Zondeval en scheppingsorde

     –  Belang

Telkens als ik de brieven van Rufus Pos[i] lees, moet ik onwillekeurig denken aan een passage uit de Johannespassion van Johann Sebastiaan Bach: https://www.youtube.com/watch?v=LOftb8jYCec. Diezelfde indringendheid, waarmee door de Joodse leiders tegenover Pilatus er op gehamerd wordt: ‘Wir haben ein Gesetz, und nach dem Gesetz soll er sterben; denn er hat sich selbst zu Gottes Sohn gemacht‘, voel ik als Pos er iedere keer weer op terugkomt: ‘Wij hebben een scheppingsorde, en volgens die scheppingsorde moet de vrouw aan de man onderdanig zijn.’ Als je die orde aan de kant schuift, dan schuif je Gods eigen woord aan de kant. Of zoals Pos het eufemistisch formuleert: ‘Dit komt op mij echt over dat wij dan wijzer willen zijn dan God.

Je kunt toch niet tegen Gods orde ingaan! Dat is het belang dat ik bij hem proef. Als God over de schepping zegt, dat het goed was, dan mogen wij niet zoals de vrouw aan de satan gehoor geven, die zei dat het niet goed was. God houdt ook na de zondeval vast aan zijn concept. Ook al krijgen Adam en Eva de opdracht om de schepping te ontwikkelen, zij moeten dat doen binnen de kaders die God daarvoor gegeven heeft. Wij dus ook.

Nu geloof ik niet dat voorstanders van de vrouw in het ambt binnen de GKV zich niet willen voegen in Gods plan voor zijn wereld. Zoals ik in een eerdere blog heb laten zien, ziet ook b.v. Ad de Bruijne de schepping niet als een verouderd concept of als een gepasseerd station, wanneer hij nadenkt over hoe wij vandaag het christelijke leven in Gods koninkrijk vorm dienen te geven. Het verschil van inzicht betreft vooral (a) de vraag hoe die orde in de schepping er uitziet en gekend kan worden[ii], en (b) hoe wij vervolgens die orde binnen onze context bijbels verantwoord vorm kunnen geven.[iii]

Ik deel het belang. Tegelijk is dat een extra reden om de bijbel zorgvuldig te lezen en te interpreteren. Je moet zeker weten, dat wat jij als waarheid naar voren schuift ook echt Gods woord is. We zouden niet de eersten zijn, die onze eigen ideeën en interpretaties met goddelijk gezag proberen te bekleden.[iv] Daarbij komt dat als je normatieve uitspraken doet over de positie van de vrouw in de man/vrouw-relatie het effect en de reikwijdte zeer groot is: het gaat over de helft van de mensheid.[v] Voor mij is dat alles een belangrijk motief om de argumentatie, op grond waarvan men over het onderwerp m/v en het ambt positie inneemt, op hun draagkracht en waarde te toetsen.

 

     –  Onderscheiden interpreteren

Voor het uitleggen van de bijbel kent de gereformeerde theologie een aantal basisregels, die in verscheidene handboeken vastgelegd zijn. Bekend is bijvoorbeeld de hermeneutiek van S. Greijdanus in zijn ‘Schriftbeginselen ter Schriftverklaring’.[vi] Ik wil daaruit twee regels naar voren halen. Bij de uitleg van een bepaald tekstgedeelte moet rekening gehouden worden met:

  • de onderscheiden tijden en bedelingen, waartoe de te exegetiseren delen van de openbaring behoren, (p. 127 e.v.);
  • het bijzondere en het algemene, d.w.z. of wat God zegt of doet, tijdelijk, voorbijgaand, individueel en ogenblikkelijk is, dan wel of het blijvend, duurzaam, en algemeen bedoeld is, (p. 132 e.v.).

Dit zijn belangrijke regels om biblicistisch bijbelgebruik te voorkomen. Je kunt niet zomaar willekeurig teksten uit de bijbel met elkaar verbinden en daar een theorie op bouwen, maar je moet rekening houden met de context en de reikwijdte van teksten. Dat betekent dat je de heilsgeschiedenis in rekening moet brengen in zijn onderscheiden fasen van schepping, zondeval, verlossing en voltooiing van de wereld. Ook zul je moeten onderscheiden tussen de situatie voor en na Christus’ komst in de wereld en tussen het leven onder het oude en onder het nieuwe verbond.

Dit is met name van belang als je over ‘de’ scheppingsorde en de betekenis daarvan voor vandaag wilt spreken. In zijn interpretatie van en het samenlezen van de verschillende teksten in de bijbel houdt Pos hier te weinig rekening mee.

 

     –  Herschepping en/of transformatie?

