De bijbel als sacrament

Ik lees op het moment een prekenbundel van de hand van dr. Hans Boersma, die in 2016 uitgebracht werd onder de titel Sacramental Preaching.[i] De auteur, geboren in Nederland in een GKv predikantsgezin, is J.I. Packer Professor of Theology aan het Regent College in Vancouver (Canada).

Als opschrift in het boek heeft hij een citaat opgenomen van Cassiodorus, een Romeins staatsman geboren 480 na Christus, die na zijn werkzame leven zich in 540 in een kloostergemeenschap terugtrok en daar zijn leven wijdde aan de studie van de bijbel en aan de instructie van monniken voor het lezen van de bijbel. In de inleiding op zijn commentaar op de Psalmen schrijft Cassiodorus:

‘De heilige diepgang van de goddelijke Schrift is uitgedrukt in zulke gewone taal, dat iedereen die meteen tot zich kan nemen. Toch zijn de verborgen betekenissen van waarheid daarin zo opgeslagen, dat de betekenissen voor het leven daar op zeer zorgvuldige wijze in opgespoord moeten worden’, (iv).

Het is een belangrijke regel die iedere bijbellezer ter harte zou moeten nemen. Wij moeten de bijbel niet alleen historisch lezen, maar ook op een spiritueel niveau.

Boersma zoekt in zijn preken aansluiting bij de vroeg-christelijke tradite van de kerkvaders, die de bijbel op ‘sacramentele’ wijze interpreteerden als verwijzend naar Christus die op ‘sacramentele’ wijze in de tekst en de geschiedenis aanwezig is. Vandaar ook de ondertitel van de bundel: ‘Sermons on the hidden presence of Christ’. De preken bewegen zich van het oppervlakte-niveau van de tekst naar een dieper, contemplatief niveau als een sleutel voor het verstaan van de bijbel, (xxii).

De mogelijkheid voor een dergelijke lezing is de overtuiging, dat wij als lezers delen in een werkelijkheid, die in de pre-moderne christelijke wereldbeschouwing als ‘sacramenteel’ verstaan werd. Of zoals Boersma het omschrijft: ‘By this I mean that this-worldly, created realiteis participate in the heavenly, uncreated reality of the eternal Word of God. Created being is merely derivative, and it receives its value from the divine “real presence” that gives it existence’, (xx).

Boersma onderscheidt deze vorm van ‘zwakke’ sacramentaliteit zorgvuldig van de ‘sterke’ sacramentaliteit die we in Christus en in het sacrament van de kerk, doop en avondmaal, tegenkomen. Deze sterke vorm heeft een eigen heilskarakter. Maar het gaat hem erom dat de christelijke traditie terecht met een ‘sacramentele’ metafysica gewerkt heeft, ‘waarin verondersteld is dat de verschijnselen van de fysische werkelijkheid om ons heen niet alleen verwijzen naar grotere en betekenisvollere realiteiten dan de verschijnselen zelf, maar die grotere realiteiten ook present stellen’, (xx).

Het mooie van de bundel van Boersma is, dat zijn preken niet alleen voorbeelden zijn van deze exegetische praktijk van het sacramenteel lezen van de bijbel, maar dat hij in de preken zelf ook op de praktijk van de spirituele interpretatie reflecteert. Ook in de aantekeningen bij zijn preken geeft hij regelmatig hermeneutische aanwijzingen op welke wijze hij tot zijn exegese gekomen is. Een belangrijk onderscheid dat hij daarbij maakt is dat tussen de historische betekenis van de tekst en wat de tekst betekent. Zo schrijft hij dat onderzoek naar de historische realiteit achter de tekst ‘help us what the text meant, but they don’t tell us what the text means’, (91).

Dit onderscheid wordt met name duidelijk, wanneer Boersma preekt over teksten uit het Oude Testament. Dan laat hij zien, ‘dat het Oude en het Nieuwe Testament zich tot elkaar verhouden als sacrament (sacramentum) en werkelijkheid (res)’, (25). Het historisch verhaal van het Oude Testament moet gelezen worden als het uitwendige teken van de inwendige genade die er voor ons in Christus is. Daarmee verwerkt Boersma het andere opschrift in het boek, de bekende uitspraak van Augustinus: ‘Novum in vetere latet et in novo vetus patet’ – Het nieuwe is in het oude verhuld en het oude in het nieuwe onthuld.

In de interpretatie van het Oude Testament gaat het niet om het reconstrueren van de gebeurtenissen, waar deze teksten naar verwijzen. Ook is het niet primair een zaak van het achterhalen van wat de auteur of auteurs bedoelen. Exegese is eerst en vooral het zoeken van de werkelijkheid van Christus: ‘When we find the mystery of his presence in the pages of the Old Testament, we have begun to move from reading to understanding’, (25). Op de manier zoals de Ethiopische euneuch door het onderwijs van Filippus kwam van het lezen van de tekst uit Jesaja 53 tot het begrijpen van de werkelijkheid waar deze tekst over gaat, zoals Boersma in een preek over Handelingen 8 : 26-35 duidelijk maakt.

Zo kunnen wij de bijbel zien als een sacrament, dat verwijst naar de werkelijkheid van God in deze wereld, zoals wij die in Christus hebben ontmoet en ervaren. Bijbel lezen heeft als doel om via de tekst God te zien en in zijn liefde te worden opgenomen.

Boersma geeft in de epiloog een samenvatting van de drie thema’s, die hij in de 14 preken heeft willen belichten, (199-200):

1e.  de verborgen, sacramentele aanwezigheid van de werkelijkheden van het nieuwe verbond: Christus zelf, de kerk, en onze eschatologische toekomst – zoals die in de gebeurtenissen in het Oude Testament uitgebeeld worden.

2e.  het nu al opgenomen zijn van de gelovige in de hemel, gebaseerd op Gods genadig neerdalen in Christus, o.a. in een preek over Psalm 24 waarin hij laat zien, dat wij door onze verbondenheid in geloof met Christus Gods tempel in de hemel binnen mogen gaan.

3e. het gelukzalig zien (beatic vision) van God als ons ultieme doel: onthuld geluk (unveiled happiness), o.a. in een preek over 2 Kor. 3, waarin hij duidelijk maakt dat wij in Christus de glorie van God mogen aanschouwen.

De grote waarde van deze sacramentele visie voor het lezen van de bijbel is, dat wij uitgenodigd worden om ons verbonden te zien met de werkelijkheid waar de bijbel van getuigt. In het geloof maken wij deel uit van Gods wereld, waar de bijbel naar verwijst. Wij hoeven niet een historische kloof te overbruggen, omdat wij ons door Christus al met Gods werkelijkheid verbonden en daarin opgenomen mogen weten.

Eugene Peterson schrijft in het voorwoord bij deze bundel terecht: ‘the story that is the Holy Scripture invites us into a world of God’s creation and salvation and blessing, God in human form in action on the very ground on which we also live, an incarnational story, .. , a Jesus storyu in which we recognize the action of God in the everydayness of a local history in our stories, a sacramental story’, (viii).

Door de bijbel te lezen niet als louter een historische tekst, maar vooral als een spirituele tekst, ontvangen wij de bijbel als middel waardoor de Geest van Christus ons – in de woorden van Peterson – wil ‘vormen tot christelijke vrouwen en mannen, geschapen, gered en gezegend door God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest’, (xii).

 

[i] Hans Boersma, Sacramental Preaching. Sermons on the hidden presence of Christ, Baker Academic, Grand Rapids, 2016.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s