Samenvatting

Een samenvatting van Pieter Niemeijer, Over zwijgteksten, scheppingsorde en Geesteswerk, (Uitgeverij Woord en Wereld, 2018) –  Fokke Pathuis [i]

 

  1. Aanleiding

In 2005 gaf de GKV-synode de opdracht voor het instellen van een deputaatschap ‘Vrouwen in de kerk’, dat uiteindelijk in 2017 resulteerde in het besluit om het ambt voor de vrouw open te stellen.

Toen in 2014 duidelijk werd dat het resultaat van die bezinning op de synode wel eens zou kunnen beteken dat het ambt voor de vrouw opengesteld zou worden, stelde Niemeijer zich de vraag of dat binnen de gereformeerde bandbreedte zou vallen. De nu door hem gepresenteerde opstellen zijn vrucht van zijn denken over deze vraag. Daarom gaat hij ook uitgebreid in op de exegese van de zgn. zwijgteksten en op wat wel beschouwd wordt als de scheppingsorde, namelijk dat de vrouw aan de man ondergeschikt behoort te zijn.

Zo hoopt Niemeijer ruimte te scheppen voor een open schriftuurlijk gesprek over vrouw en ambt. Hij wil voorkomen dat een bepaald standpunt voor òf tegen het m/v-besluit in 2017 ten onrechte wordt verabsoluteerd.

 

  1. Status van gesprek over m/v in de kerk

Een eerste punt dat Niemeijer naar voren brengt, is dat het vraagstuk van m/v in de kerk geen zaak is van de ware en volkomen leer van de verlossing of dat daarmee iets zou veranderen aan ons geloof in Christus:

De vraag of vrouwen al dan niet ingeschakeld mogen worden hoort daar niet bij, maar is een zaak van verantwoorde kerkinrichting. Niet minder, ook niet meer’, (11).

Over zaken van kerkinrichting en kerkregering hebben we in de bijbel geen sluitend systeem aangereikt gekregen. In de vormgeving daarvan heeft de kerk zowel recht gedaan aan de Schrift en tegelijkertijd eigentijdse overwegingen een rol laten spelen. Onze indeling van het ambt in predikant, ouderling en diaken stamt ook pas uit de tijd van de Reformatie, (34).

Niemeijer kan zich voorstellen, dat gemeenteleden het gevoel krijgen, dat ze de controle kwijt zijn. In de loop van de 20e eeuw moest men steeds weer terugkomen op stelligheden, die gekoesterd werden. Van het afwijzen van de broekdragende vrouw, de aanvaarding van de werkende vrouw, de opheffing van afzonderlijke bijbelstudieverenigingen voor jongens en meisjes, het toestaan van het stemrecht van de vrouw in de kerk, tot het denken over de sociale wetgeving, de afschaffing van de apartheid en de samenwerking in de politiek met niet-gereformeerden. En nu sneuvelt het volgende bolwerk, (12).

Zijn we nu wij als kerken niet bezig het Woord van God kwijt te raken? Argumenten die door de synode aangevoerd zijn om het besluit om vrouwen in het ambt toe te laten, overtuigen niet iedereen, (12).

Toch zijn de vragen waar de eerste christelijke kerk voor stond van veel groter gewicht. Zij moesten beoordelen of mensen buiten Israël behouden konden worden, zonder de wet van Mozes te onderhouden. Had Jezus zelf niet gezegd, dat hij niet was gekomen om de wet te ontbinden? Als je het hebt over zekerheden die onderuit lijken te gaan, dan zijn onze vragen over m/v en ambt daar kinderspel bij, (34).

 

  1. De interpretatie van de zwijgteksten

Als het over zwijgteksten gaat is het duidelijk, dat niet elk spreken of optreden van vrouwen in de kerk en de kerkdiensten wordt verboden. Vrouwen mogen zingen, bidden, profeteren en met een woord van God tot opbouw komen. De vraag is, wat de zwijgteksten dan wel verbieden.

Traditioneel worden deze teksten gezien als in ieder geval een blokkade voor vrouwelijke predikanten en ouderlingen. Paulus zou met een beroep op de schepping en de zondeval het leren en het gezag oefenen over mannen in de samenkomsten verbieden, wat vertaald wordt als dat het leer- en regeerambt voor de vrouw verboden is.

