Gen. 2-3 en de scheppingsorde

Excurs 2 – Gen. 2-3 en de zgn. scheppingsorde

Als belangrijk argument voor de ondergeschiktheid van de vrouw aan de man wordt genoemd, dat God Adam als eerste ter verantwoording roept, hoewel Eva als eerste van de vrucht gegeten heeft. Vanuit dit detail in het verhaal pleit men er voor om er vanuit te gaan dat ook in Gen. 2 een verschil in positie en verantwoordelijkheid van man en vrouw verondersteld wordt, waarbij de volgende elementen uit het verhaal als argumenten worden aangevoerd:

  • de man is uit de aarde geschapen, de vrouw vanuit de man;
  • alleen Adam krijgt de opdracht om de dieren namen te geven;
  • Eva weet van het gebod van God, omdat Adam haar dat verteld moet hebben;
  • de vrouw wordt aan de man als hulp gegeven;
  • de straf voor de vrouw is dat de man over haar moet heersen.

Maar als je inzoomt op de context van de geschiedenis van Gen. 2-3 is het de vraag of deze leeswijze houdbaar is. Er zijn namelijk fundamentele vragen bij te stellen.

Een belangrijke is: in hoeverre kun je aan elementen uit verhalende teksten normatieve uitspraken ontlenen?

Daarnaast: doe je met deze leeswijze wel recht aan de strekking van Gen. 2-3?  Kort gezegd is de strekking van deze hoofdstukken om te laten zien hoe de zonde de wereld in is gekomen en hoe God herstel en redding belooft. Herstel dat plaats zal vinden via het volk Israël.

Zo heeft Gen. 2-3 een functie in het grotere geheel van Gen. 1-11 als voorgeschiedenis van de geschiedenis van het volk Israël, dat in Gen. 12 begint met de roeping van Abraham. Gen. 2 kan wel gebruikt worden om een visie op het huwelijk te ontwikkelen, maar het is een overvragen van de geschiedenis in Gen. 2-3 om daar een maatschappijvisie in de vorm van een scheppingsorde op te willen bouwen.

De genoemde elementen zijn op basis van een analyse van Gen. 2 en 3 logisch te verklaren uit de wijze waarop de verteller het verhaal literair opgebouwd heeft. Van uit deze analyse is het ook aantoonbaar dat men op basis van allerlei onhoudbare veronderstellingen en zonder enige fundering in de tekst zelf de visie op de ondergeschiktheid van de vrouw aan de man in de uitleg van deze verhalen inleest. Een interpretatie die men verder probeert te onderbouwen met een onjuiste uitleg van Paulus’ spreken over het ‘hoofd’-zijn van de man.[i]

Verder: als het over normativiteit gaat is de enige norm die gesteld wordt, dat de mens niet van de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad mag eten. Daarnaast krijgt de mens de opdracht om de tuin van Eden te bewerken en er over te waken. De zonde van Eva en Adam is dat ze tegen dit gebod van God ingaan. Ze hebben de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid om als mens [=adam] Gods gebod te respecteren van hun kant niet waargemaakt. Hieraan kun je niet de conclusie verbinden dat Eva zich uit een ondergeschikte positie boven Adam verheven heeft. Wel dat ze door haar optreden een breuk geslagen heeft in hun onderlinge gelijkwaardige relatie.

Mijn conclusie is dat je aan de verhalende elementen in Gen. 2 en 3 niet zomaar, zoals de traditionele leeswijze dat voorstelt, rollen of verantwoordelijkheden kunt ontlenen die alleen voor de man of de vrouw gelden. Vooral niet omdat in die leeswijze ten onrechte het hulp-zijn van de vrouw uit Gen. 2 als ondergeschiktheid wordt uitgelegd en ook ten onrechte aan de straf voor de vrouw in Gen. 3:16 de norm ontleend wordt dat de man over de vrouw moet heersen.


[i] Voor een uitgebreidere analyse van de aangevoerde argumentatie om de ondergeschiktheid van de vrouw aan de man in Gen. 2 en 3 te lezen, verwijs ik naar mijn twee blogs over ‘Genesis 1-3 en de scheppingsorde’:  https://fpathuis.wordpress.com/2018/07/10/genesis-1-3-en-de-scheppingsorde-1/ en https://fpathuis.wordpress.com/2018/07/12/genesis-1-3-en-de-scheppingsorde-2/.

Advertenties

Gelijkwaardig en niet gelijk

Excurs 1 – ‘Man en vrouw zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk’

Tijdens de bespreking werd er gepleit voor een alternatieve visie, waarbij als tweede premisse werd genoemd de stelling: ‘man en vrouw zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk’. Deze visie kun je zo samenvatten:

  Alternatieve visie  
(1) Het ambt wordt gekenmerkt door gezaghebbend leidinggeven
(2) Man en vrouw zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk

► 1993: de vrouw mag wel stemmen  
► 2019: de vrouw mag niet in het ambt dienen  

De vraag is in welk opzicht de tweede premisse van dit alternatief verschilt van die van de traditionele visie op ‘vrouw en ambt’:

  Vergelijking van de traditionele en de alternatieve visie         
1930:  de vrouw is ondergeschikt aan de man / mag geen gezag over de man voeren
2019:  man en vrouw zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk  

