Man, vrouw en ambt

Op maandag 28 januari 2019 mocht ik op een dialoogavond van onze gemeente de Fontein (de GKv Zwolle-West) rond het onderwerp ‘Man, vrouw en ambt’ een inleiding verzorgen over de uitleg van de zwijgteksten en de scheppingsorde.

De avond stond in het kader van een bespreking van het besluit van de GKv Synode Meppel 2017 om het ambt voor de vrouw open te stellen.  

De inleiding bestaat uit de volgende drie onderdelen:

1e.  Wat is er veranderd in de visie op ‘vrouw en ambt’?

Hierin ga ik in op het verschil tussen de traditionele visie en de visie van de synode, dat ligt in het gegeven dat we nu uitgaan van de gelijkwaardigheid van man en vrouw in tegenstelling tot de vroegere ondergeschikt van de vrouw aan de man.

2e.  Hoe kan het dat de bijbel nu anders gelezen wordt?

Hierin besteed ik aandacht aan vier elementen, op grond waarvan wij de m/v-teksten vandaag anders lezen dan vroeger, te weten:

  •  De samenleving waarin wij de bijbel lezen is veranderd
  •  Er is meer aandacht voor de context van de bijbeltekst
  •  Verantwoord bijbelgebruik is meer dan bewijsteksten verzamelen
  •  Niet alles wat in de bijbel staat heeft hetzelfde soortelijk gewicht

3e.  Mag je de bijbel zo anders lezen?

Om deze vraag te beantwoorden benoem ik drie zaken, op grond waarvan dat geoorloofd is:

  • Gewoon gereformeerde hermeneutiek
  • De patriarchale samenleving is niet normatief.
  • Het gezag van het ambt ligt niet in de persoon (m/v), maar in de Zender

In vier excursen bespreek ik thema’s die in de bespreking van de inleiding naar voren kwamen:

  Excurs 1 – ‘Man en vrouw zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk’

  Excurs 2 – Gen. 2 en 3 en de zgn. scheppingsorde

  Excurs 3 – De zgn. ‘nieuwe hermeneutiek’  

  Excurs 4 – Patriarchale samenleving en cultuur 

De uitwerking van de lezing is hier te vinden: https://fpathuis.files.wordpress.com/2019/01/inleidinggemeenteavondgkvzwolle-westd.d.28-01-2019.pdf

Advertenties

De ‘Nashville-verklaring’ – een duiding

Ten behoeve van de Nieuwsbrief in onze gemeente, de GKv De Fontein in Zwolle-West, schreef ik deze week een achtergrondartikel om de betekenis en waarde van de Nashville-verklaring te duiden.

De Nashville-verklaring – een duiding

Afgelopen weekend ontstond grote commotie over de Nashville-verklaring. Dat is de vertaling van een Amerikaans document uit 2017, waarin evangelicale christenen stelling nemen tegenover een postmoderne westerse cultuur, die haaks staat op het bijbels spreken over huwelijk en seksualiteit.

Enkele predikanten en voorgangers uit de reformatorische gezindte, waaronder dr. Piet de Vries, docent aan de theologische opleiding van de Hersteld Hervormde Kerk aan de VU, hebben dit document in het Nederlands vertaald en aan hen bekende predikanten en SGP-politici uit de reformatorische kerken gevraagd deze te ondertekenen. M.n. door de ondertekening door het SGP 2e-kamerlid Kees van der Staaij is de verklaring landelijk in het nieuws gekomen en is deze verklaring door een groot deel van de Nederlandse samenleving en politiek als homo-vijandig document afgewezen.  

Dat het juist vertegenwoordigers van de reformatorische kerken zijn die met deze verklaring zijn gekomen, is niet zo verwonderlijk. Want de reformatorischen hebben zich het afgelopen jaar regelmatig moeten bezinnen op hun houding tegenover homoseksualiteit. Ook heeft de SGP en haar achterban zich de laatste tien jaar over haar visie op de plaats van de vrouw in maatschappij en politiek tegenover de Nederlandse samenleving moeten verantwoorden en hun visie daarop gedeeltelijk moeten aanpassen.

