Meedenken met Loonstra [i]

In zijn boekje ‘Meedenken met Paulus[ii] snijdt dr. Bert Loonstra de belangrijkste vraag in het gesprek over de vrouw in het ambt aan. Hoe ga je om met de bijbel, in het bijzonder met de zgn. zwijgteksten? Mag je op grond van de manier waarop Paulus deze uitspraken beargumenteert, concluderen dat zijn uitspraken over de positie van de vrouw betrekkelijk zijn? Welke waarde hebben Paulus’ verwijzingen naar de wet en de scheppingsorde als hij voorschriften geeft over de positie van de vrouw in de gemeente?

Zijn stelling is dat trouw zijn aan de Schrift niet bestaat in het exact naspreken van wat Paulus destijds in zijn culturele context als voorschriften heeft gegeven, maar in een toepassing van diens normatieve uitgangspunten en manier van denken op onze cultuur en context. In andere tijden is een andere toepassing mogelijk, mits de kern van het evangelie overeind blijft staan en die toepassing uitdrukking geeft aan het door Christus bevrijde leven in de Geest.

Loonstra tilt het gesprek over m/v en het ambt zo op het niveau van de hermeneutiek. Op dit gebied hebben zich in de loop van de 20e eeuw in de gereformeerde theologie belangrijke ontwikkelingen voorgedaan.[iii] Kort aangeduid: een besef dat verantwoord bijbelgebruik meer is dan een samenbrengen van een aantal bijbelteksten om een bijbelse visie op een ethisch, dogmatisch of kerkordelijk onderwerp te bieden. Dat leidt namelijk snel tot een biblicistisch bijbelgebruik, als voorbij wordt gegaan aan de eigenheid van elke tekst en aan de positie van de tekst in het geheel van de Schrift. Bij een beroep op de bijbel moet het grotere geheel van de heilsgeschiedenis en de voortgang van het Gods rijk in rekening worden gebracht. Ook  moet de cultuurhistorische context van de normen, waarden en geboden in de Schrift vastgesteld worden.

Het beroep op de bijbel is ingewikkelder geworden, niet omdat wij ons aan het gezag van de bijbel willen onttrekken, maar juist omdat wij de bijbel niet willen laten buikspreken. De vanzelfsprekendheid dat iets hoort of geldt omdat het zo in de bijbel staat, is verdwenen. We hebben leren zien dat veel van wat lang als bijbels of gereformeerd beschouwd werd een cultureel bepaalde invulling van bijbelse waarden en normen was. Ook zijn er nieuwe ontwikkelingen in de samenleving en cultuur, waar wij een bijbels verantwoord licht over mogen laten schijnen.ge

De inzichten van Loonstra sluiten aan bij het model dat Rob van Houwelingen schetst voor het contextueel lezen van de bijbel en Ad de Bruijne voor de ethische bezinning in de bundel ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag[iv]. De bijbel functioneert daarin als een heilshistorisch model voor het goede leven in Israel resp. het Romeinse rijk. In de woorden van De Bruijne: ‘Evenals de apostelen deden met het onderwijs van Jezus en Mozes, moeten wij op onze beurt hun woorden leren zien binnen onze eigen context en zo de betekenis ervan ‘herkennen’’. In de GKv hebben wij ervaring met dit model opgedaan in de omgang met het onderwerp ‘huwelijk en echtscheiding’ op de verschillende synoden van 1999 t/m 2008. Het is dan ook logisch dat de GKv Synode Meppel 2017 in lijn met dit hermeneutisch model geconcludeerd heeft, dat er geen belemmeringen zijn om de vrouw in het ambt toe te laten.

Grote vraag bij deze benadering is, of de (westerse) cultuur gaat heersen over wat het evangelie ons leert. Het antwoord van Loonstra is tweeledig. Allereerst dat de kern van het evangelie niet is het houden van geboden en voorschriften, omdat wie in Christus gelooft dood is voor de wet en leeft door de Geest. Ten tweede dat ook de westerse cultuur in verbinding gebracht moet worden met het onderwijs en de levensweg van Christus en dat een ‘nee’ uitgesproken moet worden tegen zaken die zich niet met de heerschappij van Christus laten verenigen.