Uit de bespreking bleek, dat het verschil zit in de overtuiging dat de vrouw niet gezaghebbend leiding mag geven over de man. Men vindt niet dat de vrouw ondergeschikt is aan de man, omdat man en vrouw gelijkwaardig zijn.  Wel vindt men dat aan het man- en vrouw-zijn bijbels gezien verschillende rollen en verantwoordelijkheden verbonden zijn, waarbij de man leiding heeft te geven aan de vrouw. Nadrukkelijk wordt benoemd dat dit leiding geven niet betekent dat de man over de vrouw mag heersen, omdat dit leiding geven in liefde moet gebeuren. Samenvattend is dit het argumentatieschema van de alternatieve visie:  

  Alternatieve visie  
(1) Het ambt wordt gekenmerkt door gezaghebbend leidinggeven
(2) Man en vrouw zijn gelijkwaardig, maar de vrouw mag geen gezag over de man voeren

► 1993: de vrouw mag wel stemmen
► 2019: de vrouw mag niet in het ambt dienen  

De vraag is, – afgezien nog van hoe je deze premisse kunt onderbouwen – ,  wat je met deze tweede premisse beweert. M.i. is die innerlijk tegenstrijdig en probeert men twee logisch gezien onverenigbare zaken te combineren. De norm ‘dat de vrouw geen gezag over de man mag voeren’ is nauw verbonden met het ondergeschikt-zijn van de vrouw aan de man, zoals dat in een patriarchale samenleving in de bijbelse tijd gangbaar was. Tegelijk aanvaardt men de gelijkwaardigheid van man en vrouw, dat het ondergeschikt-zijn van de vrouw aan de man uitsluit.

Daarom ervaar ik de uitdrukking ‘man en vrouw zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk’ als een inhoudsloos woordspelletje: je geeft met de ene hand en met de andere hand neem je de uitspraak dat ‘man en vrouw gelijkwaardig zijn’ weer terug.

M/V en de ‘nieuwe hermeneutiek’ in de GKv

Excurs 3 – De zgn. ‘nieuwe hermeneutiek’  

Met de term ‘nieuwe hermeneutiek’ of ‘moderne hermeneutiek’ wordt binnen de filosofie verwezen naar de moderne 20e eeuwse hermeneutische filosofie van Martin Heidegger, Hans Georg Gadamer en Paul Ricoeur. Binnen de theologie als wetenschap wordt deze term gebruikt om de modern-liberale en hermeneutische theologie van Rudolf Bultmann, Ernst Fuchs en Gerhard Ebeling te karakteriseren.

Het gebruik van de term ‘nieuwe hermeneutiek’ heeft met name sinds de jaren ’90 van de 20e eeuw een sjibbolet-functie gekregen binnen de kringen van verontruste vriigemaakten rond het blad Reformanda en later De Bazuin. De term is vooral gebruikt om daarmee andere visies en opvattingen binnen de GKv over huwelijk, echtscheiding, schepping, liturgie, man/vrouw, het 4e gebod en de zondagsbesteding, etc. te karakteriseren en als vrijzinnig of Schrift-kritisch te veroordelen en zo de eigen visie als bijbelgetrouw te presenteren. Met name enkele theologen aan de TU Kampen en verscheidene GKv-synodes waren het doelwit van deze beschuldigingen. Met deze term legitimeerde men vervolgens in 2003 en latere jaren de afscheiding van de GKv en de oprichting van het kerkverband de DGK.

Via de publicaties in Reformanda en De Bazuin is deze term ook in zwang geraakt bij vertegenwoordigers van de buitenlandse kerken in b.v. Canada en Australië om hun verontrusting over ontwikkelingen in de GKv onder woorden te brengen. Tenslotte is het met name de laatste paar jaar ook de voorkeursterm geworden in het blad Nader Bekeken om de veranderende visie op ‘vrouw en ambt’ te verklaren en wordt deze term nu ook als sjibbolet gebruikt om het besluit van de synode om het ambt voor de vrouw open te stellen als Schriftkritisch af te wijzen.[i]

Mijn moeite met het gebruik van deze term in het gesprek over ‘m/v en ambt’ is, dat men op deze wijze degene die pleit voor de vrouw in het ambt zonder grond stigmatiseert en verdacht maakt. Niemand die een pleidooi voert voor de vrouw in het ambt verwijst namelijk naar of verdedigt zijn exegese of visie met een beroep op (de vertegenwoordigers van) de ‘nieuwe’ of ‘moderne’ hermeneutiek.

De term ‘nieuwe hermeneutiek’ wordt gebruikt om met de traditionele visie als norm andere interpretaties van de m/v-teksten af te wijzen. Wanneer echter de ene uitleg tegenover de andere uitleg staat, moet je m.i. de argumentaties van beide interpretaties ten opzichte van elkaar afwegen en niet de ene, jou niet welgevallige interpretatie bij voorbaat buiten de orde plaatsen. Ik vind het kwalijk wanneer je zo de eigen interpretatie buiten de discussie houdt door daar het etiket ‘Schriftgetrouw’ voor te claimen en op interpretaties die daarvan verschillen het etiket ‘Schriftkritiek’ te plakken.

Er is in de GKv geen sprake van een ‘nieuwe hermeneutiek’, maar een verschil van visie op de toepassing van èn de betekenis van de regels van de gereformeerde hermeneutiek. Laat daar inhoudelijk het gesprek over gaan zonder dat je de ander als Schriftkritisch of vrijzinnig wegzet.

Historisch gezien is het ook vreemd om deze term te verbinden aan argumenten die al een eeuw lang in de gereformeerde kerken gebruikt worden om een alternatieve uitleg van de m/v-teksten te bieden. Want dezelfde argumenten werden al in het begin van de 20e eeuw – toen er van ‘nieuwe hermeneutiek’ nog lang geen sprake was – aangevoerd om een pleidooi te voeren voor het vrouwenstemrecht op de synode van 1927 en 1930 en door J.C. Sikkel in zijn in 1920 postuum uitgegeven lezing ‘De groote toekomst en de vrouw’ (1920) om te betogen dat het geoorloofd is dat ook vrouwen geroepen zouden mogen worden tot het ambt van predikant, ouderling en diaken.


