De GKv en de ‘Schriftkritiek’

We zijn ruim anderhalf jaar verder. In juni 2017 nam de GS Meppel 2017 het besluit om in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (GKv) het ambt voor de vrouw open te stellen. Sommige gemeenten hebben op grond van dit besluit vrouwen tot ouderling en diaken bevestigd, terwijl één classis recent een vrouw als predikant beroepbaar heeft gesteld. Andere gemeenten wachten liever de behandeling van de revisieverzoeken op de GS Goes 2020 af. In het buitenland schorten kerken de banden met de Gkv op. Intussen gaat het debat over het besluit verder.

Het mag duidelijk zijn dat het m/v-besluit de uitdrukking is van een veranderende omgang met de bijbel als Gods woord. Wat eerst op grond van de bijbel werd afgewezen, wordt nu bijbels verantwoord geacht. Terecht is dan de vraag, hoe deze verandering te duiden is. Tegelijk vind ik dat aan deze andere uitleg en toepassing van de bijbel door de tegenstanders van het besluit wel heel erg gemakkelijk het etiket ‘Schriftkritiek’ en ‘nieuwe hermeneutiek’ verbonden wordt.

Wie de recente geschiedenis van de GKv kent, weet dat het niet de eerste keer is dat het in de kerken botst over de manier waarop de bijbel gebruikt wordt.

In 2003 zijn de DGK – de Gereformeerde Kerken in Nederland (hersteld) – ontstaan als afscheiding vanuit de GKv. Men kon zich niet vinden in de manier waarop in synodebesluiten de bijbel werd gebruikt in onderwerpen als de verhouding van man en vrouw, huwelijk en echtscheiding, actief stemrecht voor vrouwen in de kerk, liturgie, en sabbat en zondag.

Daarom is het niet verwonderlijk dat de DGK zich door het besluit van de GS Meppel 2017 bevestigd ziet in hun oordeel over de GKv. Hadden de GKv zich in de loop van de jaren ’80 en ’90 al aan dwaalleer en deformatie overgegeven, nu is het in hun optiek wel heel duidelijk dat de GKv het gereformeerde spoor totaal zijn kwijtgeraakt. Volgens hen hebben de GKv de invloed van de Schriftkritiek en de ‘nieuwe hermeneutiek’ niet weerstaan en zo in de besluitvorming over ‘vrouw en ambt’ toegegeven aan de moderne tijd en wetenschap, aan feminisme, individualisme en het opkomen voor de leer van de gelijke rechten van ieder mens.[i]

Binnen de context van de GKv is het ‘logisch’ dat van de kant van de DGK het verwijt van Schriftkritiek klinkt. ‘Gehoorzaamheid aan de Schrift’ en ‘het toelaten van Schriftkritiek’ zijn voor de GKv decennialang de maatstaf geweest om andere kerken en visies aan af te meten en het gelijk van de eigen positie te verdedigen.

Typerend voorbeeld is de manier waarop de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) in de jaren ’70 en ’80 beoordeeld worden. In de brief van de GS Arnhem 1981 aan de CGK wordt het verwijt geuit dat de CGK de ‘Schriftkritische’ visies van de toenmalige hoogleraren dr. B.J. Oosterhoff en dr. J.P. Versteeg niet weerspreken. Ook worden ze gekapitteld dat zij in het kader van de internationale ‘Gereformeerde Oecumenische Synode’ (GOS) banden met de ‘Schriftkritische’ synodaal-gereformeerde kerken (GKN) onderhouden. Tenslotte wordt er bezwaar gemaakt, dat de CGK contacten onderhouden met de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK), waar ‘opening aan de Schriftkritiek wordt gegeven.’[ii]

Dit voorbeeld laat tegelijk zien, dat het werken met de term ‘Schriftkritiek’ nog niet zo gemakkelijk is. Wat is ‘Schriftkritiek’ en hoe herken je dat? De CGK en de GKv verschilden duidelijk van mening, of deze karakterisering voor de CGK terecht was.