De aanleiding voor een bezinning op homoseksualiteit ligt in een flyer die in maart 2018 bij het  Reformatorisch Dagblad (RD) gevoegd was. Daarin was de landelijke reclamecampagne van een kledingbedrijf met de afbeelding van zoenende mannen van een groot rood kruis voorzien. De bedoeling van de flyer was om protest aan te tekenen tegen deze reclame-uiting. Homo’s, ook in de lezerskring van de krant, voelden zich door deze flyer gekwetst. Toen daarop aan het RD een advertentie aangeboden werd, die juist positief was ten opzichte van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht, werd die advertentie door het RD geweigerd. Naast nieuwe ophef daarover in de samenleving, kwamen er ook reacties van christen-homo’s en -lesbiennes. Als vervolg op deze kwesties is er in het RD in mei 2018 een briefwisseling geweest tussen de hoofdredacteur en een christen-homo, John Lapré. Het effect van al deze acties was dat gedurende het grootste deel van 2018 homoseksualiteit nadrukkelijk als thema in het RD aan de orde is geweest.

Om de indruk te vermijden dat het RD een meer tolerante positie in zou nemen ten opzichte van homoseksualiteit dan in het verleden, is er op 14 november 2018 een gezamenlijk opinieartikel van de hoofdredactie en het bestuur van het RD in samenwerking met de al eerder genoemde dr. Piet de Vries gepubliceerd, waarin men helderheid wilde bieden over de visie van het RD tegenover homoseksualiteit. O.a. stelde men daarin:

Praktisch betekent dit dat wij niet willen meegaan in de tendens om te stellen dat er vanuit een eenheid des geloofs verschillende visies op homoseksualiteit mogelijk zijn. We willen waarschuwen voor de tendens om van een afwijzing de stap eerst naar pastorale oplossingen te zetten en ten slotte naar de volledige aanvaarding van homoseksuele relaties. We kunnen en willen dus ook niet meegaan in de gedachtegang dat er in het geloof niets mis mee kan zijn als twee mensen van hetzelfde geslacht, twee mannen, twee vrouwen, van elkaar houden.

Een tweede aanleiding om als reformatorische kerken met een visie op homoseksualiteit naar buiten te komen is, dat ze zich gedrongen voelen hun positie te bepalen ten opzichte van ontwikkelingen in de PKN en de drie kleine orthodoxe kerken GKv, de NGK en de CGK. Twee nieuwsfeiten waarin deze kerken een rol spelen, kunnen als een directe katalysator gezien worden voor de vertaling van het Nashville-document.

De eerste is het besluit van de PKN-synode op 15 november 2018 om weliswaar het onderscheid in de kerkorde tussen ‘huwelijk’ en andere ‘levensverbintenissen’ te handhaven, maar ook te verklaren dat de kerkorde ‘geen waardeoordeel geeft over de seksuele geaardheid van haar leden noch over hun persoonlijke keuzes als het gaat om het huwelijk of andere levensverbintenissen’. Voor een deel van de ‘Gereformeerde Bond’-kerken in de Nederlands Hervormde Kerk was het onderwerp van de (in)zegening van het homohuwelijk in 2004 een belangrijke obstakel om met de totstandkoming van de PKN mee te gaan. Een positiebepaling over de omgang met homoseksualiteit raakt daarom ook het bestaan van het kerkverband van de Hersteld Hervormde Kerk, dat toen ontstaan is. 

De tweede gebeurtenis is het congres dat op 16 november 2018 door de Theologische Universiteiten van Kampen (GKv) en Apeldoorn (CGK) georganiseerd is over het thema: ‘Homoseksualiteit en de kerk. Verschillende visies, één geloof’, waarin ook ervaringsverhalen gedeeld werden van homoseksuelen en lesbiennes in de kerk en hoe zij op verschillende en soms tegengestelde wijze hun seksualiteit met het geloof verbinden.

In reactie op deze beide nieuwsfeiten verscheen begin december 2018 de verklaring ‘Homoseksualiteit vraagt om hernieuwd belijden’. Deze verklaring was opgesteld door een 13-tal voorgangers uit reformatorische en bijbelgetrouwe evangelische kring. Men schrijft daarin dat de kerken in Nederland meer en meer buigen voor de gedachte dat homoseksualiteit ook binnen de kerken aanvaardbaar moet zijn. Daartegenover pleit men voor een duidelijke bijbelse positiekeuze.  