Ook is er een sterke overtuiging, dat als de bijbel op andere plaatsen over de inzet van vrouwen in de kerk spreekt, dat nooit in strijd kan zijn met de inzichten die men aan de zwijgteksten heeft ontleend. De bijbel als Gods woord kan zichzelf niet tegenspreken. ‘In feite vormen de zwijgteksten zo een soort canon binnen de canon. Alle spreken in de Bijbel over de inzet van vrouwen wordt aan deze teksten afgemeten’, (14).

Bij zijn bezinning in 2014 rees bij Niemeijer de vraag, of deze uitleg van de zwijgteksten echt wel zo helder en eenduidig was. Want als je de bijbel echt heilshistorisch wilt lezen, mag je teksten niet als losse en tijdloze teksten gebruiken. Hij zag nu dat de zwijgteksten toch vaak zo gelezen zijn, zonder oog voor de situatie waarin ze geschreven werden en zonder de context van de teksten in rekening te brengen.

Zo kwam hij tot de conclusie, dat hij niet rechttoe rechtaan gelezen had wat er ‘gewoon staat’, maar dat hij ongemerkt heel wat keuzes maakte en knopen doorhakte zonder zich daar echt bewust van te zijn geweest. Niemeijer geeft bij zijn lezing van 1 Timoteüs 2 zo’n 11 keuzemomenten, waarvan de belangrijkste zijn, dat het daar niet specifiek gaat over m/v en het ambt, maar over m/v en de samenleving, en dat het niet gaat over de positie van de vrouw ten opzichte van alle mannen, maar specifiek ten opzichte van de eigen man in het huwelijk. Zo werd hem duidelijk:

Ik kan de uitleg die ik aanhing, dus niet meer betitelen als: dit is het Woord van God. Het was mijn uitleg ervan’, (22).

Wanneer hij nadenkt hoe het komt, dat de klassieke exegese zo lang stand gehouden heeft, ziet hij dat dit vooral ‘samenhangt met de plaats die de vrouw in onze samenleving had. In heel de samenleving ja, en niet alleen in de kerk’, (22).

De klassieke exegese en het spreken over verschillende levenstaken van man en vrouw passen heel goed bij een samenleving, waarin de vrouw nauwelijks rechten had en waarbij vrouwen niet actief in de samenleving participeerden, met als gevolg dat deze exegese niet door de praktijk op houdbaarheid werd beproefd.

Daarnaast kwamen pleidooien voor de rechten van de vrouw vaak op uit een puur werelds denken dat geen rekening wilde houden met het christelijke verleden. ‘In deze context was emancipatie per definitie verdacht en werd de ‘onderdanigheid’ van de vrouw kenmerk van het onverkort vasthouden aan goede waarden’, (22).

 

  1. Nieuwe hermeneutiek?

Tegenstanders van de vrouw in het ambt wijzen een andere interpretatie van de zwijgteksten af, omdat die zou voortkomen uit het gebruik van een andere hermeneutiek.

Niemeijer houdt daartegenover staande, dat hij tot zijn inzichten gekomen is door dezelfde regels op de bijbel toe te passen als in de traditionele hermeneutiek gebruikelijk was. Wel heeft hij meer oog gekregen voor de kant van de ontvanger: ‘wat er aan onze kant van belang is om de boodschap goed op te vangen’, (26). Deze kant kreeg in het verleden veel minder methodische aandacht.

In de nieuwere hermeneutiek is veel meer oog voor alle obstakels en vertekeningen bij de lezer. Ons schepsel-zijn (dat beperkt is), ons zondaar-zijn en ons zelfbeeld kunnen het verstaan van de bijbel in de weg zitten:

Ben ik voor de vrouw in het ambt of ertegen, dat beïnvloedt al gauw wat ik in teksten lees. Ik heb zomaar de neiging om teksten uit te leggen naar wat ik erin wil (!) horen’, (27).