[i] Ik denk aan dr. Cornelis van Dam in zijn artikel ‘Onze zusterkerken openen alle kerkelijke ambten voor de vrouw’ op www.eeninwaarheid.info d.d. 04-07-17: ‘De synode heeft de nieuwe manier van de Schrift lezen omhelsd; een manier die hen in slavernij brengt, in dit geval de slavernij van de huidige, heersende gelijkheidscultuur’. Verder denk ik aan de artikelen van Pieter Boonstra, waarin hij in het blad Nader Bekeken geregeld betoogt, dat in het synodebesluit de hedendaagse context het uitgangspunt is geweest en zo bepalend en normatief is geworden voor de uitleg van de bijbel. Hij vindt dat de synode zo een nieuwe hermeneutiek heeft ingevoerd, aan Schriftkritiek doet en zich niet onderwerpt aan het gezag van de bijbel als Gods Woord. Volgens hem zijn de kerken besmet geraakt door een virus dat tot vrijzinnigheid leidt. Voor de precieze verwoordingen verwijs ik b.v. naar zijn artikelen ‘Oude of nieuwe hermeneutiek’, Nader Bekeken, jrg. 24, nr. 12, december 2017, p. 341-345 en ‘Nieuwe hermeneutiek en nieuwe vrijzinnigheid’, Nader Bekeken, jrg. 25, nr. 2, februari 2018, p. 41-45.

Man, vrouw en ambt

Op maandag 28 januari 2019 mocht ik op een dialoogavond van onze gemeente de Fontein (de GKv Zwolle-West) rond het onderwerp ‘Man, vrouw en ambt’ een inleiding verzorgen over de uitleg van de zwijgteksten en de scheppingsorde.

De avond stond in het kader van een bespreking van het besluit van de GKv Synode Meppel 2017 om het ambt voor de vrouw open te stellen.  

De inleiding bestaat uit de volgende drie onderdelen:

1e.  Wat is er veranderd in de visie op ‘vrouw en ambt’?

Hierin ga ik in op het verschil tussen de traditionele visie en de visie van de synode, dat ligt in het gegeven dat we nu uitgaan van de gelijkwaardigheid van man en vrouw in tegenstelling tot de vroegere ondergeschikt van de vrouw aan de man.

2e.  Hoe kan het dat de bijbel nu anders gelezen wordt?

Hierin besteed ik aandacht aan vier elementen, op grond waarvan wij de m/v-teksten vandaag anders lezen dan vroeger, te weten:

  •  De samenleving waarin wij de bijbel lezen is veranderd
  •  Er is meer aandacht voor de context van de bijbeltekst
  •  Verantwoord bijbelgebruik is meer dan bewijsteksten verzamelen
  •  Niet alles wat in de bijbel staat heeft hetzelfde soortelijk gewicht

3e.  Mag je de bijbel zo anders lezen?

Om deze vraag te beantwoorden benoem ik drie zaken, op grond waarvan dat geoorloofd is:

  • Gewoon gereformeerde hermeneutiek
  • De patriarchale samenleving is niet normatief.
  • Het gezag van het ambt ligt niet in de persoon (m/v), maar in de Zender

In vier excursen bespreek ik thema’s die in de bespreking van de inleiding naar voren kwamen:

  Excurs 1 – ‘Man en vrouw zijn gelijkwaardig, maar niet gelijk’

  Excurs 2 – Gen. 2 en 3 en de zgn. scheppingsorde

  Excurs 3 – De zgn. ‘nieuwe hermeneutiek’  

  Excurs 4 – Patriarchale samenleving en cultuur 

De uitwerking van de lezing is hier te vinden: https://fpathuis.files.wordpress.com/2019/01/inleidinggemeenteavondgkvzwolle-westd.d.28-01-2019.pdf

De ‘Nashville-verklaring’ – een duiding

Ten behoeve van de Nieuwsbrief in onze gemeente, de GKv De Fontein in Zwolle-West, schreef ik deze week een achtergrondartikel om de betekenis en waarde van de Nashville-verklaring te duiden.

De Nashville-verklaring – een duiding

Afgelopen weekend ontstond grote commotie over de Nashville-verklaring. Dat is de vertaling van een Amerikaans document uit 2017, waarin evangelicale christenen stelling nemen tegenover een postmoderne westerse cultuur, die haaks staat op het bijbels spreken over huwelijk en seksualiteit.

Enkele predikanten en voorgangers uit de reformatorische gezindte, waaronder dr. Piet de Vries, docent aan de theologische opleiding van de Hersteld Hervormde Kerk aan de VU, hebben dit document in het Nederlands vertaald en aan hen bekende predikanten en SGP-politici uit de reformatorische kerken gevraagd deze te ondertekenen. M.n. door de ondertekening door het SGP 2e-kamerlid Kees van der Staaij is de verklaring landelijk in het nieuws gekomen en is deze verklaring door een groot deel van de Nederlandse samenleving en politiek als homo-vijandig document afgewezen.  

