Het lichaam van Christus onderscheiden

(Preek over 1 Kor. 11, 17-34 bij de viering van het Avondmaal)

Wat doe je wanneer je als gemeente het Avondmaal viert? Waar gaat het om bij het Avondmaal? Wat is de kern en het centrum? Bij deze vragen wil ik vanmorgen als voorbereiding op de viering speciaal stil staan.


Dat zijn ook de vragen, die Paulus aan de Korintiërs stelt. Weten jullie wel wat jullie aan het doen zijn, wanneer jullie bij elkaar komen om te eten? Is dat nu een maaltijd van de Heer?

Wat is er aan de hand in Korinte? In Korinte is een kerk ontstaan door de verkondiging van Paulus. Samen met Silas en Timoteüs heeft hij er een anderhalf jaar gewerkt. Zo zijn er nu verschillende huisgemeenten, die samen de gemeenschap van christenen in Korinte vormen. 

Een gemeenschap met leden van verschillende achtergrond en afkomst, Joden en heidenen, Grieken, Romeinen, en met verschillende sociale en maatschappelijke posities: enkele rijken, maar voor het grootste deel hadden ze weinig of geen middelen van bestaan, en waren het slaven, arbeiders, soldaten, ambachtslieden (m/v).

Paulus is ondertussen al weer een jaar of drie weg, maar hij staat nog wel in nauw contact met de gemeente en hij hoort dus ook over het wel en wee daar. Dat is de aanleiding om zijn brief te schrijven. Er is namelijk verdeeldheid en er zijn misstanden. Eén daarvan is de manier waarop ze avondmaal vieren. Ze vieren die op een manier, waaruit blijkt dat ze de betekenis daarvan niet vatten. De viering bouwt de gemeenschap niet op, maar doet juist afbreuk aan de onderlinge verbondenheid.

Het was gebruikelijk om op de zondagmorgen vroeg bij zonsopgang bij elkaar te komen en aan het eind van de middag opnieuw. Dan werd er eerst gezamenlijk de hoofdmaaltijd van de dag gebruikt, waarna er een soort gebeds- en eredienst was. Zo’n bijeenkomst bestond op zijn hoogst uit zo’n 30 tot 40 mannen en vrouwen.

In die tijd was het normaal als men met elkaar at, dat er een hiërarchie was. De belangrijkste personen zaten op banken dicht bij de gastheer- of vrouw en kregen het beste eten als teken van speciaal eerbetoon. En als er niet genoeg plek was, dan moesten de minder belangrijke personen maar staan, of wat achteraf tegen de muur zitten of daarnaast in de open ruimte midden in het huis, met bord op schoot. Voor de slaven waren de restjes van de maaltijd.

Ook was het niet vreemd om herinneringsmaaltijden voor bekende personen te houden of maaltijden ter ere van een godheid, waarbij flink gegeten en gedronken werd.  

Kennelijk was de macht van deze oude gewoonten in Korinte nog te sterk. Als men bij elkaar kwam zetten status en positie toch nog de toon. Want als men in het huis van een rijke samenkwam, die daar de ruimte voor had, waren die ook de gastheer- en vrouw en bepaalden zij de regels van hoe de maaltijden gehouden zouden worden.

De een kreeg meer, de ander kreeg minder, en sommigen werden dronken, terwijl degenen die niets of weinig hadden moesten wachten tot de anderen uitgegeten waren. En zelfs ontbraken nog enkelen, omdat zij eerst als slaaf het werk van de dag voor hun meesters moesten afmaken.

Tijdens zo’n maaltijd dan ook nog het sterven en de opstanding van Jezus herdenken door het brood te breken en de zegening over de beker van de dankzegging uit te spreken? Dat kan niet. Dat is een totale miskenning van waar het in Jezus bij de instelling van het Avondmaal om gaat. Het is een onwaardige en een beschamende vertoning. Jullie beseffen niet dat het om het lichaam van Christus gaat, schrijft Paulus.

Paulus bedoelt met deze uitdrukking vooral te zeggen, dat dit gedrag haaks staat op wat Jezus beoogde. Jezus gaf zichzelf in de dood ten behoeve van zijn leerlingen en zijn toekomstige gemeente, juist om hen op te nemen in het Nieuwe Verbond. En dat houdt in – zo schrijft Paulus straks in het volgende hoofdstuk -, dat ‘wij allen in één Geest gedoopt zijn en één lichaam zijn geworden. Wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu Joden of Grieken zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.’ We delen allen gelijkelijk in het voorrecht om kinderen van God te worden en te zijn, en om ook zo behandeld te worden.