Behalve ons zelfbeeld is volgens Niemeijer ook ons wereldbeeld of onze cultuur van invloed op hoe wij teksten lezen:

Lees bijvoorbeeld 1 Korintiërs 11 over wat een vrouw om haar hoofd moet hebben eens in onze cultuur en in die waar de hoofddoek nu nog normaal is  en het afdoen ervan ondenkbaar [= b.v. in een moslimcultuur, FP). Welke boodschap heeft Paulus voor onze vrouwen en welke voor die vrouwen met hoofddoek?’, (28).

Tenslotte speelt ook de scherpte van de bril waarover we beschikken een rol. Wij hebben meer zicht gekregen op bepaalde punten. ‘Soms gaan ineens je ogen open voor dingen die je voorheen niet zag en soms ook niet kon zien. Want Gods Woord is volmaakt en helder, maar onze bril is dat niet en ons gehoorapparaat staat wel eens verkeerd afgesteld’, (29).

Zo zijn onze ogen geopend voor factoren die ons verstaan belemmeren en hebben we geleerd om kritisch te zijn op ons zelf: ‘Niet kritisch op de Bijbel, maar op je eigen verstaan’, (35).

 

  1. De zgn. zwijgteksten

Paulus verbiedt in 1 Timoteüs 2 ‘vrouwen een/de man (enkelvoud) te onderwijzen en (en niet: of!) gezag over hem te oefenen. Ze moeten zich gehoorzaam en bescheiden laten onderwijzen’, (36).

Dit is geen absoluut verbod aan vrouwen om onderwijs te geven, want in Kolossenzen 3 krijgen vrouwen immers juist ‘de opdracht te leren en terecht te wijzen’, terwijl Paulus in Romeinen 16 spreekt over kerkleden ‘die de gaven hebben te onderwijzen en die gave moeten gebruiken’, (36). In 1 Timoteüs 2 verbiedt Paulus wel ‘een leren dat in strijd is met de geëiste bescheidenheid en gehoorzaamheid’. Dat betekent: ‘Als een vrouw geroepen wordt om ‘ambtelijk’ te leren, is dat niet als zodanig onbescheiden of ongeordend’, (37). Want: ‘Een vrouw die vanuit het Woord van God leert: zou dat verboden zijn?!’, (37).

Zij mag het, – net zomin als een man -,  niet op een ‘verkeerde’ wijze doen, d.w.z. op een wijze die niet strookt met Efeziërs 5:21-33: ‘de mannen moeten zich richting hun vrouwen met liefde en dus ‘zonder wrok en onenigheid’ opstellen en de vrouwen moeten met respect voor hun mannen zich opstellen, overal’. Wanneer mannen en vrouwen elkaar aanspreken en Gods weg wijzen, moet dat hun houding zijn, zegt 1 Timoteüs 2:

Bescheidenheid en dienstbaarheid hoort dan de toon te zetten: zowel bij mannen (geen wrok en onenigheid, vers 8) als bij de vrouwen (geen bazig leren)’, (37).

Belangrijk is namelijk te weten, dat het ‘onderwijzen’ en ‘gezag oefenen’ een hendiadys vormen. D.w.z. een stijlfiguur die niet twee losse acties omvatten, maar een omschrijving zijn van één bepaald optreden, waarbij het ‘gezag oefenen’ [in het grieks ‘authentein’, FP] aangeeft hoe er onderwezen wordt. Gezien context en woordgebruik moet dit ‘authentein’ opgevat worden als ‘autoritair, betweterig, onbescheiden’: ‘het gaat om vrouwen die hun eigen man publiek ‘de les lezen’. Dat is het leren wat Paulus hier aan vrouwen verbiedt’, (38).

Dat het om zulk ‘hautain leren’ gaat blijkt uit de eerdere aanduiding van deze vrouwen in vers 9 en 11: ‘Het gaat om vrouwen die zich blijkens de tekst (!) in kleding en make-up opzichtig presenteren en die ‘onderwijzen’, terwijl ze zelf nog heel wat onderwijs nodig hebben’, (38).

