Appèl

De kerngroep ‘Bezinning M/V en ambt’ heeft op 14 december 2019 als appèl een ‘Open Brief‘ geschreven aan de Generale Synode van de GKv die afgelopen november in Goes gestart is.[i] Deze synode zal zich buigen over de verzoeken om het besluit van de GS Meppel 2017 om de vrouw in het ambt toe te laten, te herzien.

De ‘Open Brief‘ roept de GS Goes 2020 op om in haar bezinning op deze revisieverzoeken:

  1. bij de beoordeling daarvan de eenheid met de christelijke kerk weer uitdrukkelijk te zoeken;
  2. het Woord bij de overwegingen en beraadslagingen de beslissende stem te laten hebben;
  3. dat vervolgens ook te laten zien in (de onderbouwing van) de besluiten.

Voor een vergadering van gereformeerde kerken lijken mij dit vanzelfsprekende uitgangspunten en ik neem aan dat het ook de intentie van de synodeleden is om hun werk in overeenstemming met deze criteria te doen. Net zoals ook de leden van de vorige synode ongetwijfeld deze intentie hadden.

De reden voor de bezinningsgroep om de komende synode toch hiertoe aan te sporen, is dat men vindt dat de vorige synode het op deze punten in de praktijk heeft laten afweten. Het appèl is vooral een poging te beargumenteren, dat het besluit om de vrouw in het ambt toe te laten niet vanuit ‘het Woord’ onderbouwd is en daarmee strijdt met ‘het Woord’ en ook nog eens ‘de eenheid van de christelijke kerk’ verbreekt.  

Het lastige van deze ‘Open Brief ‘vind ik, dat men zich zo inhoudelijk verbonden heeft met de positie dat de vrouw het ambt niet mag bekleden, dat een andere uitkomst dan het honoreren van de revisieverzoeken niet acceptabel is. In hun optiek kan namelijk geen enkele onderbouwing vanuit ‘het Woord’ leiden tot de openstelling van het ambt voor de vrouw. Vrouwen en mannen gelijkwaardig laten dienen in het ambt betekent voor hen het accepteren van ‘de gelijkheidsideologie’ en ‘de culturele ontwikkelingen als leidraad nemen en die vervolgens te ‘vullen’ met bijbelse gegevens’.

Behalve dat deze ‘Open Brief‘ geen ruimte biedt voor een andere uitkomst dan het afwijzen van de vrouw in het ambt, heb ik grote moeite met enerzijds de tendentieuze wijze waarop het besluit van de GS Meppel 2017 wordt weergegeven en weggezet, anderzijds de manier waarop de impact van dit besluit op de vrijgemaakte kerken boven proportionaliteit wordt opgeblazen.

Om met dat laatste te beginnen. De besluiten zouden ‘tot grote verdeeldheid in de kerken geleid hebben’ en hebben ‘bij veel leden van de GKv een sterk gevoel van vervreemding doen ontstaan’. Dat kan de beleving van de bezinningsgroep zijn, maar feitelijk gezien heeft nog geen 10% van de kerken een revisieverzoek bij de synode ingediend, terwijl 66% van de kerken de ambten voor vrouwen heeft opengesteld. De overige kerken hebben veelal besloten om de definitieve besluitvorming op de komende synode af te wachten.

Tendentieus is de bewering, dat de grond voor het besluit van de GS Meppel de visie is ‘op de verhouding van Oude en Nieuwe Testament, die inhoudt dat in toenemende mate de bevrijding van de vrouw uit de beklemming van mannelijke overheersing zichtbaar wordt, met uiteindelijk de totale verlossing door Jezus zelf’. In het synodebesluit komen de termen ‘bevrijding van de vrouw’ en ‘de beklemming van de mannelijke overheersing’ niet voor.