Een van de veronderstellingen van Pos is, dat Genesis 1-3 buitenspel wordt gezet in de discussie over m/v en het ambt: ‘je vraagt je wel af of Genesis 1-3 misschien ook van de agenda verdwenen is omdat Paulus juist in deze aan de kant gelegde zwijgteksten naar schepping en zondeval teruggrijpt.

Zoals ik in een eerdere blog schreef zet Pos zich af tegen het begrip ‘transformatie’ dat Ad de Bruijne gebruikt in zijn nadenken over ethiek: ‘God leidt zijn gevallen schepping in Christus naar de transformatie in zijn Koninkrijk.’ Daartegenover plaatst Pos het begrip ‘herschepping’: ‘want in de ‘nieuwe’ schepping zit niet een verborgen correctie van de ‘oude’ schepping.[vii]

Als hij pleit voor de term ‘herschepping’ erkent Pos wel, dat de herschepping, net als de ‘transformatie’, alles te maken heeft met de gevolgen van de zondeval. Toch is er wat hem betreft een belangrijk onderscheid, omdat De Bruijne in het kader van de ‘transformatie van de gevallen schepping’ ook positief spreekt over een ontwikkeling in de tijd wat betreft de relatie tussen man en vrouw. Een ontwikkeling die ik maar kort aanduid als van ‘onderschikking’ in de tijd van het Oude Testament, Paulus en Augustinus naar ‘gelijkheid’ in de moderne westerse samenleving, waarin vrouwen dezelfde posities innemen als mannen.

De Bruijne ziet die ontwikkeling naar gelijkheid als maatschappelijke vrucht van de christelijke traditie, hoewel hij ook wel beseft dat er in onze cultuur een drang is om het natuurlijk onderscheid tussen man en vrouw te willen doorbreken en los van Christus eigenmachtig een nieuwe orde te creëren. Toch past volgens hem die gelijkheid als het om publiek leiding geven op de weg naar het koninkrijk, waar we allemaal met Christus zullen regeren.[viii]

Hier kan Pos niet mee uit de voeten, omdat De Bruijne daarmee zou beweren, dat ‘het in zaken als ‘autoriteit en gezag’ slechts om een soort noodmaatregel gaat die God tijdelijk heeft ingesteld vanwege de zonde.’ En daar gelooft hij ‘helemaal niets van’.

Afgezien dat Pos hier een flagrante karikatuur maakt van De Bruijne’s visie, dat ‘wij allemaal met Christus zullen regeren’, lijkt het mij dat die gedachte van De Bruijne helemaal niet zo vreemd is. Sterker nog, dat ‘samen regeren als man en vrouw’ hoort volgens Jochem Douma, de voorganger van De Bruijne als hoogleraar ethiek aan de TU Kampen, juist bij de ‘goede’ scheppingsorde waar Pos zo graag weer naar terug wil.

In zijn ethische bezinning op de relatie tussen man en vrouw schrijft Douma, dat we eerlijk moeten omgaan met bijbelteksten en ze niet moet laten buikspreken, zodat wij het apostolische woord over de verschillende taken van man en vrouw binnen de gemeente van Christus krachteloos maken. Zijn samenvattende conclusie is dan:

‘Het voorgaande brengt ons niet tot de conclusie dat mannen regeren en vrouwen volgen. Reeds binnen het huwelijk is er een taakverdeling die man en vrouw beiden doet regeren. Het Vijfde Gebod luidt niet dat de vader geëerd moet worden, maar: “Eer uw vader en uw moeder.” Ik heb eerder al duidelijk willen maken met een verwijzing naar de scheppingsorde, dat mannen en vrouwen samen de wereld moeten regeren. In allerlei taken zullen ook vrouwen over mannen regeren, en dan niet bij gebrek aan beter.”[ix]

 

     –  Scheppingsorde

Pos ziet geen strikt onderscheid tussen de schepping en de tijd na de zondeval. Daarom stelt hij ook tegenover De Bruijne dat Genesis 1 en 2 veel meer de grondtoon vormt van alles wat volgt tot en met de voltooiing van het Koninkrijk. God gaat niet ongemerkt wijzigingen aanbrengen in zijn oorspronkelijk concept:

‘Ondanks de zondeval, maar ook door de zondeval heen gaat God zijn schepping zich laten ontwikkelen. De opdracht aan Adam en Eva om de aarde te bouwen en te bewaren veranderde niet door de zondeval. Mijns inziens is er dus veel meer continuïteit vanuit het paradijs dan ik meen waar te nemen bij bijvoorbeeld de Bruijne.’

 ‘Heel concreet: de lijnen die je in het scheppingsverhaal ziet mag je wel degelijk serieus nemen als je nadenkt over intermenselijke verhoudingen. Je kunt het letterlijke verhaal van de schepping niet negeren als een soort verouderd concept wat intussen door de zondeval voor ons niet helder meer is en wat door het werken van de Heilige Geest richting het Koninkrijk ook allang als verouderd en dus als een gepasseerd station beschouwd kan worden.’

