Genesis 1-3 en de scheppingsorde (2)

In eerste deel van deze blog [i] heb ik de visie van ds. Rufus Pos op de zgn. ‘scheppingsorde’ weergegeven en ben ik ingegaan op zijn uitleg van Gen. 2. In dit tweede deel bespreek ik zijn beroep op Gen. 3.

 

     –   Pos’ visie op (on)gelijkheid in Gen. 3

Volgens Pos is in Gen. 3 dé zonde van de vrouw dat zij de door God aan Adam gegeven positie en diens gezag niet erkende. Als ze dat wel gedaan had, zou ze Adam eerst geraadpleegd hebben over de woorden van de slang en niet van de vrucht hebben gegeten, mits Adam natuurlijk zijn verantwoordelijkheid had genomen en haar was voorgegaan in het gehoorzaam blijven om niet van de boom van kennis van goed en kwaad te eten.

Bij het lezen van Gen. 3 zien we op verschillende momenten dat de ongehoorzaamheid aan het door God geven verbod de reden is, dat de mens en zijn vrouw door God geoordeeld worden. Nergens in de tekst wordt gezegd, dat de oorzaak van deze ongehoorzaamheid is dat de vrouw zich niet ondergeschikt aan de mens opgesteld heeft. Dat betekent dat het argument dat Pos aanvoert een veronderstelling van de categorie (c) is, die hij gebruikt om zijn exegese aannemelijk te maken. Een veronderstelling die geen aanknopingspunt in de tekst heeft en daarom moet worden afgewezen. Verder geldt ook hier dat een beroep op Paulus faalt, omdat ook Paulus niet uitgaat van een zgn. scheppingsorde. [ii]

Uit de opbouw van het verhaal in Gen. 2 en 3 blijkt dat de zonde van de vrouw is, dat zij op basis van het gesprek met de slang de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad neemt en die eet. Vervolgens is de zonde van haar man dat hij de vrucht van haar aanneemt en ook daarvan eet. In deze elementen van Gen. 3 verwijst de verteller terug naar de voorwaarden en mogelijkheden om te zondigen, zoals hij die in Gen. 2 : 8-9 en 15-17 in het verhaal verweven heeft.

Voor God is de kern van de zonde: ‘Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?’, (3:11b) en ‘Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die ik je had verboden’, (3:17a), met als gevolg: ‘Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad’, (3:22). Dat betekent, dat de primaire focus van Gen. 2 en 3 primair de relatie tussen de mens en God is. Informatie over de overige relaties van de mens (mens-aarde, mens-dier en man-vrouw) zijn daarin secundair of ‘ondergeschikt’.

Terecht kan Pos erop wijzen, dat zowel de vrouw als de man geen recht doet aan de onderlinge relatie en de verantwoordelijkheid voor elkaar. Maar omdat het verhaal in Gen. 2 en 3 een tekstuele eenheid is, moet je die onderlinge relatie interpreteren vanuit Gen. 2 (en dus vanuit de gelijkwaardigheid, zie deel 1) en niet vanuit een in Gen. 3 ten onrechte veronderstelde ondergeschiktheid van de vrouw aan de man.

De argumenten die Pos daar toch voor aan meent te kunnen dragen zijn: (a) Adam wordt als eerste aangesproken, (b) Adam en Eva krijgen een verschillende straf, (c) alleen tegen Adam wordt gezegd dat hij zal sterven, en (d) de uitspraak, dat de man over de vrouw zal heersen (Gen. 3:16), is wel degelijk een straf voor de vrouw.

 

       Ad a.  Als eerste aangesproken

Opnieuw doet Pos een impliciet beroep op Paulus, omdat hij er vanuit gaat dat Paulus de man met de term ‘hoofd’ als de eerstverantwoordelijke in de ongelijke relatie tussen man en vrouw typeert. Allereerst is dat een uitleg van Paulus die niet standhoudt[iii] en dus ook niet als terechte aanname gehanteerd kan worden. Ten tweede is er in de tekst van Gen. 2 en 3 geen enkel element, dat een dergelijke interpretatie van het als eerste aangesproken worden rechtvaardigen kan.

Binnen de logica van de verhaallijn is het juist niet vreemd, dat de mens/man als eerste spreekt, wanneer God man en vrouw aanspreekt. Het past in een concentrische weergave van de gebeurtenissen en Gods reactie daarop. In Gen. 3:1-8 komen eerst de slang, de vrouw en de mens op het toneel, waarna als God verschijnt en begint te spreken in omgekeerde volgorde eerst een dialoog is met de mens en dan de vrouw is en vervolgens God het oordeel uitspreekt over de slang, de vrouw en ten slotte de mens. Tegelijk kan de verteller zo een directe verbinding leggen met het in Gen. 2:17 gegeven verbod, dat God tegenover de mens uit heeft gesproken, toen de vrouw nog niet geschapen was.