Dat het juist vertegenwoordigers van de reformatorische kerken zijn die met deze verklaring zijn gekomen, is niet zo verwonderlijk. Want de reformatorischen hebben zich het afgelopen jaar regelmatig moeten bezinnen op hun houding tegenover homoseksualiteit. Ook heeft de SGP en haar achterban zich de laatste tien jaar over haar visie op de plaats van de vrouw in maatschappij en politiek tegenover de Nederlandse samenleving moeten verantwoorden en hun visie daarop gedeeltelijk moeten aanpassen.

De aanleiding voor een bezinning op homoseksualiteit ligt in een flyer die in maart 2018 bij het  Reformatorisch Dagblad (RD) gevoegd was. Daarin was de landelijke reclamecampagne van een kledingbedrijf met de afbeelding van zoenende mannen van een groot rood kruis voorzien. De bedoeling van de flyer was om protest aan te tekenen tegen deze reclame-uiting. Homo’s, ook in de lezerskring van de krant, voelden zich door deze flyer gekwetst. Toen daarop aan het RD een advertentie aangeboden werd, die juist positief was ten opzichte van relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht, werd die advertentie door het RD geweigerd. Naast nieuwe ophef daarover in de samenleving, kwamen er ook reacties van christen-homo’s en -lesbiennes. Als vervolg op deze kwesties is er in het RD in mei 2018 een briefwisseling geweest tussen de hoofdredacteur en een christen-homo, John Lapré. Het effect van al deze acties was dat gedurende het grootste deel van 2018 homoseksualiteit nadrukkelijk als thema in het RD aan de orde is geweest.

Om de indruk te vermijden dat het RD een meer tolerante positie in zou nemen ten opzichte van homoseksualiteit dan in het verleden, is er op 14 november 2018 een gezamenlijk opinieartikel van de hoofdredactie en het bestuur van het RD in samenwerking met de al eerder genoemde dr. Piet de Vries gepubliceerd, waarin men helderheid wilde bieden over de visie van het RD tegenover homoseksualiteit. O.a. stelde men daarin:

Praktisch betekent dit dat wij niet willen meegaan in de tendens om te stellen dat er vanuit een eenheid des geloofs verschillende visies op homoseksualiteit mogelijk zijn. We willen waarschuwen voor de tendens om van een afwijzing de stap eerst naar pastorale oplossingen te zetten en ten slotte naar de volledige aanvaarding van homoseksuele relaties. We kunnen en willen dus ook niet meegaan in de gedachtegang dat er in het geloof niets mis mee kan zijn als twee mensen van hetzelfde geslacht, twee mannen, twee vrouwen, van elkaar houden.

Een tweede aanleiding om als reformatorische kerken met een visie op homoseksualiteit naar buiten te komen is, dat ze zich gedrongen voelen hun positie te bepalen ten opzichte van ontwikkelingen in de PKN en de drie kleine orthodoxe kerken GKv, de NGK en de CGK. Twee nieuwsfeiten waarin deze kerken een rol spelen, kunnen als een directe katalysator gezien worden voor de vertaling van het Nashville-document.

De eerste is het besluit van de PKN-synode op 15 november 2018 om weliswaar het onderscheid in de kerkorde tussen ‘huwelijk’ en andere ‘levensverbintenissen’ te handhaven, maar ook te verklaren dat de kerkorde ‘geen waardeoordeel geeft over de seksuele geaardheid van haar leden noch over hun persoonlijke keuzes als het gaat om het huwelijk of andere levensverbintenissen’. Voor een deel van de ‘Gereformeerde Bond’-kerken in de Nederlands Hervormde Kerk was het onderwerp van de (in)zegening van het homohuwelijk in 2004 een belangrijke obstakel om met de totstandkoming van de PKN mee te gaan. Een positiebepaling over de omgang met homoseksualiteit raakt daarom ook het bestaan van het kerkverband van de Hersteld Hervormde Kerk, dat toen ontstaan is. 

De tweede gebeurtenis is het congres dat op 16 november 2018 door de Theologische Universiteiten van Kampen (GKv) en Apeldoorn (CGK) georganiseerd is over het thema: ‘Homoseksualiteit en de kerk. Verschillende visies, één geloof’, waarin ook ervaringsverhalen gedeeld werden van homoseksuelen en lesbiennes in de kerk en hoe zij op verschillende en soms tegengestelde wijze hun seksualiteit met het geloof verbinden.

In reactie op deze beide nieuwsfeiten verscheen begin december 2018 de verklaring ‘Homoseksualiteit vraagt om hernieuwd belijden’. Deze verklaring was opgesteld door een 13-tal voorgangers uit reformatorische en bijbelgetrouwe evangelische kring. Men schrijft daarin dat de kerken in Nederland meer en meer buigen voor de gedachte dat homoseksualiteit ook binnen de kerken aanvaardbaar moet zijn. Daartegenover pleit men voor een duidelijke bijbelse positiekeuze.  

Twee van deze voorgangers, dr. Piet de Vries en Arjan Baan, hebben met een werkgroep vervolgens in december de Nashville-verklaring vertaald. Het doel van de vertaling en de verspreiding van dit document was om een tegenwicht te bieden tegen de acceptatie van homoseksualiteit en transgenders in christelijk Nederland.

De betekenis en waarde van deze verklaring is daarom meer dan alleen een pleidooi voor een bijbelse visie op het huwelijk. De verklaring is ook bedoeld om in reactie op ontwikkelingen in andere gereformeerd-orthodoxe kerken één bepaalde visie in de omgang met homoseksualiteit in de reformatorische kerken te promoten. Dat maakt het ingewikkeld om zonder voorbehoud met deze verklaring te kunnen instemmen.

