Brief

De motivering voor de besluiten om in de GKv de vrouw in het ambt toe te laten is dan nu verschenen tezamen met een begeleidende brief van het bestuur van de synode. [i] In deze brief wordt een toelichting, maar ook een opvallende interpretatie van de besluitvorming gegeven. Daarom eerst in deze blog een korte impressie van de brief, in een volgende blog hoop ik iets over de besluitvorming zelf te zeggen.

Allereerst vermeldt het bestuur dat de besluiten een voorgeschiedenis kennen, die al 12 jaar loopt. De GS Amersfoort-Centrum heeft in 2005 een deputaatschap ‘Vrouwen in de kerk’ ingesteld. Dat betekent dat men niet over één nacht ijs is gegaan om tot deze besluiten te komen. Dit is de 4e synode op een rij, die zich over de positie van de vrouw in de kerk gebogen heeft.

Ten tweede benadrukt het synodebestuur, dat er een behoorlijke urgentie was om nu ook daadwerkelijk door besluitvorming tot een afronding van de bezinning te komen. Voor de synode lag die urgentie in twee zaken:

  1. het spanningsveld tussen de ambtsleer (waarin vrouwen officieel geen gezaghebbende taken in de kerk mogen vervullen) en een toenemende praktijk waarin steeds meer vrouwen taken binnen het pastoraat, het leidinggeven en het onderwijs aan de gemeente vervulden.
  2. de verschillen die er leven ten aanzien van de argumentatielijnen en de opvattingen over het wel of niet toelaten van vrouwen in het ambt, binnen de GKv kerken, en tussen de GKv en andere kerken in binnen- en buitenland. Duidelijkheid over een koers kan dan helderheid bieden in het gesprek met alle betrokkenen.

Ten derde geeft het bestuur dan in de brief aan, dat er ook verschillende alternatieve besluiten overwogen zijn, zoals bijvoorbeeld alleen het ambt van diaken open te stellen voor vrouwen en binnen dat ambt dan vrouwen de mogelijkheid te bieden om taken en functies in de gemeente te vervullen. Toch heeft de synode uiteindelijk de vrijheid gevonden om uit te spreken dat er ‘Schriftuurlijke gronden zijn om naast mannen ook vrouwen te roepen tot het ambt van diaken, ouderling en predikant’.

Interessant en even merkwaardig is dat het synodebestuur vervolgens nadrukkelijk zegt dat ‘[d]e besluitteksten verwoorden dat náást de visie dat (bepaalde) ambten aan mannen zijn voorbehouden op grond van Schriftuurlijke argumentatie, er óók ruimte is voor de visie dat vrouwen tot deze ambten kunnen worden geroepen’. Het bestuur verwijst daarvoor naar Besluit 3, waar ik deze verwoording niet terug kan vinden.

Ik kan me voorstellen dat deze interpreterende passage in de brief zo opgenomen is om daarmee te verklaren, dat er op de synode een blijvend verschil van inzicht was over de vraag of vrouwen tot het ambt van ouderling of predikant geroepen mogen worden, (een kleine derde van de afgevaardigden stemde tegen). Mijns inziens zal deze interpretatie het gesprek over het besluit behoorlijk in de weg kunnen zitten.

Ook doet deze interpretatie denk ik geen recht aan Grond 3 en 4 onder Besluit 3, waarin in niet mis te verstane woorden uitgesproken is, dat in de voortgaande openbaring van het Oude naar het Nieuwe Testament een reden gelegen is tot voortdurende bezinning, ‘omdat het [Oude Verbond], juist ook in de inrichting van de oudtestamentische ambten, niet bleek te werken (Hebr. 8:8) en als verouderd is bestempeld (Hebr. 8:13), [en] vervangen [is] door het Nieuwe Verbond dat gekenmerkt wordt door gelijkheid’, (Grond 3, Besluit 3).

Daarom zal, – aldus de synode -, de christelijke kerk ‘in alle eeuwen tot Jezus’ komst kritisch naar zichzelf moeten blijven kijken, naar haar inrichting van het kerkelijk leven, de functies die daarin volgens de Schrift vervuld moeten worden en naar de rol die haar mannen en vrouw[en] en al haar leden, van de grootste tot de kleinste daarin vervullen. Ze wordt hierdoor blijvend aangespoord met het oog [op] de invulling van de ambten kritisch te kijken naar haar Schriftverstaan’, (Grond 4, Besluit 3).

Als vierde geeft het synodebestuur in haar begeleidende brief een toelichting op het besluit om aan de plaatselijke kerken ruimte te geven om zelf te bepalen of en zo ja op welke wijze en wanneer ze in de lijn van deze besluiten wil handelen. Dan gaat het over zaken als draagvlak voor het openstellen van de ambten en of vrouwelijke gemeenteleden zich ook geroepen voelen tot het ambt. Om het proces van bezinning, gesprek en besluitvorming in de plaatselijke kerken te faciliteren heeft de synode een deputaatschap ‘m/v in de kerk’ ingesteld om kerken en classes daarin te ondersteunen en hierover op de volgende synode te rapporteren.

Tenslotte doet het bestuur een oproep om deze besluiten bij een geopende bijbel voor Gods aangezicht zorgvuldig te overwegen. Daarbij gaat ze er vanuit dat er van gemeente tot gemeente een verschillende praktijk in de vervulling van de ambten zal ontstaan. Daarom eindigt ze met een appèl om bij een verschil van mening op dit punt elkaar te blijven aanvaarden en de door de Geest aan ons in Christus gegeven eenheid te bewaren.

 

 

 

 

 

[i] http://www.gkv.nl/moderamen-stuurt-kerken-brief-toelichting-op-besluiten-mv-en-ambt/

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s