Even misleidend is de stelling dat er geen grondige confrontatie heeft plaatsgevonden met de onderbouwing van de traditionele opvatting dat alleen de man in het ambt mag dienen. Dat de leden van de bezinningsgroep en dat de zusterkerken in het buitenland daardoor niet overtuigd zijn, dat is mogelijk. Maar tot twee maal toe confronteert het besluit van de GS Meppel zich met de zwijgteksten als grond voor de traditionele opvatting en verklaart het dat deze ‘in zichzelf geen onbetwistbare grond kunnen zijn om in onze tijd en omstandigheden vrouwen categorisch uit te sluiten van het leer- en het regeerambt’ en dat het voorschrift om te zwijgen ‘in ieder geval niet opgevat kan worden als een absoluut verbod tot (s)preken in de eredienst’.

De veronderstelling dat ‘de onderbouwde bezwaren en studies van onze zusterkerken in binnen- en buitenland in de afwegingen niet zichtbaar meegewogen zijn’ lijkt me ook vooringenomen en zeer onwaarschijnlijk, waar in het materiaal dat in de besluitvorming van de GS Meppel meegenomen is o.a. een brief omvat ‘van de Canadian Reformed Church (24-01-2017) waarin wordt ingegaan op het hoofdstuk 2 van het rapport Samen dienen’ en een ‘schriftelijke reactie van de VGKSA op vragen van de synodecommissie M/V en ambt (22-05-2017)’.

Tenslotte, ik stem van harte in met het uitgangspunt van de brief dat wij geroepen zijn tot ‘de gehoorzaamheid aan het Woord van Christus’. Dat deze gehoorzaamheid gekoppeld moet worden aan het uitsluiten van de vrouw in het ambt, wordt door de bezinningsgroep – ondanks alle aangewende retoriek in de verwijzing naar bijbelteksten – vooral verondersteld, maar hermeneutisch noch exegetisch beargumenteerd of aangetoond. Voor een laatste appèl lijkt me dat een gemiste kans.


[i] https://www.bezinningmvea.nl/entry/appel-op-de-generale-synode-van-de-gkv-goes-2020






Kerstavond 2019

Ik houd ervan om naar middeleeuwse bijbelse kunst te kijken. Vooral mooi vind ik dat de bijbelverhalen op een eigentijdse manier worden weergegeven. Ik heb twee voorbeelden van de aanbidding van de wijzen meegenomen.

Gebr. Van Limburg 1375 – 1416 – Aanbidding der wijzen –  Metropolitan Museum of Art, New York

De eerste is een miniatuur uit een manuscript in 1408 gepubliceerd. Alle bekende elementen uit de kerststal zijn aanwezig. De ezel en het rund in de stal, Maria, de oude Jozef, het kind, een herder met schapen, de ster die de stal beschijnt, op de achtergrond de stad Jeruzalem, en dan de drie wijzen met hun geschenken, die al voorgesteld worden als koningen, gezien de kronen die ze dragen.

Toegeschreven aan Master of Prado – Aanbidding der wijzen – tussen 1460 – 1470 – Museum Del Prado Madrid, naar Columba Altaar van Rogier van der Weyden (1455) in München, Alte Pinakothek.

En dan heb ik ook een schilderij uit 1460/70. Een opvallend verschil is dat de wijzen hier geen kronen hebben, maar een soort baretten dragen. Het meest opvallende verschil is, dat één van hen zwart is. Verder hebben ze verschillende leeftijden en afkomst gekregen: Caspar, de zwarte jongen van 20 komt uit Afrika, Melchior is een 40-er uit Europa en Balthasar een 60-er uit Azië. De drie wijzen zijn de vertegenwoordigers geworden van de drie toenmalige bekende werelddelen en van alle levensfasen: jeugd, volwassenheid en ouderdom.

Zo zie je dat er veranderingen in de verbeelding van het kerstverhaal ontstaan. En je zou kunnen zeggen, dat er ook allerlei elementen zijn die niet kloppen met de feitelijke gebeurtenissen rond kerst, zoals we die in de bijbel lezen. Toch denk ik dat dat ook niet de bedoeling van deze verbeelding is. De verbeelding wil vooral de theologische of godsdienstige betekenis van het kerstverhaal aan de toeschouwer duidelijk maken. En dat gebeurt op een symbolische verbeeldende manier.