In de ’90-er jaren is de GKv genuanceerder gaan denken over wat ‘Schriftkritiek’ is of niet. Het zijn met name de Kamper docenten dr. Kees (C.) Trimp en dr. Ad de Bruijne die daarin een belangrijke rol hebben gespeeld, wat o.a. in 2002 resulteerde in de publicatie van de bundel ‘Woord op Schrift. Theologische reflecties over het gezag van de Bijbel[iii]. Ook in het onderzoek van de bijbelwetenschappers van de TU Kampen en TU Apeldoorn maakt men een onderscheid tussen een ‘Schriftkritische lezing die zich boven de Bijbel verheft en een kritische bestudering van de historische processen waarin en de menselijke wijze waarop de Heilige Schrift tot stand kwam[iv].

Een zelfde nuance in het denken over wat ‘Schriftkritiek’ is, werd ook duidelijk in de gesprekken die sinds 2008 tussen de GKv en de NGK gevoerd werden. Daarbij bleek in 2014, dat ook al had de NGK het ambt voor de vrouw opengesteld, dit geen belemmering was om te concluderen, dat zij ‘als kerken elkaar vertrouwen kunnen geven inzake de erkenning en aanvaarding van het gezag van de Heilige Schrift.’ Op grond daarvan kon de GS Ede 2014 uitspreken, dat ‘de overeenstemming in de gesprekken over hermeneutiek de belemmering die er lag vanwege het besluit van de NGK om de ambten voor de zusters der gemeente open te stellen, is weggenomen.[v]

Net als destijds in 2003 blijkt nu opnieuw een synodebesluit te werken als een katalysator om het etiket ‘Schriftkritiek’ weer te gaan gebruiken en concrete verschillen in de uitleg en toepassing van de bijbel theologisch en dogmatisch te benoemen in termen van gereformeerd of vrijzinnig.

De hamvraag is natuurlijk, welke criteria men hanteert om de term ‘Schriftkritiek’ van toepassing te achten. Louter het feit dat de synode tot een andere conclusie is gekomen dan lang als bijbels werd gezien, is onvoldoende grond daarvoor. Als men dat wel vindt, zal men zich moeten confronteren met de hermeneutische overeenstemming tussen de GKv en de NGK, die grond was voor de visie van de GS Ede 2014, dat de openstelling van de ambten voor vrouwen op zichzelf niet gezien kan worden als een aantasting van het gezag van de bijbel.

Daarnaast zal men zich ook moeten confronteren met de veranderende omgang met de bijbel als Gods woord, zoals die in de eerdere besluitvorming op de GKv-synoden van de afgelopen 30 jaar tot uitdrukking is gekomen. Dan denk ik met name aan de veranderde visie op de verhouding van man en vrouw die in de nieuwe huwelijksformulieren van de jaren ’90 tot uitdrukking is gekomen en in de veranderende opvatting in het denken over ‘huwelijk en echtscheiding’.

Tenslotte zal men zich moeten confronteren met de veranderende hermeneutische inzichten, die aan die veranderende omgang met Gods woord ten grondslag liggen. In dat opzicht vind ik dat de tegenstanders van het besluit wel erg kort door bocht en zonder voldoende argumentatie deze inzichten karakteriseren als een voorbeeld van ‘de nieuwe hermeneutiek’.[vi]

Gereformeerden staan voorgesorteerd om de ‘nieuwe hermeneutiek’ te verbinden met vrijzinnigheid. Met die term werd namelijk de vrijzinnige moderne theologie van de jaren ’60 gekarakteriseerd, die zich liet inspireren door het gedachtengoed van Rudolf Bultmann, Ernst Fuchs en Gerhard Ebeling. Door de hermeneutische inzichten in de gereformeerde theologie van vandaag te verbinden met de term ‘nieuwe hermeneutiek’ lijken de tegenstanders van het m/v-besluit zich ontslagen te achten om zich inhoudelijk met de huidige gereformeerde hermeneutiek te confronteren, terwijl ze die tegelijkertijd wel in het vrijzinnige verdachtenbankje plaatsen. Ik vind dat een kwalijke zaak. Dat vertegenwoordigers van de DGK die mening zijn toegedaan, dat zij zo. Dat een door tegenstanders van het m/v-besluit ingevlogen hersteld hervormde predikant als dr. G.A. van den Brink zich niet kan vinden in de gereformeerde hermeneutiek vandaag kan ik me ook voorstellen.[vii] Van medegelovigen in de GKv verwacht ik echter een zorgvuldiger en fairer omgang in de beoordeling van het m/v-besluit.


