwoordde. Ds. Mijnders schetst drie wegen en wat doen wij dan: “Wij vragen aan de kerkredactie een berichtje te maken voor pagina 3, waarin we het nieuws uit de bijlage oplichten en een andere predikant (Dingeman Quant, voorzitter van de laatste CGK-synode) kort laten reageren op de geschetste opties.”

En dat is precies wat de ingeschakelde redacteur doet. Het ‘nieuws’ dat het ND in het interview ingelezen heeft, wordt als ‘feit’ gepresenteerd. Wat ds. Mijnders als een van de opties voor een mogelijke weg ziet in een context van zoeken en overwegen, poneert de journalist als een vaststaand gegeven: ‘Als de christelijk-gereformeerde synode het besluit om homorelaties af te wijzen niet herziet, komt het lidmaatschap van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Zwolle op losse schroeven te staan. Dat maakt ds. Henk Mijnders, predikant van de Zwolse kerk, duidelijk in een portretinterview in het Nederlands Dagblad. Volgens hem gaat zijn gemeente dan of zelfstandig verder, of sluit zij zich aan bij een ander kerkverband.’ Dit is echter niet, – zoals Sjirk Kuijper stelt -, een nieuwsbericht, waarin ‘de overwegingen uit het interview prima samengevat zijn’. Want in deze samenvatting wordt aan het karakter en de status van die overwegingen binnen het interview geen recht meer gedaan. Kennelijk is er te weinig besef van genreverschil.

Voor mij is dit een typerend voorbeeld van het bekende framen en nieuwsmaken, zoals wij dat veel vaker in de journalistiek zien. Uitspraken en citaten worden uit hun verband gerukt, waardoor ze een andere betekenis en lading krijgen dan ze oorspronkelijk hadden. Het zoeken van een onbekende weg en het weergeven van mogelijke opties door ds. Mijnders krijgt de betekenis van ‘een prognose’ en van ‘feiten’. Vervolgens worden deze ‘harde’ en ‘duidelijke’ uitspraken als feiten aan anderen voor commentaar voorgelegd, dat dan weer als journalistiek nieuws gepresenteerd wordt. Zo maakt men als krant en journalist nieuws en doet men mee aan het creëren van beeldvorming.

Fijn en terecht dat het ND graag de complimenten voor het interview met ds. Mijnders in ontvangst wil nemen, toch zal ze er wat mij betreft wijs aandoen om het volgens haar ‘volstrekt misplaatst standje‘ van de kerkenraad over het nieuwsitem op p. 3 niet zomaar weg te wuiven, maar zich in alle eerlijkheid af te vragen of de kerkenraad toch geen punt heeft. Mijn inziens is het ND op een onverantwoorde wijze met het interview aan de haal gegaan. Van het tegendeel heeft deze oratio pro domo van de hoofdredacteur mij niet kunnen overtuigen.

Advertenties