Als het om de positie van de vrouw in de gemeente gaat, is het grote verschil dat Paulus zijn aanwijzingen gaf binnen een patriarchale samenleving. Zijn richtlijnen hadden niet de bedoeling om het patriarchale systeem te legitimeren, maar om de voortgang van het evangelie te bevorderen. Omdat in een westerse cultuur het toepassen van deze richtlijnen in zou houden, dat het patriarchale leven weer ingevoerd zou worden, is het gerechtvaardigd om Paulus’ aanwijzingen niet letterlijk op te volgen. Zij hebben geen cultuur overstijgende normatieve betekenis. Daarom mogen wij de intentie van Paulus spreken op andere wijze tot uiting brengen.

Loonstra’s boekje is een ontdekkingstocht op niveau. Voor degene die enigszins met de hermeneutiek vertrouwd is, biedt het een waardevolle bijdrage aan het gesprek over m/v en het ambt.

 

 

[i]  Artikel verschenen in Gereformeerd Kerklad, 71e Jaargang, nr. 12 d.d. 8 juni 2018

[ii] Zie het artikel ‘Meedenken met Paulus’ in het Gereformeerd Kerkblad, 71e jaargang, nr. 11 d.d. 24 mei 2018, ook te vinden op deze site: https://fpathuis.wordpress.com/2018/05/26/meedenken-met-paulus-i/

[iii] Zie het overzicht door Ad de Bruijne in: Gereformeerde hermeneutiek vandaag. Theologische perspectieven, (red. Ad de Bruijne en Hans Burger), TU Bezinningsreek nr. 18, Uitgeverij De Vuurbaak, Barneveld, 2017, p. 13-34.

[iv] Zie: Gereformeerde hermeneutiek vandaag, p. 123-144 (Van Houwelingen) en 181-198 (De Bruijne), citaat op p. 188.

Meedenken met Paulus [i]

Dr. Bert Loonstra heeft een waardevol boekje geschreven over Paulus’ omgang met de wet en de geschriften van Israel. Daarmee wil hij het gesprek over de vrouw in het ambt in de GKv en in zijn eigen CGK verder helpen.

Waarin voor- en tegenstanders beslissend van mening met elkaar verschillen, is hoe om te gaan met de zgn. zwijgteksten. Zijn deze teksten het einde van alle tegenspraak of mag je ze ook in hun eigen context plaatsen? D.w.z. mag je op grond van de manier waarop Paulus deze uitspraken beargumenteert, concluderen dat zijn uitspraken over de positie van de vrouw betrekkelijk zijn? Dat laatste is wat Loonstra met zijn boekje beoogt: ‘Demonstreren dat de Schrift zelf leert dat in andere tijden de rol van de vrouw anders kan worden dan die welke Paulus in zijn eigen situatie verdedigt’ (12). Hij wil duidelijk maken dat trouw aan de Schrift niet bestaat in het naspreken van wat Paulus destijds heeft gezegd, maar in een nieuwe toepassing van diens eigen uitgangspunten en manier van denken.

Daarom probeert Loonstra de structuur van Paulus’ denken en redeneren op het spoor te komen. Hij laat zien dat Paulus aan de ene kant een continuïteit tussen het christelijk geloof en het Oude Testament tekent. Centraal staat God, de Schepper van de hemel en aarde, de God van Israel, de God van de Thora, de God van liefde, recht en trouw. Maar God is ook de Vader van onze Heer Jezus Christus, die bevrijdend verschenen is voor alle mensen. Op dit punt komt Paulus’ denken op gespannen voet te staan met het joodse denken. Paulus relativeert de betekenis van de wet en de besnijdenis, omdat God buiten de wet om gerechtigheid brengt (Romeinen 3). De ‘letter’ van de wet brengt een vloek, waar Christus ons van bevrijdt (Galaten 3). Zo heeft de geschreven wet als gevestigde autoriteit zijn macht verloren en kan Paulus de ‘letter’ tegenover de Geest stellen. De ‘letter’ d.w.z. de uitwendige wet doodt, maar de Geest maakt levend, doordat hij de wet in ons hart schrijft (2 Korintiërs 3) en in ons de liefde als vervulling van de wet uitstort (Romeinen 5).