Paulus waarschuwt vrouwen dat als ze zo provocerend optreden, zij hun verbondenheid en plaats in het huwelijk met hun man niet honoreren. Daarom verwijst hij ook naar Genesis 2 en 3:

Ze mag zich niet superieur opstellen tegenover haar man: ze is na hem geschapen en toen ze in het paradijs de man naar de achtergrond drong, ging het mis. Zo doe je als vrouw niet. Dat doe je thuis niet, dat doe je ook in de samenkomsten of in de kerk niet. Dat doe je zelfs daarbuiten niet. Je trekt in heel je leven, waar dan ook, als man en vrouw samen op’, (38-39).

Op de zelfde manier argumenteert Paulus ook in 1 Korintiërs 11 en 14. Net zoals het in 1 Timoteüs 2 niet specifiek over het ambt gaat, is dat ook in 1 Korintiërs niet aan de orde. Daar gaat het over het verloop van de erediensten, (39).

De kern in Paulus’ onderwijs is, dat je als man en vrouw in heel je leven, en dus ook in de kerk, je huwelijk honoreert, waarin je als man en vrouw één bent en waarbij de man het hoofd is:

Een vrouw die los van haar man wil opereren, is haar hoofd kwijt: een kip zonder kop. Een man die denkt dat hij zijn ambtelijk werk kan doen volkomen los van zijn vrouw, vergeet wat hij in zijn vrouw aan unieke hulp van de Here ontvangen heeft’, (40).

Op deze manier kunnen ook vrouwen aan het maatschappelijke en het kerkelijk leven meedoen. In het Oude Testament Debora (rechter) en Hulda (profetes), in het Nieuwe Testament echtparen die samenwerken in het evangelie (Rom. 16 ) en apostelen die hun vrouw meenamen op hun dienstreizen, (40).

Niemeijers conclusie is, dat deze interpretatie van de zwijgteksten ‘recht doet aan het blijvende gezag van die teksten zonder dat het zusters van de ambten uitsluit’, (41).

 

  1. Scheppingsorde bij Paulus

Zijn visie op de scheppingsorde bij Paulus is in zijn bezinning ook anders geworden.

Niemeijer ging uit van de klassieke opvatting, dat God de mens geschapen heeft met een duidelijk onderscheid tussen man en vrouw. De man is eerst geschapen, daarna de vrouw, waarbij de man het hoofd van de vrouw is en de vrouw de helper van de man. Kortom:  ‘de man heeft de leiding, en daartoe beperkte ik de scheppingsorde ook’, (42). Maar is dit wel de visie van Paulus in Efeziërs 5, in 1 Timoteüs 2 en in 1 Korintiërs 11?

Als je denkt dat de kernboodschap van Efeziërs 5:22-33 een pleidooi voor een gezagsrelatie in onderdanigheid voor de vrouw is, dan is het begin van deze perikoop niet goed uit leggen: ‘wees elkaar onderdanig’:

Als je in ‘onderdanig’ een gezagsrelatie veronderstelt, hoe verhoudt zich dan het onderdanig zijn c.q. ontzag hebben van de vrouw jegens de man tot dat wederzijdse onderdanig zijn, ontzag hebben?’, (43).

Rekening houdend met de context waarbinnen Paulus schrijft en argumenteert, zul je echter moeten erkennen dat het geen situatie is, waarin het hoofd-zijn van de man omstreden was. In tegendeel: de samenleving was sterk hiërarchisch georganiseerd, waarbij mannen zich ‘verregaande vrijheden veroorloofden in het verkeer met vrouwen en vrij losjes met het huwelijk omgingen’. Paulus had niet te maken met een samenleving die genderneutraal wilde zijn.

Daarom is het veel aannemelijker, dat Paulus in die situatie van een ontaard huwelijksleven ‘de eenheid en verbondenheid van man en vrouw in het huwelijk’ accentueert en hen oproept voor elkaar ontzag te hebben:

Jullie, mannen, moeten je vrouw niet domineren of als voetveeg gebruiken, maar liefhebben, en jullie vrouwen, moeten het gedrag van je man niet accepteren, maar jullie moeten ook je man niet verachten. Je moet ontzag voor je man aan de dag leggen, zijn positie zien en hem van daaruit aanspreken en trouw zijn’, (43-44).