De visie die in de Nashville-verklaring onder woorden wordt gebracht, is sterk verbonden met een strikte opvatting over wat een bijbelse visie op mannelijkheid en vrouwelijkheid zou inhouden. De verklaring is in de Verenigde Staten opgesteld door het CBMWThe Council on Biblical Manhood and Womanhood, die er vanuit gaat dat de bijbel aan mannen en vrouwen eigen rollen en verantwoordelijkheden voorschrijft. De man vervult de leidende posities in kerk en samenleving, terwijl de vrouw haar verantwoordelijkheid heeft in gezin en huwelijk, waarbij zij zich heeft te onderschikken aan de leiding van de man. Daarbij wordt op een biblicistische wijze een beroep gedaan op de scheppingsorde, zoals men die uit Genesis 1 en 2 en de uitspraken van Paulus over de positie van de vrouw in de gemeente afleidt. Wie van een dergelijke scheppingsorde van mannelijkheid en vrouwelijkheid uitgaat, zal per definitie homoseksualiteit als in strijd met de scheppingsorde moeten afwijzen.

Door deze visie op een scheppingsorde te omarmen maken de Nederlandse vertalers van het Nashville-document het zich ook moeilijk om op een pastorale wijze met homoseksualiteit te kunnen omgaan. De pastorale noties die zij aan het document toegevoegd hebben, zijn niet geïntegreerd in de visie op huwelijk en seksualiteit die in de verklaring zelf verdedigd wordt.

Het is daarom begrijpelijk dat predikanten en theologen in de GKv, de NGK en een deel van de CGK zich van de Nashville-verklaring gedistantieerd hebben, hoewel zij wel met het beoogde doel om het christelijke huwelijk hoog te houden kunnen instemmen. Zij missen echter in de verklaring een belangrijke pastorale gevoeligheid voor het omgaan met gelovige lesbiennes, homo’s, bisexuelen en transgenders (LHBT’ers). Ook vinden zij dat de Nashville-verklaring ogenschijnlijk een radicaal heldere bijbelse oplossing lijkt te bieden voor een complexe situatie, maar dat deze verklaring de theologische diepgang en nuance mist die nodig is om echt bijbels verantwoord te zijn. 

Ik betreur het dat het gesprek over geloof en leven door deze stellingname over huwelijk, (homo)seksualiteit en transgenders juist onder druk komt te staan in plaats van dat die bevorderd wordt. Als kerk geloven wij dat ieder welkom is bij God en door God geliefd wordt, wat je identiteit ook is, man of vrouw, Jood of heiden, homo, hetero of transgender.

Als kerken binnen het verband van de GKv hoeven wij op dit moment niet zoveel met deze verklaring te doen. Van de enkele ondertekenaar uit de GKv heeft een deel zijn handtekening al weer teruggetrokken. Ik beschouw het document vooral als een middel van de reformatorische kerken om in eigen kring helderheid te scheppen over de omgang met homoseksualiteit. Dat men daarvoor juist een beroep op dit Amerikaanse document gedaan heeft, vind ik een ongelukkige keus, die schade heeft gebracht aan het aanzien van de kerken en het christelijk geloof in Nederland. De belangrijkste les is wat mij betreft dat wij ons als kerk er voor inspannen om op zorgvuldige wijze en met respect voor de gevoelens en de eigen visie van de gelovige LHBT-ers over het onderwerp homoseksualiteit en geloof met hen te (blijven) spreken.

Zwolle, 10 januari 2019

‘Doorvretend virus’

In het burgerlijk verkeer kennen we de begrippen belediging, smaad en laster. Dit zijn vergrijpen die strafbaar zijn. Er is sprake van smaad als iemand opzettelijk ‘slechte’ dingen zegt over een ander, met als doel dat anderen dit ter ore komt en deze persoon in een slecht daglicht wordt gesteld. Iemand wordt echter niet voor smaad veroordeeld wanneer hij te goeder trouw had kunnen aannemen dat het te laste gelegde feit waar was én het in het algemeen belang was dat dit ten laste werd gelegd.

Hieraan moest ik denken, toen deze week opnieuw in het blad Nader Bekeken[i] de visie dat vrouwen in het ambt mogen dienen in verband werd gebracht met ‘nieuwe hermeneutiek‘ en ‘vrijzinnigheid‘ en met noties als dat ‘de bijbel niet meer als norm wordt erkend‘ of dat deze visie ‘in strijd is met art. 3 t/m 7 van de NGB’ en dat er metaforen worden gebruikt als ‘een regelrechte aanval op het geopenbaarde Woord van God’, ‘een aanval op het verlossingswerk van Christus‘ en ‘een (doorvretend) virus‘ dat ‘deze dagen om zich heen grijpt’.[ii]  Het K-woord gebruikt men nog net niet, maar de strekking is duidelijk: isoleren, wegsnijden en definitief verwijderen.

Nu gaat het in de genoemde artikelen van Nader Bekeken natuurlijk niet direct over personen, maar over een visie. Ook gaat het strikt genomen niet eens over de vrouw in het ambt, maar over een visie die men eerst gedefinieerd heeft als ‘de nieuwe hermeneutiek’, waarop men vervolgens alle mogelijke argumenten op los laat om te laten zien hoe verderfelijk die wel niet is. En tenslotte heeft men natuurlijk het algemene belang op het oog: het gaat om het gereformeerd zijn en blijven. Strafrechtelijk gezien is er dus van smaad geen sprake.

