Dr. Jan Boersema over hermeneutiek en ‘m/v en ambt’

In januari 2018 keek dr. Jan Boersema, emeritus-predikant van de GKv Apeldoorn-Centrum, op een reunie van studiegenoten aan de TU Kampen terug naar bijna 50 jaar theologie bedrijven. Ook stond hij stil bij de veranderingen, die hij had meegemaakt in de GKv en hoe hij die waardeerde. Speciaal ging hij in op de betekenis van de theologie van dr. K. Schilder voor vandaag.

In deze blog citeer ik hem als hij komt te spreken over de ontwikkeling van de gereformeerde hermeneutiek en over het thema ‘vrouw en ambt’. De gehele beschouwing is hier [ https://bit.ly/2BZK2jb ] te vinden op zijn weblog www.janboersema.com.

Ik begon pas te voelen dat er een scheiding zat tussen wat ik in Kampen geleerd had en wat de kerken voelden en beleefden in de jaren negentig. Toen was inmiddels de invloed van de evangelische kerken in de GKV aanzienlijk geworden, en ook de rol van de menswetenschappen. Daar kwam nog weer later bij de aandacht voor de hoorder in de prediking, en de kijk op communicatie die wezenlijk verschilde van wat Trimp in zijn publicatie ”Communicatie en ambtelijke dienst’ had geschreven (een rectorale oratie in 1976). Trouwens aan die verandering in blikrichting gaf hijzelf leiding door zijn boek “Klank en weerklank” uit 1989. Contacten met de CGK, en met name in de samenwerkings-gemeente Doesburg in de jaren 2010 en daarna versterkten bij mij die aandacht voor de hoorder.

In verband hiermee moet ik zeggen dat ik niet kan beamen dat in de laatste jaren vanuit Kampen een nieuwe hermeneutiek wordt voorgesteld. Het woord hermeneutiek wordt wel anders gebruikt dan in onze jaren. Toen liet prof. Van Bruggen scherp onderscheid maken tussen hermeneutiek als de leesregels voor de exegese, daarna de exegese zelf, en tenslotte de homiletiek waarbij de uitleg van de tekst wordt toegepast in de preek. Nu wordt in Kampen, net als daarbuiten, het woord hermeneutiek voor het hele proces gebruikt, van bijbellezen en uitleggen tot toepassen aan de hoorder van vandaag. Waarom ik toch zeg dat er niet van een nieuwe hermeneutiek sprake is? Omdat in gereformeerde exegese altijd aandacht aan de historische en literaire context van de Bijbeltekst is gegeven en niet biblicistisch is gewerkt.”

….

Als het gaat over de laatste ontwikkelingen in onze kerken moet mij van het hart dat ik niet het grootste probleem heb met de toenadering tot NGK, en ook niet met het man/vrouw besluit. Ik ben wel in beide zaken van standpunt veranderd, maar ik vind dat de koers van onze kerken daarin nu beter is dan vroeger.

De kijk op schepping en evolutie baart me veel meer zorgen. En ook op dat punt heb ik van Schilder, zij het in een notendop, toch basisgedachten meegekregen die kunnen helpen je standpunt in het nu te bepalen. Daarvan gaf ik boven iets weer.

…..

Ik heb in de afgelopen vijftig jaar behoorlijke ontwikkelingen doorgemaakt. Ook ik verkeerde in de jaren 70 in de overtuiging dat de NGK de synodalen achterna zouden gaan. Nu zie ik dat die inschatting verkeerd is geweest, sterker nog dat ook bij synodalen en hervormden niet de vrijzinnigheid toegenomen is maar eerder een vorm van orthodoxie. Eigenlijk de orthodoxie die ze vroeger de midden- orthodoxie noemden: niet het gereformeerde geloof van de Drie Formulieren van Eenheid, maar ook niet de schriftkritische moderne theologie. Een orthodoxie geconcentreerd op de kernzaken van het christelijke geloof, zoals beleden in de 12 artikelen, en niet met uitgesproken meningen over schepping en over de twee naturen van Christus, laat staan over verkiezing en verwerping. Eigenlijk reken ik Van den Brink daar ook toe, al is hij lid van de Geref. Bond. Ik hoop en bid dat de GKV en NGK niet bij zo’n midden-orthodoxie zullen uitkomen.

Op het punt van de vrouw in het ambt ben ik ook veranderd. Een vrouwelijk diakenambt heb ik altijd voorgestaan, op basis van 1 Tim.3, maar een vrouw in het regeerambt niet. Ik herinner me uit de Apeldoornse tijd dat NGK- collega Hans Arnold meegewerkt had aan een studierapport voor hun Algemene vergadering, en daarover met zekere blijdschap en voldoening aan ons vertelde, en dat ik het niets vond. Het was eigenlijk een rapport dat concludeerde dat er in de bijbel verschillende lijnen zijn en dat je elkaar vrij moet laten. Nu zie ik dat dit zo ook voorkwam in het rapport aan de GS Ede en dat daar afgeschoten werd, maar vervolgens ook op de synode van Meppel, en daar aangenomen werd. En ik ben er ook blij om. Zonder deze ruimte te geven kom je als kerken haaks op de samenleving te staan.

