Eerste indruk

Er is een mooi boek verschenen over m/v in de kerk, met een veelkleurige voorkant waarin de symbolen van man en vrouw en het Ichthus-symbool van de christelijke kerk volop met elkaar verbonden zijn. De titel is ‘Zonen & dochters profeteren’.[i]

De kern van de voorgestane visie is dat heel Gods volk geroepen is om namens God te spreken. Toegespitst op de discussie m/v en het ambt betekent dit dat de gaven van vrouwen ook in de kerk breed mogen worden ingezet. Christus heeft met Pinksteren de barrières geslecht en elke voorkeurspositie in het vertegenwoordigen van God opgeheven: sekse, etnische afkomst of sociale positie – ze mogen geen rol meer spelen in wie welke taak in de gemeente mag vervullen. Wat telt is de gave die ieder van de Geest ontvangen heeft.

Vanuit historische, exegetische, theologische en verschillende andere wetenschappelijke invalshoeken worden argumenten voor deze visie aangedragen en worden traditionele visies, – soms al eeuwenlang binnen de christelijke kerk aangehangen -, grondig besproken en gewogen.

Persoonlijk vind ik het mooi dat het collectief dat hier zijn visie presenteert kerkelijk breed samengesteld is. Veel auteurs uit de vrijgemaakte kerken, maar ook uit de CGK, de NGK, de PKN en evangelische hoek. Het is een thema dat voor heel de christelijke kerk van belang is.

Mijn eerste indruk is dat dit boek het gesprek over m/v in de kerk op een positieve manier stimuleert. Het is ook een waardevolle bijdrage als voorbereiding op de komende synode van de GKv-kerken in 2017, waar dit thema opnieuw op de agenda zal staan.

Een deel van de visie is natuurlijk niet nieuw. Belangrijk vind ik dat er een coherente visie neergezet wordt, hoewel de samenhang op punten nog wel strakker had gekund. Een explicietere verwerking van de schepping als de ‘tempel’, waarin de mens (m/v) God mag dienen, had bijvoorbeeld hoofdstuk 8 over bijbel en ambt breder kunnen onderbouwen.

Waardevol is dat het boek zich confronteert met de angst dat het openstellen van de ambten voor vrouwen het aanpassen van de bijbel aan de cultuur betekent. Dat was het verwijt dat in 2014 tegen het GKv-deputatenrapport ‘Man/vrouw in de kerk’ ingebracht werd. De auteurs thematiseren regelmatig vragen rond openbaring, bijbel en cultuur en zijn zeer beducht op het gevaar dat de tijdgeest het wint van de bijbelse boodschap. Sterk vind ik dat ze beargumenteren, dat dit gevaar niet minder aanwezig is bij hen die ervoor pleiten om op grond van de bijbel vrouwen van het vervullen van de ambten uit te sluiten.

Het springende punt in het komende gesprek over m/v in de kerk zal de visie op het ambt zijn. De auteurs zijn hierin helder: volgens hen kent of gebruikt de bijbel het woord ‘ambt’ niet. Er zijn taken en bedieningen binnen de gemeente, die vervuld mogen worden door ieder (m/v), die daarvoor van de Geest de gave heeft gekregen. Ik ben benieuwd hoe het gesprek hierover zich zal ontwikkelen.

Het hoofdstuk over de rechtspositie van vrouwen in de bijbel vond ik zeer confronterend. Natuurlijk wist ik wel dat die positie altijd zeer discriminerend was, maar als je het zo in een kort overzicht weergegeven ziet dan schrik je wel. Dochters mogen als koopwaar verkocht worden en als de koper haar niet beviel mocht ze weer doorverkocht worden. Een gehuwde man ging in principe vrijuit wanneer hij met een ‘vrij’ meisje gemeenschap had. Maar bleek een jonge vrouw na de huwelijkssluiting geen maagd meer te zijn, dan werd ze gedood door steniging. Ook in het godsdienstig leven en in de eredienst heeft ze een lage positie. Vrouwen worden op alle gebieden overheerst door de mannen. Niet omdat dat zo met de scheppingsorde gegeven is, maar als gevolg van de vloek die over de mensheid gekomen is. Het intrieste is, dat mannen zich eeuwenlang met een beroep op deze vloek hun bevoorrechte positie hebben laten welgevallen en door hun machtspositie ook sterk hebben uitgebuit. Daarom is het goed dat de auteurs de vraag onder ogen durven zien: ‘Hoe kon het dat God via wetgeving en ook door profetische uitspraken meeging met de achterstelling van vrouwen?’

Duidelijk brengen de auteurs onder woorden dat deze discriminatie ‘van den beginne’ niet zo geweest is en dat het ook nooit Gods bedoeling is geweest om die te legitimeren. Daarbij citeren ze Calvijn die er op wijst, dat we nu eenmaal in een onvolmaakte wereld leven, waarbinnen God in de concrete situatie een weg wijst, ‘waarbij Hij rekent met de ‘hardheid van het hart’ van het volk. God tolereert dus soms wat Hij niet goed vindt, en soms biedt Hij tevoren al een regeling om erger te voorkomen.’

Een belangrijke onderbouwing van deze visie op m/v in de kerk is, dat wij in de bijbel een dynamische ontwikkeling in Gods openbaring mogen ontdekken. Met de komst van Christus en met Pinksteren delen vrouwen weer voluit in de roeping van Gods volk en mogen zij ook principieel op elk terrein en voor elke taak worden ingezet, zoals wij ook uit verschillende passages in het Nieuwe Testament mogen aflezen. Want wie nauwkeurig de bijbel bestudeert, ziet dat vrouwen in de nieuwtestamentische gemeente volop mogen meedoen op terreinen, die wij vandaag als ‘ambtelijk’ kwalificeren.

Ik hoop dat de lezers van dit boek, maar vooral degenen die leiding aan het kerkelijk leven geven, zich niet van de meest indringende vraag afmaken die de auteurs ons voorleggen: of de christelijke kerk doordat zij nog altijd vrouwen voor bepaalde taken en functies uitsluit niet meewerkt aan het ongeoorloofd onderdrukken en discrimineren van vrouwen? Zet ze daarmee niet bewust de vloek van Genesis 3 voort in plaats van dat ze het herstel van de oorspronkelijke positie van de vrouw dankbaar aanvaardt in de zegen, die Christus ons in de gaven van zijn Geest in vrouwen opnieuw heeft geschonken?

 

[i] N.a.v. Zonen & dochters profeteren. Manvrouw&kerk’, onder redactie van Henk Folkers, Maaike Harmsen, Almatine Leene en Maarten Verkerk, Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer, 2016.

Advertenties