Van de bijzondere maaltijd om dat feit te gedenken maken deze Korintiërs een karikatuur. Ze gaan lijnrecht tegen Gods bedoeling in. Waar alle leden van de gemeente met eer en respect behandeld moeten worden, omdat zij allemaal deel zijn van Christus’ lichaam, vernederen zij hen die een lagere status hebben en geven zij elkaar als mensen van stand en invloed de eer van gelijken. Daarmee hebben zij het oordeel van God over zich afgeroepen.

Er is maar één remedie tegen dat Godsoordeel.

Paulus roept de welgestelde Korintiërs op om de scheidslijnen in status op te geven en de armere leden als gelijkwaardige deelgenoten aan de maaltijd te ontvangen, zodat ook zij hun honger kunnen stillen en zodat zij dan samen, in die houding van gelijkwaardigheid, op een waardige wijze het brood kunnen breken en uit de beker kunnen drinken als herinnering aan wat Jezus voor hen allen gerealiseerd heeft.


Daarmee ben ik terug bij die vraag, die ik aan het begin stelde: wat is de kern van de viering van het sacrament van het avondmaal. Centraal is dat wij in het brood Christus ontvangen, omdat Christus als gastheer ons ontvangt en ons in het brood zichzelf aan ons geeft. Wij gedenken in de viering dat Christus met zijn dood aan het kruis een nieuwe verbond tot stand gebracht heeft en dat wij daarin opgenomen zijn en nu bij God mogen horen. Avondmaal vieren is zo een bevestiging en een dikke streep onder je doop. Je bent werkelijk met Christus verbonden, je bent van Hem.

Maar de keerzijde daarvan is dat je tegelijk door de doop ook opgenomen bent in het lichaam van Christus. Je ben ingeschreven als burger van Gods koninkrijk en maakt deel uit van Gods volk. Het ontvangen van Christus in het brood kun je daarom niet los maken van het feit dat je deel bent van Christus’ lichaam. In het ontvangen van het brood ontvang je tegelijk je naaste als je broer en je zus in Christus. Christus onderstreept dat doordat wij allen van hetzelfde brood eten en doordat wij uit de beker dezelfde wijn drinken.

Het avondmaal beeldt uit en maakt zo zichtbaar dat wij door het brood zowel verbonden zijn met Christus als met elkaar. Beseffen dat het in het avondmaal om het lichaam van Christus gaat betekent dan ook, dat we deze twee dingen niet van elkaar los mogen maken. In het avondmaal gaat het zowel om de verbondenheid met Christus als die met elkaar.

Christus plaatst ons in de viering naast elkaar, ieder in onze eigenheid, met onze persoonlijkheid en onze individualiteit. Zo vormen we straks een rij en ontvangen wij Christus en daarin elkaar als het lichaam van Christus.

Dus als jullie straks die rij vormen, besef dan dat het gaat om het lichaam van Christus. Kijk maar om je heen om te zien wie die broer is en wie die zus is die naast je staat. En denk als je straks weer thuis bent er over na, wat het betekent, dat je opnieuw met hen in het avondmaal verbonden bent geraakt.

Welke verantwoordelijkheid geeft Christus aan jou, als je vandaag hier in de Fontein samen het avondmaal viert? En hoe maak je die verantwoordelijkheid het komende seizoen waar? Hoe ga jij die gastvrijheid voor elkaar en die verbondenheid met elkaar vorm geven? De gaven die jij gekregen hebt – financieel, materieel, of je tijd, je energie, je aandacht -, inzetten voor het lichaam van Christus?

Paulus windt er geen doekjes om. Je kunt niet het brood en de wijn ontvangen en vervolgens je broer of zus links laten liggen. Want dan maak je van het avondmaal een aanfluiting en zul je, ook al neem je deel aan de viering, Christus niet ontvangen.

Dit is dus het doel van de viering van vandaag: dat je in het ontvangen van Christus bij zult dragen aan de opbouw van zijn lichaam hier in Zwolle-West. Moge God jullie daarin zegenen.

Amen.


Liturgie GKv Zwolle-West d.d. 10 september 2019, de morgendiensten:

  • Votum en zegengroet
  • Zingen: GKB Psalm 63 : 1 en 2 (O God, mijn God, ik zoek uw hand)
  • Gebed
  • Lezen: NBV 1 Kor. 11 : 17 – 34
  • Zingen:  ELB Lied 422 (Als je geen liefde hebt voor elkaar)
  • Verkondiging
  • Zingen: ‘Breng ons samen’ van Sela (= U roept ons samen als kerk van de Heer)
  • Viering:
    • Instellingswoorden
    • Tijdens lopende viering zingen: Opw Lied 706 (Zie hoe Jezus lijdt voor mij)
    • Dankzegging en voorbeden
    • Zingen: LB Lied 654 : 1 en 6 (Zing nu de Heer, stem allen in)
  • Collecte
  • Zingen: GKB (2006) Gezang 161 :  2 en 4 (‘k Geloof in U, Heer Jezus, geboren uit de maagd)
  • Zegen