En toch vind ik het een zeer unfaire manier van positie bepalen in het gesprek over de uitleg van de bijbel rond de vraag of de vrouw in het ambt zou mogen dienen. Want de context van deze artikelen is natuurlijk wel het besluit van de GS Meppel 2017 om het ambt voor de vrouw open te stellen. Niet voor niets worden al deze artikelen uit Nader Bekeken meteen ook gepubliceerd op de bezinningssite www.bezinningmvea.nl, die ‘Studie naar bijbeluitleg, achtergronden en gevolgen van de synode-besluiten Meppel 2017’ wil bieden.

Door zo de positie van de andere kant in het gesprek negatief te karakteriseren, worden degenen die op de synode voor dit besluit gestemd hebben en ieder die een pleidooi voert voor de vrouw in het ambt, weggezet als dwaalleraren[iii] bij wie Gods Woord en dus ook de gelovigen niet veilig zijn, omdat zij zich hebben overgeleverd aan de Schriftkritiek. Een belastender kwalificatie is in de kerk bijna niet mogelijk, of het moet dat andere K-woord zijn: ketter.

Wanneer je de argumentatie in de verschillende artikelen analyseert, blijkt dat dit oordeel voornamelijk gebaseerd is op het uitgaan van het eigen gelijk.

De onderliggende veronderstelling is namelijk, dat alleen de klassieke visie dat de vrouw niet in het ambt mag dienen gereformeerd is.[iv] Dat is het uiteindelijke criterium waar andere interpretaties aan gemeten worden. Wie bij het lezen van de bijbel tot een andere conclusie komt, heeft de teksten dus niet volgens de regels van de gereformeerde hermeneutiek geëxegetiseerd en is dus aanhanger van een ‘nieuwe hermeneutiek’, met alle negatieve en ‘ketterse’ kwalificaties die men daar vervolgens aan verbindt.

Ook al is er juridisch geen sprake van smaad, ethisch gezien vind ik de manier waarop in deze artikelen geargumenteerd wordt, geen voorbeeld dat in Nader Bekeken ‘de eer en de goede naam van de naaste zoveel als mogelijk verdedigd en bevorderd wordt’.[v] Je moet wel erg te goeder trouw zijn, wil je aannemen dat deze artikelen zo bedoeld zijn en dat effect zullen hebben.

Voor een open gesprek is het beter om zo zakelijk mogelijk te blijven argumenteren en niet op basis van ‘straw man’-argumenten[vi] en algemeenheden – die men vervolgens aan de voorstanders binnen de GKV van de vrouw in het ambt toeschrijft – de visie van een groot deel van de kerk te diskwalificeren en te stigmatiseren. Door op de manier van Nader Bekeken te blijven argumenteren wordt een werkelijk gesprek over de vrouw in het ambt belast, zo al niet belemmerd en maakt men dit gesprek misschien wel onmogelijk.


[i] Het nieuwe nummer van Nader Bekeken, Jaargang 25 nr. 12, december 2018, waar prominent op het voorblad staat ‘Doorvretend virus‘. Dit blad wordt in de GKV uitgegeven door de Stichting Woord en Wereld die zo informatie en voorlichting wil geven tot versterking van het gereformeerde leven onder het motto ‘dankbaar gereformeerd’, (zie website www.woordenwereld.nl).

[ii] Artikelen van Pieter Boonstra in Nader Bekeken, de nummers van December 2017, Februari 2018 en December 2018.

[iii] De titel van het artikel waar de term ‘Doorvretend virus’ aan ontleend is, luidt: ‘De les van een gerechtelijke dwaling’. Als je zo nodig over een gerechtelijke dwaling wilt spreken, is de vraag interessant bij wie die dwaling dan wel aanwezig is: bij de traditie of bij de synode.

[iv] De GS Synode Ede 2014-2015 heeft destijds nogmaals bevestigd, dat ‘de visie dat behalve mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen moet vrij bespreekbaar zijn zolang er vanuit de Schrift geargumenteerd wordt’, (Acta,p. 41).  

[v] Uitleg in HC Zondag 43 van het negende gebod.

[vi] ‘Een ‘stropop’-redenering (stroman/vogelverschrikker) is een type drogreden waarbij men niet het werkelijke standpunt van de tegenstander weerlegt maar een (karikaturale) variant daarvan. Men interpreteert het standpunt van de tegenstander zodanig dat dit standpunt gemakkelijk te weerleggen is en suggereert dan dat dat het werkelijke standpunt van de tegenstander is’, (omschrijving op Wikipedia).

Fragment van een preek over Galaten 3:28

Kort geleden mocht ik in mijn gemeente een themadienst houden over het bijbelgebruik in het gesprek over ‘man/vrouw en ambt’. De invalshoek die ik nam, was die vanuit Galaten 3 en 4 in combinatie met Gen. 1:27-28. Als thema koos ik: ‘Mannen en vrouwen – in Christus erfgenamen van God’. [i]

Als introductie op de preek gaf ik eerst een overzicht van de manieren waarop in de GKV in de 20e eeuw een verschuiving te zien is in de visie op de verhouding van man en vrouw. Vervolgens liet ik zien hoe deze veranderde visie van ‘ondergeschiktheid’ naar ‘gelijkwaardigheid’ in 2017 heeft geleid tot de openstelling van het ambt voor de vrouw.[ii]  Ik eindigde met de manier waarop Paulus met de Schrift omgaat en welke implicaties dat heeft voor de positie van de vrouw in de kerk.