Als je naar het schilderij kijkt, dan ziet het tafereel er vredig uit. Maar als je let op de manier waarop het opgebouwd is, kun je er ook tegenstellingen in opmerken. Deze tegenstellingen verwijzen symbolisch naar de spanningen die in het kerstverhaal in de bijbel zelf al aanwezig zijn. Het is namelijk de vraag of dit kind Jezus, dat geboren is in een familie die uiteindelijk van koninklijke afkomst is en waarvan de profeten lang geleden al aangekondigd hebben dat het ook van goddelijke afkomst zal zijn – of dit kind wel geaccepteerd en erkend zal worden.

De wijzen zijn gekomen om dit kind te eren als koningskind, als koning van de Joden. Het zijn magiers, waarschijnlijk uit Babel, die uit de stand van de sterrenhemel hebben opgemaakt, dat er iets heel bijzonders in het land van de Joden is gebeurd. Daarom zijn ze toen ze in Judea kwamen ook eerst naar de hoofdstad, naar Jeruzalem, gegaan.

Het vreemde is dat men daar nog van niets weet. De koning die daar troont, Herodes,  schrikt als hij het verhaal van de wijzen hoort. Hij ervaart de geboorte van dit koningskind als een directe bedreiging van zijn koningschap. En ook al suggereert hij dat hij het kind wil verwelkomen, uit de rest van het verhaal weten wij dat hij er op uit is dit kind te doden.

En dan zijn er in Jeruzalem de Joodse godsdienstige leiders. Ze weten precies te vertellen, waar dan een koningskind geboren zou moeten zijn: in Bethlehem, in het geboortedorp van de latere koning David, het dorp waar hij als herdersjongen is opgegroeid. Maar deze informatie is voor de leiders geen reden om dat kind te zoeken, te verwelkomen en te eren.

Zo wordt de betekenis van het Kerstverhaal hier vastgelegd in het beeld van de aanbidding van de wijzen. De wijzen staan voor de niet-joodse volken, de heidenen, die komen om in het kind Jezus God te aanbidden en te vereren met geschenken. Naast hen staat het joodse volk, waar Jezus uit geboren wordt: Jozef en Maria zijn daar de vertegenwoordiger van. Ook de os en de ezel verwijzen daar naar. De os als rein dier verwijst naar het Joodse volk en de ezel als onrein dier naar de heidense volken. Daarmee zegt dit schilderij dat de geboorte van het kind Jezus voor de hele wereld van betekenis is, zowel voor de Joden als heidenen.

Dat is ook wat de geestelijke leiders uit die profetie van Micha opdiepen: ‘Dit kind zal eens leider van zijn volk worden en het als een herder weiden, maar onder zijn leiding zal er ook in de hele wereld vrede heersen. Hij zal de tegenstand van een vijand als de Assyriers overwinnen.’  

De vraag die in het geboorteverhaal van Jezus besloten ligt is dus, wie hem als de door God gezonden leider zal erkennen? Welke houding neem je tegenover hem aan? Ga je hem eren, zoals de wijzen? Wijs je hem af, zoals de geestelijke leiders in Jeruzalem zullen doen? Of bind je zelfs in vijandschap de strijd tegen hem aan, zoals Herodes?

Op dit moment is die vrede wereldwijd nog toekomstmuziek. Maar wij zien er wel naar uit. Zoals het in het laatste bijbelboek Openbaring aangekondigd wordt: dat Jezus als het lam van God eens als koning over de hele aarde zal heersen en dat alle volken hem dan zullen eren en prijzen.

Vanavond worden wij in dit verhaal al uitgenodigd om in navolging van de wijzen Jezus te aanbidden en te eren. Om vandaag al dit pasgeboren kind als onze koning en Heer te ontvangen.[i]  


[i] Meditatie op Kerstavond 2019 in De Fontein (Gkv Zwolle-West). Lezingen: Micha 5, 1-5, Mattheüs 2, 1-12 en Openbaring 21, 1-2a en 22-26.