Het is duidelijk dat de man en de vrouw zowel zelfstandig handelen, als dat zij in het overtreden van het gebod en het omgaan met de gevolgen door de verteller als eenheid gezien worden. ‘Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan’, (3:6b). Daarna gaan hun ogen open: zij herkennen dat ze naakt zijn, maken schorten van vijgenbladeren en verbergen zich, wanneer God in de hof verschijnt en hen gezamenlijk ter verantwoording roept en tegelijk man en vrouw ieder op zijn eigen daden aanspreekt. Net als in hoofdstuk 2 speelt de dubbele betekenis van ‘adam’ als soortnaam en eigennaam een rol. In het verhaal van God en mens komt God na de overtreding met zijn roep: ‘God riep de mens en zei tot hem: “Waar ben je”’, (3:8), waarbij hij zowel oog heeft voor hun eenheid als vervolgens ook voor ieders afzonderlijk handelen.

 

      Ad b. en c.  Verschillend oordeel en aanzegging van de dood

Het oordeel dat God uitspreekt over de man en de vrouw heeft zowel gemeenschappelijke aspecten als specifieke.

Gemeenschappelijk is dat God allereerst vijandschap zet tussen de slang en de mens. Ook al noemt God in het oordeel over de slang expliciet de vrouw, het gaat in haar wel over de mens(heid) als geheel, collectief aangeduid met het woord ‘zaad’.

Daarnaast zal het leven van de mens, zowel van de man als van de vrouw, moeizaam worden. Voor beiden gebruikt God daarbij de term ‘smart’. Ieder zal het op zijn eigen specifieke wijze ervaren. Of dat nu betreft het bewerken van het land, het baren van kinderen, of het genieten en eten van de opbrengst. Tegenover het leven, genieten en eten in (en van de bomen in) het paradijs, plaatst God het toekomstig leven van de mens in smart op de aarde buiten het paradijs, dat uiteindelijk voor beiden uit zal lopen op de dood.

Dat alleen tegen de mens gezegd wordt, dat hij zal sterven, heeft opnieuw niet te maken dat Adam de eerstverantwoordelijke is, maar wordt verklaard door de manier waarop het verhaal verteld wordt. De verteller verwijst daarmee op concentrische wijze op de aankondiging daarvan, zoals die ook aan de mens gegeven is in 2:17, en naar zijn schepping uit de aardbodem in 2:7, waar de mens (m/v) weer naar zal terugkeren.

Veronderstellen dat het onderscheid in het oordeel van God daarmee te maken heeft dat de vrouw ten opzichte van de mens een ondergeschikte positie en verantwoordelijkheid heeft en dat hieruit een ‘scheppingsorde’ zou blijken, is inlegkunde die botst met de manier waarop de verteller zijn verhaal presenteert. Het zwoegen om in leven te blijven, omdat de aardbodem vervloekt is, en het sterven geldt gelijkelijk voor de vrouwelijke nakomelingen van de mens en voor de mannelijke.

 

      Ad d.  De man zal heersen als strafmaatregel, Gen. 3:16b

In het oordeel dat God over de vrouw uitspreekt, wordt duidelijk dat het overtreden van het gebod niet alleen consequenties heeft voor de relatie tussen de mens en God, maar ook voor de onderlinge relatie tussen de man en zijn vrouw: die is beschadigd en opgebroken. Ze bedekken hun naaktheid voor elkaar en wanneer God met hen in gesprek gaat schuiven de mens en de vrouw allebei de schuld op een ander af.

In Gods oordeel over de vrouw: ‘Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen’ legt Pos de term ‘begeren’ uit als het verlangen van de vrouw om de ‘leidende’ positie van de man in te nemen. Ook al zou zijn interpretatie juist zijn, – waar in de exegetische literatuur behoorlijk wat discussie over is  -, het willen heersen of domineren is zowel mogelijk in een hiërarchische als in een gelijkwaardige relatie. De context en de verhaallijn pleiten er echter voor om deze uitspraak in een gelijkwaardige relatie tussen man en vrouw te plaatsen in plaats van een hiërarchische relatie te veronderstellen, zoals Pos met zijn beroep op Paulus doet.