Krijgt dan toch de context, de cultuur, een waarde boven de Schrift? Ik zou dat zo niet willen zeggen. Ze spreken zeker mee. Maar wat nog belangrijker is: niemand leest de Schrift op eigen kracht. Je doet het samen met je broeders en zusters. En als er een duidelijk draagvlak in de kerken is om de lijn van de gelijkwaardigheid van man en vrouw, die de Schrift leert, ook door te trekken in de ambten, dan is dat werk van de Geest in de breedte van de kerk. De tijd dat de andere lijn prevaleerde, namelijk de man als hoofd van de vrouw, en de volgorde bij de schepping, was een tijd met een andere cultuur, en daarom kon toen ook gemakkelijker voor die lijn gekozen worden.

De zusterkerken in Indonesië raken we door deze besluiten van onze laatste GS kwijt. De emigrantenkerken in Australië en Canada ook. Daar is de kerkelijke cultuur dan ook anders dan hier. In Indonesië is er in het algemeen ruimte voor de vrouw in het ambt. Zo ook bij SETIA in Jakarta, en ook in andere kerken en scholen waar ik kom. Onze kerken in de GGRI zijn eigenlijk binnen Indonesië een uitzondering als het gaat om de vrouw in het ambt. Dat is ongetwijfeld door Nederlandse invloed zo gekomen, ook van mij vroeger. Maar toen ik begon te merken dat onze kerken van de GGRI de legitimiteit van hun eigen positie tegenover de volkskerk verdedigden met de afwijzing van de vrouw in het ambt, begreep ik dat element versteend werd. Het verschil werd niet gevormd door een zuiverder wijze van omgaan met de Schrift, maar kwam uit op een bepaald sjibboleth. Zoals in de jaren zestig in de GKV de Open Brief zo’n sjibboleth was.

Verstard denken kunnen we alleen overwinnen door levende omgang met de Bijbel en de hulp van de Heilige Geest. Ik voel me nog niet te oud om te leren en hoop dat het voor jullie ook geldt. En hoe vreemd het misschien mag klinken na wat in voorafgaande beschreven is: ik meen dat ik die open houding in Kampen heb geleerd.

Advertenties

4 gedachten over “Dr. Jan Boersema over hermeneutiek en ‘m/v en ambt’

  1. Toch wel merkwaardig dan dat uitgerekend prof. De Bruijne in Nader Bekeken van januari j.l. expliciet erkent dat er een verschuiving op hermeneutisch gebied heeft plaatsgevonden en onbekommerd spreekt over nieuwere hermeneutiek.

    • Prof. De Bruijne geeft aan dat men in Kampen met een bredere opvatting van hermeneutiek een ander accent legt dan in het recente verleden gebruikelijk was.

      Van Bruggen beperkte hermeneutiek nadrukkelijk tot de theorie van de exegese. Voor die bredere opvatting kan men echter wel voortbouwen op allerlei inzichten, die ook in het verleden al in Kampen naar voren werden gebracht. Deze bredere opvatting van hermeneutiek, – waarin dus ook bezinning op de toepassing plaatsvindt -, rechtvaardigt echter niet om de hermeneutiek zoals die nu in Kampen wordt voorgestaan als een ‘nieuwe hermeneutiek’ af te wijzen die tegengesteld aan de gereformeerde hermeneutiek zou zijn. De bredere invulling van hermeneutiek is namelijk niet gebaseerd op de zo genoemde ‘nieuwe hermeneutiek’ van Rudolf Bultmann, Ernst Fuchs en Gerhard Ebeleing, waar tegenover Van Bruggen zijn positie bepaalde.

      In de veroordeling van de besluiten over ´vrouw en ambt´van de GS Meppel 2017 is dit namelijk het verwijt, dat daarmee de ´nieuwe hermeneutiek´ van Bultmann c.s. ruim baan in de GKv heeft gekregen. M.i. zegt dr. Boersema daartegenover terecht dat ‘ook al wordt nu in Kampen, net als daarbuiten, het woord hermeneutiek voor het hele proces gebruikt, van bijbellezen en uitleggen tot toepassen aan de hoorder van vandaag, er toch geen sprake is van van een nieuwe hermeneutiek.’ In de M/V besluiten van 2017 wordt gewoon geargumenteerd op basis van de principes van de gereformeerde exegese, waarbij zoals Boersema schrijft: ‘altijd aandacht aan de historische en literaire context van de Bijbeltekst is gegeven en niet biblicistisch is gewerkt.”

  2. Ik neem aan dat je bij de term “veroordeling van de besluiten over ´vrouw en ambt´van de GS Meppel 2017” vooral doelt op wat in Nader Bekeken geschreven is. Zou je kunnen aangeven in welk artikel expliciet de relatie met Bultmann c.s. is gelegd?

    • In het artikel van dr. Pieter Boonstra, ‘Oude of nieuwe hermeneutiek?’, in Nader Bekeken – Jaargang 24 no 12 december 2017 – p. 343, noot 3, waarbij hij een omschrijving geeft ontleend aan het boek ‘New Hermeneutic’. In het door hem geciteerde 1e hoofdstuk van James M. Robinson worden Bultmann, Fuchs en Ebeling gepresenteerd als vertegenwoordigers van de ‘nieuwe hermeneutiek’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s