Hij vindt daarom het spreken over een scheppingsorde legitiem, omdat de Bijbel niet begint met het evangelie van Matteüs, maar met het boek Genesis:

Het kruis (Matteüs) heeft niet met Genesis 1 en 2 te maken (schepping), maar met Genesis 3 (zondeval). Als je die lijn volgt, kun je de onbekommerde manier begrijpen waarop de Here Jezus, Paulus en Petrus teruggrijpen op instellingen van vóór de zondeval.

In een vorige blog heb ik al aangegeven, dat het dan wel zaak is om goed na te gaan naar welke elementen uit het verhaal van de schepping zij verwijzen en hoe Paulus, Jezus en Petrus die elementen in hun eigen betoog toepassen. Zoals ik heb laten zien, heeft Pos niet kunnen aantonen dat Paulus de onderschikking van de vrouw op de scheppingsorde fundeert.[x]

 

     –  Beroep op Genesis 1-2 of op Genesis 1-3?

Maar kun je dan op basis van het scheppingsverhaal zelf aantonen, dat de onderschikking van de vrouw onderdeel van de scheppingsorde is? Dat is wat Pos immers uiteindelijk met zijn brieven beoogt.

Gezien de geschiedenis van de exegese van m/v-teksten is het belangrijk om expliciet stil te staan bij de status van het verhaal van de zondeval in Gen. 3. Kun je je daarop ook beroepen als je uitspraken over ‘de’ scheppingsorde wilt doen en zo ja, hoe doe je dat dan?

Over die vraag heeft een groot aantal GKV synodes vanaf 1975 tot 2002 zich in het kader van de herziening van het huwelijksformulier gebogen. Uiteindelijk is in 1999 geconcludeerd en in 2002 naar aanleiding van diverse revisieverzoeken nog eens bevestigd, dat dat maar zeer beperkt mogelijk is.

Ik vat de resultaten daarvan met betrekking tot de onderlinge verhouding van man en vrouw kort samen:[xi]

(a)  Het ‘hoofd-zijn’ van de man ten opzichte van de vrouw heeft men bewust niet willen omschrijven als ‘gezag’ en ‘leiding’, maar met als ‘eerstverantwoordelijke’, omdat er in bijbels licht ‘in een overigens gelijkwaardige relatie, ook sprake is van een onderscheiden verantwoordelijkheid, waarbij de eerste verantwoordelijkheid ligt bij de man.’ Als ondersteuning daarvoor verwijst men naar Gen. 3:9v waar God Adam als eerste ter verantwoording roept.

(b) Een beroep op Gen. 3:16 als ondersteuning dat de vrouw aan de man ondergeschikt moet zijn, is niet gerechtvaardigd. Een amendement van die strekking werd met 3 stemmen voor en 32 stemmen tegen verworpen.

Daarmee werd in 1999 definitief van de visie uit het oude huwelijksformulier afscheid genomen dat het ‘de ordinantie van God’ is, dat de man heerschappij over de vrouw moet voeren. Een beroep op de straf van de vrouw na de zondeval om daarmee de ondergeschiktheid van de vrouw aan de man als scheppingsorde te funderen is daarmee afgewezen.

Het inconsequente in de argumentatie van Pos vind ik, dat hij over Gen. 3:16 met twee woorden spreekt.

Aan de ene kant erkent hij: ‘Degenen die zeggen dat het hier zeker niet om een bevel gaat, waar mannen zich op kunnen beroepen om hun vrouw onder de duim te houden, hebben natuurlijk helemaal gelijk.’ Tegelijk gebruikt hij deze tekst wel om te beargumenteren, dat ‘de gevolgen die God verbindt aan de zonde van Adam en van Eva duidelijk spreken over een verschil in positie tussen onze eerste vader en moeder.

Als dragende grond voor de conclusie die Pos aan de gevolgen van de zonde van Eva verbindt is de veronderstelling dat God in Gen. 3:16 de vrouw in haar misbruik van de scheppingsorde treft. Zoals hij zegt:’ Ik neem aan dat de Here niet een willekeurige straf verzonnen heeft, maar dat de opgelegde straf te maken heeft met de overtreding die begaan is.’ De vrouw heeft zich niet geschikt onder haar man, dus zal zij juist in die normatieve relatie van onderschikking ervaren wat de gevolgen van de zonde is: ‘Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.

Vanuit zijn interpretatie van de straf voor de vrouw extrapoleert Pos hier naar een scheppingsorde, waarin de vrouw aan de man onderdanig hoort te zijn. Tegelijk is deze interpretatie van Gen. 3:16 voor hem een argument om die door hem veronderstelde scheppingsorde in het scheppingsverhaal van Gen. 2 in te lezen.