 

  •  Paulus’ Schriftberoep in 1 Tim. 2 : 11-15

Wie Paulus zijn beroep op de Schriften wil begrijpen, moet weten dat Paulus de geschriften van Israël leest door de lens van (het geloof in) Jezus Christus.[iii] Het Oude Testament getuigt van Christus. Een van de belangrijke leeswijzen van Paulus is die van de typologie. Zoals b.v. in Galaten 3:16, waar hij zegt: ‘het zaad van Abraham dat gaat over Christus‘. Op dezelfde manier kan hij ook zeggen in 3:29, dat wij die in Christus geloven, ook zaad van Abraham zijn: erfgenamen volgens de belofte.

Zo kan Paulus ook een beroep op het Oude Testament doen om iets te illustreren of als waarschuwend voorbeeld te stellen. Bekend is 1 Kor. 10, waar Paulus de rots in de woestijn, waar het volk Israël uit dronk, identificeert met Christus. Op dezelfde wijze verwijst Paulus’ in 1 Tim. 2 naar Eva en Adam.

Het punt dat Paulus in 1 Tim. 2 duidelijk wil maken is, dat net zoals Eva bedrogen is door de slang, de vrouwen in de gemeente van Efeze bedrogen zijn door dwaalleraren – die zelf weer door Satan geïnspireerd zijn. Hij wil niet dat die vrouwen nu dat model van Eva volgen, die nadat zij zelf bedrogen was, Adam op een dwaalspoor bracht. Ze mogen de mannen in de gemeente van Efeze niet op een dwaalspoor brengen. Paulus’ verwijzing naar Gen. 2 en 3 is niet bedoeld om normatief een zgn. scheppingsorde te funderen. Wat Paulus hier doet is op typologische wijze, bij wijze van voorbeeld, te illustreren en te onderstrepen wat er in de gemeente van Efeze gebeurt en wat er op het spel staat. Daarom moeten die vrouwen een toontje lager zingen en legt Paulus ze in deze concrete situatie het zwijgen op en instrueert hij ze dat ze zich eerst op de juiste wijze moeten laten onderwijzen.[iv]

 

  • Paulus’ visie op de gemeente als ‘een nieuwe schepping’

Wanneer Paulus de Schriften van Israël leest, dan doet hij ook dat vanuit zijn overtuiging dat in Christus er ‘een nieuwe schepping’ gekomen is (2 Kor. 5:17): ‘Iemand die één met Christus is, [is] een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen’. Door het kruis heeft God een einde gemaakt aan de macht van zonde en dood en heeft hij een nieuwe werkelijkheid tot stand gebracht. In de Geest mogen de gelovige en de gemeente een eschatologisch voorschot ervaren van de beloofde verlossing.[v]

Vanuit deze overtuiging schuift Paulus soms ook zo maar gedeelten van het Oude Testament aan de kant als niet meer van betekenis. Zoals hij dat in Galaten 3 doet met de wet. De gelovigen hebben in Christus een andere verhouding tot de wet van Mozes gekregen. Zij zijn vrij van de wet. Nu geldt voor hen een nieuwe wet, die van Christus en van de Geest. O.a. betekent dit dat het onderscheid tussen Jood en heiden weggevallen is en dat er nieuwe gedragsregels in de gemeente gelden die haar oorsprong hebben in het hemelse Jeruzalem, (Gal. 4:26). De voornaamste gedragsregel die Paulus de gemeente in Galaten voorhoudt, is om elkaar te dienen in liefde: dat is de wijze waarop Jezus de wet van Mozes heeft vervuld en tot bestemming heeft gebracht. Paulus schuift het houden van de wet van Mozes aan de kant.

Op dezelfde manier als Paulus de omgangsregels in de relatie tussen Joden en heidenen heeft gerelativeerd, relativeert hij ook de regels voor de omgang tussen slaven en vrijen en die tussen mannen of vrouwen. ‘Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus’, (Gal. 3:28).  Vaak wordt de betekenis van deze tekst uitgelegd, alsof Paulus hier alleen maar de wijze waarop Joden en heidenen toegang krijgen tot het heil op het oog heeft. Je wordt kind van God door het geloof en niet door het houden van de wet. Dat is ook zo!

Toch heeft het heil dat de gelovige ontvangt wel een concrete inhoud. De vloek en de gevolgen van de zonde, niet alleen in de relatie met God, maar ook in de relaties tussen mensen zijn in Christus doorbroken. Zo laat Paulus in Gal. 2 zien, dat dat laatste betekent dat Joden en heidenen samen aan één tafel behoren te eten. Op dezelfde wijze betekent dit inzicht voor de verhouding tussen mannen en vrouwen, dat aan de overheersing van de man over de vrouw als gevolg van de zondeval (Gen. 3:16) in Christus een einde gekomen is. Daarom mag je de structuren van een patriarchale cultuur en samenleving  tegen het licht houden. Zoals Paulus bijvoorbeeld ook doet in Efeziërs 5, waar hij regels geeft voor de omgang van mannen en vrouwen, slaven en vrijen, kinderen en ouders. Daarin is een kritisch tegengeluid tegen het patriarchale denken op te merken.