Paulus wil niet het onderscheid van man en vrouw of de leidinggevende positie van de man benadrukken. Hij gaat uit van het verschil van man en vrouw en van het hoofd-zijn van de man en roept op om zo elkaar te honoreren. ‘Dit is de orde van de schepping: wie twee waren zijn in het huwelijk één’, (44).

Paulus benadrukt dit ook in 1 Korintiërs 11: ‘De gehuwde vrouw bedekt haar hoofd, de man niet. Je bent onderscheiden en hoort zo bij elkaar. Vermeng man- en vrouw-zijn niet met elkaar, maak  je niet aan elkaar gelijk, want je bent geroepen om elkaar aan te vullen en zo een éénheid te vormen’, (45).

Kun je dan uit het ‘verschil in positie’ concluderen, dat een vrouw niet geroepen kan worden tot het ambt? Dat is dezelfde vraag als: Kunnen kinderen geen ambt bekleden als hun ouders nog leven, of kunnen knechten of werknemers geen ouderling worden in een gemeente waar ook hun bazen of werkgevers lid zijn? Geldt hier niet veeleer wat Paulus in Galaten 3  zegt, dat man en vrouw, slaaf en vrije, barbaar en Scyth in Christus één zijn? Kwamen Debora en Priscilla echt in strijd met de scheppingsorde? (47).

Als Paulus spreekt over de verhouding man en vrouw zet hij dus niet zozeer in op het onderscheid of hun eigenstandige positie, maar juist op hun eenheid en verbondenheid. Om dat te benadrukken doet hij een beroep op Genesis 2:

Het is vooral gericht op het stimuleren van de eenheid en verbondenheid van man en vrouw over de hele linie van hun leven. Laten ze ervoor waken zich van elkaar te distantiëren of zich tegen elkaar te laten uitspelen’, (49).

 

  1. Patriarchaat is geen bijbelse norm

Niemeijer laat in hoofdstuk 5 zien, dat de bijbel veel minder vrouw-onvriendelijk is als wel wordt gedacht. Het gelijkheidsdenken van vandaag is wat hem betreft niet superieur aan de bijbelse moraal. De rivaliteit tussen de seksen is niet Gods oorspronkelijke opzet, maar het gevolg van de zondeval. God heeft man en vrouw geschapen ‘met één taak, in opperste kwetsbaarheid (naakt) en zonder een spiertje angst voor elkaar’, (50).

Belangrijk is om te beseffen dat de bijbel een boek is met een ontstaansgeschiedenis en geschreven is in èn voor een bepaalde tijd. Ook de door God gegeven leefregels zijn niet tijdloos. God ‘neemt concrete, toen levende mensen, aan de hand, in hun omstandigheden en hun culturele setting’, (51).

Tegelijk spreekt God ons in onze tijd aan:

Om naar deze God te luisteren hoeven we ons niet los te maken uit ons concrete bestaan en ons naar ijle hoogten te laten meevoeren, we mogen zijn Woord in onze eigen werkelijkheid aanhoren en toepassen. .. [Z]ijn Geest neemt de eigenheid van mensen en tijden niet weg, maar werkt juist vernieuwend in levensechte mensen en in concrete situaties’, (52).

Dat betekent dat de wet van Mozes toen werd gegeven aan mensen in de verworden patriarchale cultuur van toen, die God van binnenuit wilde vernieuwen en verlossen. Gods Woord legt ‘de hoorder geen onwerkelijk en niet te dragen juk aan idealen uit een ander cultuur en tijd op, maar neemt hem aan de hand om stap voor stap verder te komen op de weg van God. Zo werkt Gods pedagogie (Calvijn), (52).

Zo wordt in het Oude Testament in die patriarchale cultuur, ‘zonder dat de man de positie en verantwoordelijkheid die hij vanaf het paradijs heeft wordt afgenomen’ de vrouw gerespecteerd. In tegenstelling tot de omringende volken wordt de ‘hanigheid’ van mannen en misbruik van de onderdanige positie van vrouwen aan banden gelegd en de rechten van vrouwen veiliggesteld. Ook laat het Oude Testament zien hoe mannen door vrouwen worden aangesproken en gecorrigeerd, (53-54).