Pos legt het oordeel van God over de vrouw uit als dat ‘dit streven (begeren) niet het door haar gewenste resultaat zal hebben. Juist het omgekeerde: de man zal op dit ‘begeren’ van zijn legitieme plek door de vrouw reageren met een ‘over haar te heersen’. Zijn conclusie is daarom, dat waar mannen over vrouwen heersen, dat een straf van God is. Omdat dit ‘laat zien dat God door zijn straffen niet een einde maakt aan de zonde, maar dat Hij de zonde juist als straf kan gebruiken.’

Ik vind dat deze interpretatie ten sterkste afgewezen moet worden. Mijn inziens zegt Pos hiermee: ‘Eigen schuld, dikke bult, had je je maar als vrouw aan je man moeten onderschikken’. Ook al schreef hij in een eerdere brief over Gen. 3:16: ‘Degenen die zeggen dat het hier zeker niet om een bevel gaat, waar mannen zich op kunnen beroepen om hun vrouw onder de duim te houden, hebben natuurlijk helemaal gelijk’, toch legitimeert hij met zijn interpretatie van Gen. 3:16b nog steeds de onderdrukking van vrouwen, zoals dat eeuwenlang vaak met een beroep op deze ‘ordinantie Gods’ gebeurd is.

 

     –   Samenvatting en conclusie

In zijn serie brieven naar aanleiding van het besluit van de GKv Synode Meppel in 2017 om het ambt voor de vrouw open te stellen, wil Pos laten zien dat deze uitspraak in strijd is met de ondergeschikte positie van de vrouw aan de man. Hij beroept zich daarvoor op zijn uitleg van Gen. 1-3, waar zijns inziens God deze scheppingsorde ingesteld heeft.

Mijn conclusie over deze interpretatie kan kort zijn. Alle retoriek van Pos ten spijt dat elk detail van het scheppings- en zondevalverhaal van betekenis is en aandachtig gelezen moet worden, gaat hij zelf op zeer onzorgvuldig wijze met de gegevens in Gen. 1-3 om en leest hij op basis van allerlei onhoudbare veronderstellingen en zonder enige fundering in de tekst zelf zijn visie op de ondergeschiktheid van de vrouw aan de man in zijn uitleg van deze verhalen in. Uitgaande van een onjuiste interpretatie van Paulus’ spreken over het ‘hoofd’-zijn van de man gaat hij er vanuit dat in Gen. 3 een hiërarchische relatie tussen man en vrouw verondersteld wordt, die hij vervolgens zonder ondersteuning in de tekst in zijn uitleg van Gen. 2 probeert te verdedigen.

Om het in Pos’ termen te zeggen: ‘Je bent niet heel dom bezig bent als je ‘gewoon’ in Genesis 1-3 leest dat mannen en vrouwen niet gelijk zijn.’ Die ongelijkheid is met het man-  en vrouw-zijn gegeven. De vraag is echter, of deze ongelijkheid een zodanige ‘ongelijke positie en verantwoordelijkheid’ van man en vrouw impliceert, dat de vrouw aan de man ondergeschikt is. Dat heeft Pos in zijn brieven met zijn uitleg van Paulus en Gen. 1-3 niet kunnen aantonen. Op grond van de tekst van Gen. 2-3 moet je concluderen dat de mens en zijn vrouw door God in een gelijkwaardige positie aan elkaar gegeven zijn en zo als man respectievelijk vrouw voor Gods aangezicht in verantwoordelijkheid mogen leven. Gen. 1-3 geven geen richtlijnen of aanwijzingen, op basis waarvan aan het man- of vrouw-zijn specifieke sociale rollen, verantwoordelijkheden en domeinen als een door God gestelde scheppingsorde kunnen worden verbonden. Pos’ visie dat de vrouw binnen het huwelijk, in de samenleving en in de kerk een ondergeschikte positie ten opzichte van de man moet innemen moet daarom worden afgewezen.

 

 

[i] Zie: https://fpathuis.wordpress.com/2018/07/10/genesis-1-3-en-de-scheppingsorde-1/

[ii] Zie: https://fpathuis.wordpress.com/2018/04/25/zondeval-en-scheppingsorde/.

[iii] Zie: https://fpathuis.wordpress.com/2018/04/25/zondeval-en-scheppingsorde/.

Advertenties

2 gedachten over “Genesis 1-3 en de scheppingsorde (2)

  1. Pingback: Gen. 2-3 en de scheppingsorde | Veldbeemd

  2. Pingback: Kritiek op ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag’ | Veldbeemd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s