Twee van deze voorgangers, dr. Piet de Vries en Arjan Baan, hebben met een werkgroep vervolgens in december de Nashville-verklaring vertaald. Het doel van de vertaling en de verspreiding van dit document was om een tegenwicht te bieden tegen de acceptatie van homoseksualiteit en transgenders in christelijk Nederland.

De betekenis en waarde van deze verklaring is daarom meer dan alleen een pleidooi voor een bijbelse visie op het huwelijk. De verklaring is ook bedoeld om in reactie op ontwikkelingen in andere gereformeerd-orthodoxe kerken één bepaalde visie in de omgang met homoseksualiteit in de reformatorische kerken te promoten. Dat maakt het ingewikkeld om zonder voorbehoud met deze verklaring te kunnen instemmen.

De visie die in de Nashville-verklaring onder woorden wordt gebracht, is sterk verbonden met een strikte opvatting over wat een bijbelse visie op mannelijkheid en vrouwelijkheid zou inhouden. De verklaring is in de Verenigde Staten opgesteld door het CBMWThe Council on Biblical Manhood and Womanhood, die er vanuit gaat dat de bijbel aan mannen en vrouwen eigen rollen en verantwoordelijkheden voorschrijft. De man vervult de leidende posities in kerk en samenleving, terwijl de vrouw haar verantwoordelijkheid heeft in gezin en huwelijk, waarbij zij zich heeft te onderschikken aan de leiding van de man. Daarbij wordt op een biblicistische wijze een beroep gedaan op de scheppingsorde, zoals men die uit Genesis 1 en 2 en de uitspraken van Paulus over de positie van de vrouw in de gemeente afleidt. Wie van een dergelijke scheppingsorde van mannelijkheid en vrouwelijkheid uitgaat, zal per definitie homoseksualiteit als in strijd met de scheppingsorde moeten afwijzen.

Door deze visie op een scheppingsorde te omarmen maken de Nederlandse vertalers van het Nashville-document het zich ook moeilijk om op een pastorale wijze met homoseksualiteit te kunnen omgaan. De pastorale noties die zij aan het document toegevoegd hebben, zijn niet geïntegreerd in de visie op huwelijk en seksualiteit die in de verklaring zelf verdedigd wordt.

Het is daarom begrijpelijk dat predikanten en theologen in de GKv, de NGK en een deel van de CGK zich van de Nashville-verklaring gedistantieerd hebben, hoewel zij wel met het beoogde doel om het christelijke huwelijk hoog te houden kunnen instemmen. Zij missen echter in de verklaring een belangrijke pastorale gevoeligheid voor het omgaan met gelovige lesbiennes, homo’s, bisexuelen en transgenders (LHBT’ers). Ook vinden zij dat de Nashville-verklaring ogenschijnlijk een radicaal heldere bijbelse oplossing lijkt te bieden voor een complexe situatie, maar dat deze verklaring de theologische diepgang en nuance mist die nodig is om echt bijbels verantwoord te zijn. 

Ik betreur het dat het gesprek over geloof en leven door deze stellingname over huwelijk, (homo)seksualiteit en transgenders juist onder druk komt te staan in plaats van dat die bevorderd wordt. Als kerk geloven wij dat ieder welkom is bij God en door God geliefd wordt, wat je identiteit ook is, man of vrouw, Jood of heiden, homo, hetero of transgender.

Als kerken binnen het verband van de GKv hoeven wij op dit moment niet zoveel met deze verklaring te doen. Van de enkele ondertekenaar uit de GKv heeft een deel zijn handtekening al weer teruggetrokken. Ik beschouw het document vooral als een middel van de reformatorische kerken om in eigen kring helderheid te scheppen over de omgang met homoseksualiteit. Dat men daarvoor juist een beroep op dit Amerikaanse document gedaan heeft, vind ik een ongelukkige keus, die schade heeft gebracht aan het aanzien van de kerken en het christelijk geloof in Nederland. De belangrijkste les is wat mij betreft dat wij ons als kerk er voor inspannen om op zorgvuldige wijze en met respect voor de gevoelens en de eigen visie van de gelovige LHBT-ers over het onderwerp homoseksualiteit en geloof met hen te (blijven) spreken.

Zwolle, 10 januari 2019