 

–  Conclusie

Vanouds werd als effect van de zondeval op de relatie tussen man en vrouw gezien, dat daardoor de gelijkwaardige relatie geperverteerd werd in een ongelijkwaardige relatie van overheersing en onderdanigheid. Gen. 3:16 werd niet zozeer gelezen als een ‘straf’, zoals Pos nu doet, maar als een beschrijving van het effect van de zonde voor de vrouw.

Mijn conclusie is dan ook, dat een oordeel over de houdbaarheid van Pos’ visie, dat de onderdanigheid van de vrouw in de scheppingsorde begrepen is, ligt in de geldigheid van zijn exegese van Gen. 1-2.

 

 

[i] Zie de website https://www.bezinningmvea.nl/entry/brieven-aan-mijn-kinderen-inleiding

[ii] Voor een goed overzicht van de vragen die hierbij een rol spelen verwijs ik naar hoofdstuk 4 van Oliver O’Donavan, Resurrection and Moral Order. An Outline for Evangelical Ethics, Apollos Leicester, England, 1996, 2e druk, (p. 76-99). In dit hoofdstuk staat centraal: ‘How is the order of the created universe available to our knowledge, seeing that we belong to it, and cannot rise above it like God? What kind of knowledge can this be that has the order of creation as its object?, (76). Onder verwijzing naar de beroemde discussie tussen Karl Barth en Emil Brunner pleit hij er voor de ontologische en epistemologische aspecten zorgvuldig te onderscheiden.

[iii] Zie: https://fpathuis.wordpress.com/2018/04/19/scheppingsorde-of-niet/.

[iv] Dr. J. Douma schrijft b.v. hierover: ‘Wie de geschiedenis overziet, moet toegeven dat de ‘christelijke moraal’ vaak bedenkelijke praktijken in stand heeft gehouden. Denk o.a. aan de slavenhandel, de uitroeiing van anderen in godsdienstoorlogen en het verdedigen van de apartheid in Zuid-Afrika’, (Dr. J. Douma, Grondslagen. Christelijke ethiek, Uitgeverij Kok, Kampen, 1999, p. 46). Oliver O’Donavan noemt dit ook: ‘Only the creature whose task it is to live by the truth of the whole can suffer the fate of living in an illusory universe constructed by his own mind. How, then, we must ask, if true knowledge of the whole is co-ordinated with obedience, can there be such a knowledge available to disobedient man?’, (a.w., p. 82).

[v] Dat besef proef ik totaal niet bij Pos. Vanuit zijn (mannelijk) perspectief zijn de vrouwen alleen maar goed af, wanneer zij zich naar zijn normatieve omschrijving van de scheppingsorde zouden gedragen: ‘de vrouw moet bereid zijn vrijwillig het hoofd-zijn (gezag) van haar man te erkennen. Dat zegt dus helemaal niets van haar gaven en kwaliteiten, maar uitsluitend zegt het iets over haar bereidheid ten opzichte van haar man de tweede plaats in te nemen. En die plaats geeft haar het “recht” om door haar man gevoed en verzorgd te worden.’ Eerder al schrijft hij daarover met een aantal retorische vragen: ‘Wat is er nu moeilijk aan om iemand die van de Here leiding ontvangt en die deze volgens de goddelijke norm van de liefde uitvoert, om zo iemand te volgen? Welke vrouw zou zich niet op handen gedragen voelen als haar man niets anders dan haar geluk en welzijn op het oog heeft?’

[vi] S. Greijdanus, Schriftbeginselen ter Schriftverklaring, Uitgeverij Kok, Kampen, 1946.

[vii] Zie: https://fpathuis.wordpress.com/2018/04/19/scheppingsorde-of-niet/

[viii] Zie: https://www.pepredikanten.nl/2017/10/10/mv-ambt-en-homoseksualiteit-worstelen-gereformeerde-hermeneutiek/

[ix] ‘Dr. J. Douma, Seksualiteit en huwelijk, Uitgeverij Van den Berg, Kampen, 1993, p. 27 (= deel 6 van zijn serie Ethische Bezinning).

[x] Zie: https://fpathuis.wordpress.com/2018/04/22/paulus-en-de-scheppingsorde/.

[xi] Voor een samenvatting van de argumentatie van de diverse synoden zie mijn blog: https://fpathuis.wordpress.com/2018/02/27/het-huwelijksformulier-in-de-20e-eeuw-1975-2005/.

Advertenties

3 gedachten over “Zondeval en scheppingsorde

  1. Pingback: Genesis 1-3 en de scheppingsorde (1) | Veldbeemd

  2. Pingback: Genesis 1-3 en de scheppingsorde (2) | Veldbeemd

  3. Pingback: Kritiek op ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag’ | Veldbeemd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s