In het Nieuwe Testament zien we in de manier waarop Jezus met vrouwen omgaat en in de wijze waarop in de brieven ‘mannen en vrouwen naast en met elkaar delen in het heil en functioneren in de gemeenten’, dat het patriarchaat duidelijk voorbij is, (55).

De conclusie van Niemeijer is, dat de Here de mannencultuur van het oude Oosten serieus neemt en die niet revolutionair omkeert, maar er zich ook niet door laat gijzelen of ophouden en een duidelijke richting daarin wijst: ‘Je ziet hoe de Here patronen aan het doorbreken is en hoe Hij op een voor die tijd begrijpelijke manier uit is op iets anders dan een mannencultuur. Tegelijk handhaaft hij de hoge roeping van de man’, (55-56).

 

  1. Geen gelijkheidsdenken

Afstand nemen van patriarchale patronen betekent volgens Niemeijer niet een toegeven aan een werelds gelijkheidsdenken.

In het Oude Testament zijn vrouwen geen priesteressen, zoals in de omringende culturen wel. Terwijl daar ook allerlei vrouwvriendelijke bepalingen gelden, die niet in de wet van Mozes overgenomen zijn. Net zomin als de apostelen ook niet bepaalde vrouwenrechten en gewoontes, die wij als vrouwvriendelijk zien, overnemen.

Paulus schrijft in Rom. 12:2 dat christenen op hun hoede moeten zijn voor een werelds denken:

Zoals Christus in het vrouwonvriendelijke Israël juist heel positief met vrouwen omgaat, zien we de apostelen afstand nemen van een zich emanciperende samenleving. Ze roepen mannen op hun vrouwen lief te hebben, maar ze wijzen ook vrouwen hun plaats in Gods orde. De bijbel is nooit slaaf van een cultuur, maar spreekt er altijd kritisch en bevrijdend op in’, (58).

Die orde van God wordt zichtbaar in het huwelijk, waarin man en vrouw elkaars leven delen zonder dat dat ten koste gaat van hun eigenheid en eigen positie:

In hoeveel man en vrouw ook samen en gelijk op delen (Hand. 2:17-21; Gal. 3:28; 1 Petr. 3:7), in het huwelijk hebben en houden ze hun eigen plek waarbij mannen hun vrouw niet moeten domineren of volkomen vrijlaten maar liefhebben, en waarin vrouwen niet naar de eerste plaats moeten streven maar de van God ontvangen positie van hun man moeten erkennen (Ef. 5): samengaan zonder rivaliteit en overheersingsdrang en zonder onverbondenheid’, (59).

Volgens Niemeijer wordt die onderscheiden aard en positie van man en vrouw in de discussies over m/v en ambt wel eens vergeten: ‘Bijvoorbeeld wanneer vanuit het gelijkelijk delen in de Geest rechtstreeks wordt geconcludeerd tot het gelijkelijk delen in het ambt’, (59).[ii]

In het denken over man, vrouw en ambt moeten we recht blijven doen aan de geordende positie die man en vrouw in het huwelijk van God ontvangen hebben. Het hedendaagse gelijkheidsdenken, dat puur individualistisch is, heeft – ‘hoezeer het ons als kerk ook beschamen kan’ – te weinig oog voor het huwelijksverbond dat God gegeven heeft: ‘niet als twee dezelfde mensen, maar juist als twee verschillende mensen die niettemin één zijn’, (61).

 

  1. Vrouw en ambt

Wanneer zwijgteksten niet gebruikt kunnen worden om het dienen van vrouwen in de kerk te verbieden, wat kunnen wij dan positief over de inschakeling van vrouwen in de kerk zeggen?

Volgens Niemeijer is er vanuit de bijbel geen direct en ondubbelzinnig schriftbewijs voor te geven, maar kun je er alleen via een redenering daar conclusies over trekken. Met het oog daarop biedt hij een redenering, als alternatief voor de onderbouwing van het m/v-besluit van de GKv-synode in 2017. Volgens hem geen dwingende, maar hij vraagt wel om te overwegen of die binnen de bestaande gereformeerde hermeneutische opvattingen past.

