Liturgie als centrum van kerkzijn? [1]

Dit weekend een jaar geleden sprak dr. Hans Schaeffer aan de TU Kampen in zijn inaugurele rede als hoogleraar Praktische Theologie over ‘Liturgie als centrum van kerkzijn’.[2] Hij kon toen niet bevroeden hoe actueel het onderwerp van zijn rede zou worden, nu wij door de corona-crisis al bijna 4 maanden verstoken zijn van normale kerkdiensten. Daardoor zijn we nadrukkelijk voor de vraag gesteld, wat de functie en het belang van de liturgie voor het kerkelijk leven is. Is de liturgie werkelijk het centrum van het kerkzijn?

Schaeffer beantwoordt deze vraag met een volmondig ‘ja’. Hij doelt dan speciaal op de liturgie als vormgeving van de zondagse eredienst. Omdat hij daarnaast ook een breder begrip van liturgie gebruikt, is zijn spreken over het verband tussen liturgie en kerkzijn niet eenduidig. Hij omschrijft liturgie als ‘dat wat een groep mensen tot kerk maakt’ en als ‘een verzamelwoord voor een set praktijken die mensen doen – en waarbij door het doen ervan iets gebeurt’, omdat God ons door die praktijken aan zichzelf wil verbinden. Via die praktijken werkt God heilzaam in onze gebroken werkelijkheid en verzamelt hij zich een volk dat toeleeft naar de komst van Zijn rijk.

Kerkelijke praktijken

Met het concept ‘praktijken’ geeft Schaeffer aan dat het in het bieden van gastvrijheid, ziekenzalving, vergeving, onderhouden van de sabbat, een kerkdienst, aanbidding, miniwijkbijeenkomsten om elkaar te bemoedigen, diaconaat, zorg voor de naaste of evangelisatie, niet alleen gaat om het doen, maar om een ‘way of life’. Het doen is ingebed in wat de filosoof Charles Taylor ‘sociale beeldvorming’ noemt: beelden, verhalen, verwachtingen, die als een vanzelfsprekende ‘achtergrond’ het handelen begrijpelijk en zinvol maken. Voor de kerk is dat het grote verhaal van God en mensen. Zo is kerkzijn een ‘web van praktijken die tegelijkertijd de kerk markeren en haar constitueren.’ Dat betekent dat kerkelijke praktijken zowel expressie zijn van individueel of collectief geloof als dat ook Gods mystieke aanwezigheid daarin tot uitdrukking komt. Daarbij zijn het specifiek de praktijken van gebed en schriftlezing die de aandacht voor God voeden en ons richten op de bron, waar al die praktijken als gelovige antwoord op Gods handelen uit voortkomen.

Eredienst als levensvorm

De kern van de vraag is of de praktijk van de zondagse eredienst binnen deze kerkelijke praktijken een speciale status heeft die je als centrum kunt kwalificeren. Die gedachte past zeker bij de gereformeerde visie op de eredienst als de wekelijkse ontmoeting tussen God en zijn volk. In het samenkomen van de gemeente schenkt God zijn heil en ontvangt de gemeente deze in geloof. Voor Calvijn is het daarbij essentieel dat van de zondagse samenkomst een krachtige appel uitgaat tot een leven van dankbaarheid.  De zondagse liturgie wordt gezien als ‘de centrale van de krachtstroom die uitstraalt naar en gebruikt wordt in het dagelijkse leven’.

Schaeffer sluit zich hierbij aan, waarbij hij wel – net als zijn voorganger dr. Kees de Ruijter – twee nauw met elkaar samenhangende eigen accenten legt. Allereerst dat het in de eredienst gaat om Woord èn sacrament. Dit als correctie op de eenzijdige focus op het rationele en het woord in de gereformeerde traditie, waardoor de eredienst geheel gedomineerd werd door de prediker en de preek. Een tweede accent is dat hij de eredienst typeert als praktijk of levensvorm, waaraan de kerkgangers actief deelnemen en tegelijk zich in de liturgie als gelovige laten vormen. Voor deze vorming spelen juist de sacramenten, als speciale door God ingestelde rituelen, een belangrijke rol. Zo wordt de zondagse eredienst ‘een uniek intense plaats van de transformerende aanwezigheid van Gods Geest’ en vormt de liturgie ‘in feite het script van het christelijke leven’ (De Ruijter).