[i] Zie de artikelen in het kerkblad van de DGK, De Bazuin, Jaargang 7, nummer 33 d.d. 25-09-2013: ‘Doorgaande deformatie’ en Jaargang 11, nummer 17 en 18, d.d. 06-09-2017 en 20-09-2017 onder de titel: ‘Hoe is het goud donker geworden!’

[ii] Acta GS Arnhem 1981, art. 169, Brief aan de Christelijke Gereformeerde Kerken.

[iii] C. Trimp (red.), ‘Woord op Schrift. Theologische reflecties over het gezag van de Bijbel’, Kampen: Kok, 2002.

[iv] Zie het artikel van Koert van Bekkum, Rob van Houwelingen en Eric Peels: ‘Gereformeerde bijbelwetenschap en bijbelse hermeneutiek’, dat verscheen in: Nieuwe en oude dingen. Schatgraven in de Schrift, (red. Koert van Bekkum, Rob van Houwelingen en Eric Peels), Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak, 2013, p. 243-255, citaat op p. 246. Deze gemeenschappelijke publicatie van de TU Kampen en de TU Apeldoorn verscheen tegelijkertijd in de TU Bezinningsreeks als nr. 13 en Apeldoornse Studies nr. 62.

[v] Acta GS Ede 2014, p. 141.

[vi] Ik denk hier met name aan diverse artikelen van dr. Pieter Boonstra in het blad Nader Bekeken, herplaatst op het site www.bezinningmvea.nl.

[vii] Een video van een door dr. Gert A. van den Brink gehouden lezing in de GKv Haren is te vinden op de site www.bezinningmvea.nl.

Advertenties

‘Doorvretend virus’

In het burgerlijk verkeer kennen we de begrippen belediging, smaad en laster. Dit zijn vergrijpen die strafbaar zijn. Er is sprake van smaad als iemand opzettelijk ‘slechte’ dingen zegt over een ander, met als doel dat anderen dit ter ore komt en deze persoon in een slecht daglicht wordt gesteld. Iemand wordt echter niet voor smaad veroordeeld wanneer hij te goeder trouw had kunnen aannemen dat het te laste gelegde feit waar was én het in het algemeen belang was dat dit ten laste werd gelegd.

Hieraan moest ik denken, toen deze week opnieuw in het blad Nader Bekeken[i] de visie dat vrouwen in het ambt mogen dienen in verband werd gebracht met ‘nieuwe hermeneutiek‘ en ‘vrijzinnigheid‘ en met noties als dat ‘de bijbel niet meer als norm wordt erkend‘ of dat deze visie ‘in strijd is met art. 3 t/m 7 van de NGB’ en dat er metaforen worden gebruikt als ‘een regelrechte aanval op het geopenbaarde Woord van God’, ‘een aanval op het verlossingswerk van Christus‘ en ‘een (doorvretend) virus‘ dat ‘deze dagen om zich heen grijpt’.[ii]  Het K-woord gebruikt men nog net niet, maar de strekking is duidelijk: isoleren, wegsnijden en definitief verwijderen.

Nu gaat het in de genoemde artikelen van Nader Bekeken natuurlijk niet direct over personen, maar over een visie. Ook gaat het strikt genomen niet eens over de vrouw in het ambt, maar over een visie die men eerst gedefinieerd heeft als ‘de nieuwe hermeneutiek’, waarop men vervolgens alle mogelijke argumenten op los laat om te laten zien hoe verderfelijk die wel niet is. En tenslotte heeft men natuurlijk het algemene belang op het oog: het gaat om het gereformeerd zijn en blijven. Strafrechtelijk gezien is er dus van smaad geen sprake.

En toch vind ik het een zeer unfaire manier van positie bepalen in het gesprek over de uitleg van de bijbel rond de vraag of de vrouw in het ambt zou mogen dienen. Want de context van deze artikelen is natuurlijk wel het besluit van de GS Meppel 2017 om het ambt voor de vrouw open te stellen. Niet voor niets worden al deze artikelen uit Nader Bekeken meteen ook gepubliceerd op de bezinningssite www.bezinningmvea.nl, die ‘Studie naar bijbeluitleg, achtergronden en gevolgen van de synode-besluiten Meppel 2017’ wil bieden.