Hij vergelijkt de omgang voor m/v en de bijbel met de manier waarop in de eerste christelijke kerk werd omgegaan met de toenmalige schrift als het ging om de vraag, of en hoe heidenen konden delen in het heil van Christus. In het boek Handelingen wordt dat getypeerd met ‘het heeft de Heilige Geest goed gedacht’. Dat betekent: we moeten ‘letten op wat de Heilige Geest concreet doet en schenkt’. Hij ruimde telkens opnieuw een beletsel op en opende een weg. Dat is ‘de regie van de Geest’: ‘Erken zijn beleid. Heb oog voor de gaven die Hij zichtbaar toont’. Zo ontdekte de eerste christelijke gemeente, dat heidenen zonder zich te hoeven besnijden volgens de wet van Mozes mochten delen in Gods heil.

Zo mogen wij in onze situatie de gaven erkennen, die vrouwen duidelijk aanwijsbaar hebben ontvangen om in de kerk te dienen. Gaven die ‘in de bijbel positief getaxeerd en in praktijk gebracht moeten worden, en die als mannen erover beschikken, hen geschikt maken voor het ambt’. Gaven als onderwijzen en leiding geven.

Ook al waren begaafde en leidinggevende vrouwen eeuwenlang uitzondering, mag je als die gaven nu steeds meer bij vrouwen voorkomen, daar dan niet een gave van de Geest inzien?

Zo niet, wat zijn het dan: verleidingen, testen of wij het ambt wel gesloten houden voor vrouwen? Maar als het wel gaven van de Geest zijn, welke belemmering is er dan om het beleid van de Geest te volgen en zulke begaafde vrouwen in te zetten?’, (64).

Pinksteren betekent de vervulling van het verlangen van Mozes, dat heel het volk oudste en profeet zou kunnen zijn. Wanneer in Handelingen heel het volk deelt in de Geest, betekent dat niet automatisch dat iedereen oudste kan worden. Men moet er wel de gave voor hebben en voldoende bekwaam en betrouwbaar zijn. Maar als vrouwen die gaven hebbe, is het vrouw-zijn op zichzelf volgens Niemeijer geen redenen om vrouwen van het ambt uit te sluiten:

Er is, lijkt me, ruimte om te discussiëren over de gedachte dat de vrouw na en vanwege Pinksteren niet buiten het ambt gehouden hoeft te worden, zolang tenminste recht wordt gedaan aan de verbondenheid van de man en vrouw in het huwelijk’, (67).

En voegt hij er aan toe: ‘Ook wie deze gedachte niet overtuigend vindt, kan volgens mij niet ontkennen dat ze wel binnen de bandbreedte van Schrift en belijdenis valt’, (67).

 

  1. Tegenargumenten

Niemeijer bespreekt ook kort enkele tegenargumenten. O.a. dat het priesterschap een exclusief mannelijke zaak is. Dat is wel onder het oude verbond zo, maar in het Nieuwe Testament worden alle kerkleden priesters genoemd. Wij leven onder het nieuwe verbond, waar de verzoening wordt uitgedeeld via de verkondiging van het evangelie. Toch wil Paulus geen exclusieve positie voor de apostelen en ambtsdragers claimen, alsof zij over de uitdeling van het heil zouden beschikken.

Verwant hiermee is het beroep op het feit, dat Jezus twaalf mannen als leerlingen koos. Niemeijer noemt het ‘een vaak aangevoerd en sterk argument’. Toch is het de vraag, of ‘de handelwijze van Christus (en Paulus) aan de andere kant een verbod op vrouwelijke ambtsdragers’ is. Dat komt, omdat het ‘sowieso al lastig [is] om vanuit het handelen van Christus tot een gebod of verbod te concluderen’:

Niet alles wat God op enig moment doet, is bindend voorschrift voor alle tijden. In de leer over de Bijbel hebben we altijd onderscheid gemaakt tussen historisch gezag en normatief gezag’, (72).