Paulus geeft zijn aanwijzingen voor de verhouding van man en vrouw in de gemeente en in de samenleving binnen een patriarchale cultuur. Deze richtlijnen zijn niet bedoeld om het patriarchale systeem te legitimeren, maar juist om binnen een patriarchale samenleving je weg te vinden als christen en zo in je gedrag het evangelie te belichamen – ‘bekleed je met Christus’ – en de voortgang van het evangelie te bevorderen. [vi]

In Galaten 3 en 4 betoogt Paulus, dat de gelovigen zonen en dochters van God zijn geworden en als Zijn erfgenamen mogen leven. Zij hebben weer de positie gekregen, zoals God die met de schepping voor ogen had: in gezamenlijkheid beeld van God zijn, (Gen. 1:27-28). In gelijkwaardigheid mogen zij als mannen en vrouwen deze wereld beheren. Ieder doet dat op zijn en haar eigen wijze, mannelijk en vrouwelijk. Zij zijn inderdaad niet gelijk (Gen. 1 en 2), maar ze vullen elkaar aan en hebben elkaar nodig. Zo heeft God dat bedoeld. In de gemeente ontvangt ieder gaven, waarmee hij/zij geroepen wordt om die in te zetten binnen Gods koninkrijk, zowel in de kerk als in de samenleving, geleid door de Geest. Zo zullen man en vrouw samen Gods beeld weerspiegelen.

Dat betekent dat als vrouwen de gave hebben gekregen om leiding te geven, dat je hen ook moet gunnen om die in te zetten in de gemeente. Ook zij zijn gezalfd tot priester, profeet en koning. Daarom mogen zij ook functioneren als diakones, ouderlinge of predikante. Omdat God in Christus een nieuwe situatie heeft gecreëerd. Een situatie waarin regels en structuren van scheiding, van uitsluiting en van overheersing op grond van etniciteit, of economische status of biologisch geslacht doorbroken zijn.

Paulus betoogt, dat in Christus mannen en vrouwen erfgenamen van God zijn geworden, zonder onderscheid, en met alle privileges die daarbij horen voor hen beiden. Dat is het evangelie dat Paulus verkondigt. Dat is de manier waarop Paulus vanuit de lens van Jezus Christus het Oude Testament leest. Daarin mogen wij hem navolgen. [vii]



[i] De gekozen liturgie: GK (2017) Psalm 111: 1, 4, 5 en 6 / NBV Genesis 1:26-31 / GK (2017) Gezang 257: 1, 2 en 3 /  NBV Galaten 3:1-5 en 3:15-4:7 / GK (2017) Gezang 257: 4(a), 5(m), 6(v) en7(a) / LvK (1973) Gezang 106: 1, 2, 3 en 4 / GKB (2006) Gezang 161: 1 en 4

[ii] Dat deel van de preek heb ik verwerkt in een blog onder de titel ‘De vrijgemaakte worsteling met de patriarchale cultuur’, zie deze weblog op 23 november 2018:  https://fpathuis.wordpress.com/2018/11/23/de-vrijgemaakte-worsteling-met-de-patriarchale-cultuur/.

[iii] De metafoor van de ‘lens’ is ontleend aan het werk van de NT-icus Richard B. Hays. Hij geeft een beschrijving van de verschillende manieren waarop Paulus in zijn brieven zich op de wet van Mozes en het Oude Testament beroept. Ook geeft hij aandacht aan de rol aan de wijze waarop de ethiek van het OT in de ethiek van het NT verwerkt kan worden, zie: Richard B. Hays, The Moral Vision of the New Testament. A Contemporary  Introduction to New Testament Ethics, HarperCollins, New Yorck, 1996, p. 16-46 en 306-10. Een kort overzicht van zijn hand is: ‘The Role of Scripture in Paul’s Ethics’, in Theology and Ethics in Paul and His Interpreters: essays in honour of Victor Paul Furnish, edited by E. Lovering and J. Sumney. Nashville, Tennessee: Abingdon, 1996, p. 30-47. Zie ook het hoofdstuk van Brian Rosner ‘Paul’s ethics’ in: The Cambridge Companion to St. Paul, ed. James D. G.Dunn, 2003, p. 212-223, i.h.b. 214-216.

[iv] Zie: B.J. Oropeza, 1 Corinthians (New Covenant Commentary Series), Cascade Books, Wipf & Stock Publishers, Eugene OR, 2017, pp. 192-193. Een vertaling van deze passage is te vinden op deze weblog op 19 september 2018:  https://fpathuis.wordpress.com/2018/09/19/zwijgteksten-vandaag/.

[v] Zie Richard B. Hays, The Moral Vision of the New Testament, New Yorck, 1996, p. 19-21.

[vi] Pieter Niemeijer is te stellig, wanneer hij schrijft: ‘De wijze waarop in de brieven van het Nieuwe Testament mannen en vrouwen naast en met elkaar delen in het heil en functioneren in de gemeente is duidelijk het patriarchaat voorbij!”, in: Pieter Niemeijer, Over zwijgteksten, scheppingsorde en Geesteswerk. Bijdrage aan het denken over vrouw en ambt, Uitgeverij Woord en Wereld 2018, p. 55. Paulus strijdt niet voor de afschaffing van het patriarchaat net zomin als hij strijdt voor afschaffing van de slavernij. Zijn aanwijzingen zijn middelen om in een patriarchale samenleving het evangelie van de gelijkwaardigheid zo veel als mogelijk is vorm te geven. John G. Stackhouse schetst op verhelderende wijze het spanningsveld tussen het ‘reeds’ en het ‘nog niet’ in de gelijkwaardige verhouding tussen man en vrouw in het NT: Finally Feminist. A Pragmatic Christian Understandingof Gender, Baker Academic, Grand Rapids, 2005, p. 51-63.Dr. Bert Loonstra bespreekt o.a. dit thema ook in zijn recente publicatie: Meedenken met Paulus. Letter en Geest in de bezinning op vrouw en ambt, Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam, 2018.

[vii] Een korte introductie voor het denken over man en vrouw in de kerk is: Women and Men in Scripture and the Church. A Guide to the Key Issues, ed. Steven Croft and Paula Gooder, Canterbury Press, Norwich, 2013.