Door zo de positie van de andere kant in het gesprek negatief te karakteriseren, worden degenen die op de synode voor dit besluit gestemd hebben en ieder die een pleidooi voert voor de vrouw in het ambt, weggezet als dwaalleraren[iii] bij wie Gods Woord en dus ook de gelovigen niet veilig zijn, omdat zij zich hebben overgeleverd aan de Schriftkritiek. Een belastender kwalificatie is in de kerk bijna niet mogelijk, of het moet dat andere K-woord zijn: ketter.

Wanneer je de argumentatie in de verschillende artikelen analyseert, blijkt dat dit oordeel voornamelijk gebaseerd is op het uitgaan van het eigen gelijk.

De onderliggende veronderstelling is namelijk, dat alleen de klassieke visie dat de vrouw niet in het ambt mag dienen gereformeerd is.[iv] Dat is het uiteindelijke criterium waar andere interpretaties aan gemeten worden. Wie bij het lezen van de bijbel tot een andere conclusie komt, heeft de teksten dus niet volgens de regels van de gereformeerde hermeneutiek geëxegetiseerd en is dus aanhanger van een ‘nieuwe hermeneutiek’, met alle negatieve en ‘ketterse’ kwalificaties die men daar vervolgens aan verbindt.

Ook al is er juridisch geen sprake van smaad, ethisch gezien vind ik de manier waarop in deze artikelen geargumenteerd wordt, geen voorbeeld dat in Nader Bekeken ‘de eer en de goede naam van de naaste zoveel als mogelijk verdedigd en bevorderd wordt’.[v] Je moet wel erg te goeder trouw zijn, wil je aannemen dat deze artikelen zo bedoeld zijn en dat effect zullen hebben.

Voor een open gesprek is het beter om zo zakelijk mogelijk te blijven argumenteren en niet op basis van ‘straw man’-argumenten[vi] en algemeenheden – die men vervolgens aan de voorstanders binnen de GKV van de vrouw in het ambt toeschrijft – de visie van een groot deel van de kerk te diskwalificeren en te stigmatiseren. Door op de manier van Nader Bekeken te blijven argumenteren wordt een werkelijk gesprek over de vrouw in het ambt belast, zo al niet belemmerd en maakt men dit gesprek misschien wel onmogelijk.


[i] Het nieuwe nummer van Nader Bekeken, Jaargang 25 nr. 12, december 2018, waar prominent op het voorblad staat ‘Doorvretend virus‘. Dit blad wordt in de GKV uitgegeven door de Stichting Woord en Wereld die zo informatie en voorlichting wil geven tot versterking van het gereformeerde leven onder het motto ‘dankbaar gereformeerd’, (zie website www.woordenwereld.nl).

[ii] Artikelen van Pieter Boonstra in Nader Bekeken, de nummers van December 2017, Februari 2018 en December 2018.

[iii] De titel van het artikel waar de term ‘Doorvretend virus’ aan ontleend is, luidt: ‘De les van een gerechtelijke dwaling’. Als je zo nodig over een gerechtelijke dwaling wilt spreken, is de vraag interessant bij wie die dwaling dan wel aanwezig is: bij de traditie of bij de synode.

[iv] De GS Synode Ede 2014-2015 heeft destijds nogmaals bevestigd, dat ‘de visie dat behalve mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen moet vrij bespreekbaar zijn zolang er vanuit de Schrift geargumenteerd wordt’, (Acta,p. 41).  

[v] Uitleg in HC Zondag 43 van het negende gebod.

[vi] ‘Een ‘stropop’-redenering (stroman/vogelverschrikker) is een type drogreden waarbij men niet het werkelijke standpunt van de tegenstander weerlegt maar een (karikaturale) variant daarvan. Men interpreteert het standpunt van de tegenstander zodanig dat dit standpunt gemakkelijk te weerleggen is en suggereert dan dat dat het werkelijke standpunt van de tegenstander is’, (omschrijving op Wikipedia).