Als God aan David de vrouwen van Saul geeft, keurt hij dan polygamie goed? Als de Here slavernij laat bestaan, betekent dat hij zijn goedkeuring daaraan geeft? Je kunt uit Gods handelen in concrete situaties ook te veel willen afleiden:

Zie je in de Bijbel niet steeds dat God oog heeft voor de concrete praktijk op dat moment en in zijn leiding van zijn volk daarop niet onkritisch maar ook niet revolutionair ingaat?’, (72).

Daar komt bij, dat het nog geen Pinksteren was geweest. Kun je uit Christus’ optreden dus een verbod voor alle tijden afleiden?

Belangrijk is het om te zien, dat het bij de tegenargumenten vooral gaat om minder direct schriftgebruik en meer afgeleide redeneringen. Over de kracht daarvan kun je van mening verschillen: ‘Laten we dus uitkijken voor te grote woorden naar de ene of naar de andere kant. Zo simpel ligt het allemaal niet’, (72).

 

  1. Hoe ga je om met verschil in visie?

Niemeijer benadrukt dat m/v en ambt vooral een kerkordelijke zaak over de inrichting van de kerk is:

Niet het evangelie is in het geding, maar de ordening van het kerkelijk leven. Daarbij moet je wel rechtdoen aan Gods Woord, maar de Bijbel levert daarvoor geen blauwdruk of uniek model’, (73).

Daarom moeten we volgens hem ook ‘niet te snel roepen dat de ander in strijd komt met het woord van God. We hoeven de ander zelfs niet te overtuigen (Rom. 14:1)’, (75).

Belangrijk is dat wij ons houden aan wat geschreven staat en niet binden buiten het Woord om of boven het Woord uit. Er is in de kerk vrijheid van exegese, zolang er geëxegetiseerd wordt vanuit de Schrift en met eerbied voor haar goddelijk gezag:

[A]ls er op die wijze een beleidsmatige knoop moet worden doorgehakt met het oog op een geordende kerkelijke praktijk, is dat een maatregel die geen gewetens bindt noch een van beide zijden het recht ontneemt om zijn gevoelen te uiten’, (77).

Daarom kun je binnen het kerkverband het ook dragen als een andere kerk een andere geordende praktijk heeft en de vrouw in het ambt invoert. Je bent als zusterkerk daar niet verantwoordelijk voor, zolang die kerkenraad de ambtelijke dienst binnen rechtsgeldige kaders heeft ingericht. Ook kun je blijven meewerken aan handelingen op een classis, ook al hebben die betrekking op de ambtelijke dienst van zusters.

Niemeijers voornaamste conclusie is dan ook: ‘Daarom moeten de aangevoerde en nog aan te voeren argumenten pro en contra de vrouw en het ambt vanuit de Schrift en met eerbiediging van haar goddelijk gezag worden afgewogen, waarbij we ons open en eerlijk en zonder dreiging van vertrek of manipulatie opstellen en bereid zijn zo nodig in te schikken hetzij naar de ene hetzij naar de andere kant’, (81).

Niemeijer eindigt met de opmerking, dat ‘zij die uiteindelijk geen ruimte zien voor de vrouw in het ambt, hoeven niet te volstaan met alles bij het oude te laten. En zij die vóór de vrouw in het ambt zijn, moeten niet doen alsof een onbeperkte opening van de ambten de enige mogelijkheid is’, (82). Ook mogelijk is alleen het diakenambt openstellen, een kleine raad van mannelijke oudsten, ambtsdragersechtparen, het laten spreken van een opbouwend woord, tot ook het ambt voor ouderling dan wel ook voor predikant voor vrouwen openstellen.

 

[i] Voor een bespreking van het boekje verwijs ik naar mijn blog: https://fpathuis.wordpress.com/2018/05/02/een-andere-visie-op-m-v-en-ambt/

[ii] Met een verwijzing naar de bijdragen in de bundel Zonen,& dochters profeteren. Man, vrouw & kerk, (ed. Henk Folkers, Maaike Harmsen, Almatine Leene en Maarten Verkerk, Boekencentrum, Zoetermeer, 2016), waar zo geredeneerd zou worden.

 

Een gedachte over “Samenvatting

  1. Pingback: Een andere visie op m/v en ambt | Veldbeemd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s