De stelling van Schaeffer is nu dat de eredienst als levensvorm de bronpraktijk is, waar al de andere kerkelijke praktijken aan ontspringen. Al die praktijken van kerkzijn verwijzen naar en hebben hun voedingsbodem in de omgang met God in de gemeenschappelijke viering van het heil in de liturgie. Zo is de zondagse eredienst het centrum van de kerkelijke praktijken, dat het hele christelijke leven wil doortrekken.

Alternatieve visies

Schaeffer gaat ook in op visies die de centrale rol van de eredienst in het kerkzijn relativeren. Enerzijds omdat de eredienst niet als een levensvorm ervaren wordt, waarin het christelijke leven als model wordt ingeoefend. De kerkdienst wordt vooral ervaren als een zelfstandig moment van ontmoeting met God en met elkaar als gemeente, bedoeld voor bezinning, inspiratie en om tot rust te komen in een alle aandacht opslokkende wereld. Anderzijds zijn dat visies die de vraag stellen of ‘kringen of projecten (soms) niet een veel betere oefenplaats’ van kerkelijke praktijken zijn dan de kerkdienst.

Een belangrijk bezwaar van deze relativering van de eredienst is voor Schaeffer dat de zondag gemakkelijk een zwerfsteen in het christelijke leven kan worden en zo het kerkzijn zelf op het spel staat. Zonder een bewuste wisselwerking tussen de zondagse eredienst en het dagelijkse leven, is het gevaar groot dat de praktijken van kerkzijn, zelfs die van bijbel lezen en bidden, op den duur hun kracht zullen verliezen en uiteindelijk zullen verdwijnen. Alleen een funderende bronpraktijk voor het kerkzijn zal dat tegen kunnen gaan.

Ter ondersteuning van zijn pleidooi voor de centrale rol van de zondagse liturgie in het kerkzijn voert Schaeffer naast een beroep op de geschiedenis – ‘de liturgie heeft een vorm gekregen, die zich in de loop der tijd bewezen heeft’ – als belangrijk argument aan, dat zijns inziens de kerk juist in de liturgie kerk wordt: ‘De kerk vindt in het vieren van de liturgie een vorm waardoor zij wordt wat zij is: volk van God, lichaam van Christus.’ Met name in het avondmaal komt door het handelen van God zelf deze gemeenschap van gelovigen tot stand. Daarin leren wij wat God met deze wereld wil en daar worden wij door de Geest verbonden met onze Schepper, Verlosser en Heiligmaker en ontvangen wij richting in het leven.

Ja en nee

Dr. Schaeffer heeft in zijn inaugurele rede een belangrijk thema aan de orde gesteld. Terecht wijst hij op gevaar dat kerkelijke praktijken zullen eroderen wanneer wij ons als christenen daarin niet voortdurend oefenen. Ook lijkt mij het belang van de zondagse eredienst voor de vorming en ondersteuning van ons geloof als christenen evident. Mijn vragen heb ik bij de manier waarop hij de zondagse eredienst en de kerkelijke praktijken met elkaar wil verbinden. Ook al is de zondagse eredienst inderdaad centrum van ons kerkzijn, is hij daarmee ook bij uitstek het middel om de kerkelijke praktijken te oefenen? Voor mij heeft Schaeffer de bezwaren die de alternatieve visies opgeworpen hebben, onvoldoende kunnen wegnemen.


[1]   Artikel in Gereformeerd Kerkblad d.d. 26 juni 2020, 73e Jaargang, nummer 13.

[2] In uitgewerkte vorm opgenomen als ‘Hoofdstuk 7’ in de bundel: Hans Schaeffer, Kerk om te vieren. Praktisch-theologische reflecties op kerkzijn, Kampen: Summum Academic Publications, 2019. In het Gereformeerd Kerkblad van 21 februari 2020 gaf ik een introductie op deze bundel.

Een gedachte over “Liturgie als centrum van kerkzijn? [1]

  1. Pingback: Oplossingen gezocht voor Joodse dienstvoorziening | From guestwriters

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s