In Galaten 5 benadrukt Paulus dat de gelovigen zich niet opnieuw een slavenjuk moeten laten opleggen: ze zijn bevrijd van de wet. Tegelijk schrijft hij dat die vrijheid niet misbruikt mag worden om de hartstochten te bevredigen. Het is een vrijheid tot dienstbaarheid in liefde. In dat kader formuleert Paulus concrete gedragsaanwijzingen voor de gelovigen, waarbij hij in sommige gevallen ook expliciet naar de geschreven wet verwijst, b.v. als het gaat over de positie van de vrouw in de gemeente.

De vraag is nu hoe de vrijheid van de Geest en het concrete gebod zich tot elkaar verhouden. Volgens Loonstra doet Paulus een beroep op bepalingen in de wet, wanneer en zolang ze een invulling geven aan de kernwaarden van het evangelie en uitdrukking geven aan het leven met Christus door de Geest. Andere tijden kunnen daarom een andere toepassing vragen om de betekenis van het evangelie te concretiseren. Een voorbeeld daarvan is de slavernij. Paulus roept slaven op om zich te onderschikken aan hun meesters, terwijl wij met een beroep op het evangelie slavernij als een mensonterende praktijk veroordelen. Waar in de tijd van Paulus een oproep tot verzet tegen de slavernij het evangelie in diskrediet zou brengen, heeft in onze tijd een pleidooi voor slavernij juist dat negatieve effect.

Dit principe past Loonstra toe op de positie van de vrouw in de gemeente. Gegeven de patriarchale samenleving waarin Paulus leefde, was zijn gebod aan vrouwen om zich in de gemeente aan de man te onderwerpen een middel om bij te dragen aan de verbreiding van het evangelie. In onze westerse samenleving is dit gebod tot onderwerping van de vrouw aan de man het tegendeel van een bevrijdende boodschap. Daarmee lijkt het op de ‘letter’ van de wet die niet heilzaam is. Het is namelijk goed te verdedigen dat de emancipatie van de vrouw in de gemeente en het toelaten van de vrouw in het ambt aansluit bij de kern van het evangelie, waarin Gods bevrijdende liefde centraal staat.

Volgens Loonstra is het onvermijdelijk en gerechtvaardigd, dat onze westerse cultuur zo een stempel zet op de manier waarop wij het evangelie in onze tijd vorm geven. Mits die toepassing geënt is en blijft op de basisnoties van het evangelie: toewijding aan Christus, gerichtheid op de ander in liefde, verantwoordelijkheid, gemeenschapszin, oprechtheid en trouw. Alles is geoorloofd, maatgevend is of het nuttig en opbouwend is.

Loonstra geeft terecht aan, dat er moed voor nodig is om zo met de bijbel om te gaan. Zijns inziens komt deze omgang met de wet en met de Schrift uit de bijbel zelf op en doet deze beter recht aan de integrale boodschap van Paulus dan het vasthouden aan zijn afzonderlijke aanwijzingen, omdat immers ook recht moet worden gedaan aan de context van Paulus’ Schriftgebruik.

N.a.v. dr. Bert Loonstra, Meedenken met Paulus. Letter en Geest in de bezinning op vrouw en ambt, Buijten & Schipperheijn Motief, Amsterdam, 2018, prijs: € 12,95

 

[i] Artikel verschenen in Gereformeerd Kerklad, 71e Jaargang, nr. 11 d.d. 25 mei 2018