De gereformeerde hermeneutiek van de 20e eeuw naar vandaag

De visie op de hermeneutiek aan de TU Kampen en in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (GKv) heeft zich in de loop der tijd ontwikkeld en een verbreding ondergaan. Eén van de redenen voor het verschijnen in 2017 van de bundel ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag’ is om die te beschrijven en daar verantwoording voor af te leggen.[i]

De traditionele gereformeerde hermeneutiek (vertegenwoordigd door F.W. Grosheide, J. Ridderbos, S. Greijdanus en J. van Bruggen) had als doel: bezinning op de methoden om de (oorspronkelijke) betekenis (= ‘meaning’) van de bijbel (een vers, pericoop, verhaal of gebeurtenis) vast te stellen. Het is vooral een theorie van de exegese. Daarmee is de bezinning op de toepassing en het gebruik van de gevonden betekenis van de bijbeltekst voor vandaag (= relevantie of ‘significance’) nog niet taboe verklaard.

De bijbelwetenschappers zijn er duidelijk over, dat de vraag naar de relevantie geen taak is voor de exegese en dus ook niet voor de hermeneutiek als theorie van de exegese. Vandaar dat Van Bruggen uitspreekt, dat ‘de hele problematiek hoe wij het woord van gisteren moeten vertalen naar de mens van morgen .. voor de gereformeerde bijbelwetenschap een oneigenlijke problematiek [is].[ii]

Toch kom je ook regelmatig de opmerking tegen, dat de exegese niet op zichzelf staat. De exegese heeft een dienende functie voor b.v. de prediking, de dogmatiek, de ethiek en de persoonlijke geloofsopbouw. Van Bruggen brengt in zijn hermeneutiek b.v. onder het kopje ‘Van tekst naar preek’ deze ‘toegepaste exegese’ ter sprake. Daar laat hij zien welke wissels er zijn van de exegetische parafrase naar preek. Eén daarvan is de formulering van de (homiletische) boodschap van de tekst voor de gemeente in deze tijd, wat hij ziet als de doelstelling van de preek.[iii]

De bijbelwetenschappers verwezen voor bezinning op deze ‘significance’ van de tekst door naar hun collega’s die de vakgebieden van de systematische en de praktische theologie onder hun hoede hadden. Dat betekent dat de zgn. ‘hermeneutische vraagstelling’ naar de vertolking van de bijbel wel erkend werd, maar dat die volgens hen binnen het eigen vakgebied als uitleg van de ‘meaning’ van de bijbeltekst niet thuishoorde.

Als je de (oudere) handboeken van de gereformeerde dogmatiek, ethiek en homiletiek er op na slaat, zie je dat daar inderdaad de ‘hermeneutische vraagstelling’ ter sprake wordt gebracht en er summier nagedacht wordt op de wijze waarop de bijbel in het eigen vakgebied gebruikt wordt. Ook al wordt de aandacht daarvoor niet altijd als ‘hermeneutiek’ benoemd, aandacht voor de vertolking of toepassing van de bijbel(tekst) is er zeker.[iv] In 1976 gebruikt dr. J. Douma daar expliciet de term ‘hermeneutiek’ voor:

De hermeneutiek voor het onderdeel ethiek binnen de theologie houdt zich bezig met de vraag hoe wij ter beantwoording van ethische kwesties de Schrift hanteren.[v]

Een van de invloeden voor een gerichte verbreding van de gereformeerde hermeneutiek is de hermeneutische filosofie van de 20e eeuw, waarin aandacht wordt gevraagd voor de vraag, hoe verstaan van teksten überhaupt mogelijk is. De oudtestamenticus dr. Gert Kwakkel wijst daarop in de bundel ‘Gereformeerde theologie vandaag’ uit 2004. Hij schrijft daarover: ‘De oudtestamentische wetenschap kan er niet omheen de systematische bezinning op dergelijke vragen een plaats te geven in haar onderzoek.’ Om die reden sluit hij de paragraaf over de hermeneutiek van het Oude Testament af met de woorden:

Het Oude Testament is een deel van het Woord waarmee God nog steeds het hart van mensen zoekt. Maar niet alles wat erin staat, heeft vandaag nog directe geldigheid (denk bijvoorbeeld aan de offervoorschriften). Bezinning op geldigheid en toepasbaarheid van de teksten in de situatie van vandaag is daarom een noodzakelijk onderdeel van een gereformeerd-theologisch bezig zijn met het Oude Testament. Die bezinning verdient een belangrijke plaats in de Hermeneutiek.’[vi]  

Daarmee verwoordt hij specifiek voor het vak ‘Oude Testament’ wat voor alle theologische vakken geldt, namelijk dat ‘[b]innen onze Kamper gereformeerde theologie ‘aan de Broederweg’ de gevoeligheid voor de zogenaamde ‘hermeneutische vragen’ in vrijwel alle vakken sterk toegenomen [is]’.[vii]

In de introductie van de bundel ‘Gereformeerde theologie vandaag’ geeft dr. De Bruijne de volgende opsomming van die vragen :

Op welke manier spelen de context van de Schrift, de context van de kerk met haar geschiedenis en de context van ons eigen leven en onze eigen tijd een rol in ons lezen en verwerken van de Schrift? En hoe kom je vanuit de Schrift op allerlei terreinen – variërend van leer en levensstijl tot liturgie en kerkstructuren – tot conclusies voor vandaag?[viii]

Het is in het bijzonder dr. C. Trimp geweest die vanaf de jaren ’60 binnen de Gkv regelmatig gepleit heeft om aan deze bredere hermeneutische vraagstelling aandacht te schenken. In 1963 schreef hij zelfs: ‘Zou al deze arbeid niet worden aangevat, dan zal de wraak over deze nalatigheid zich eenmaal aan ons presenteren in een verlies aan aansluiting aan de concrete situatie’.[ix] In lijn daarmee heeft hij rond de eeuwwisseling, toen hij al ruim met emeritaat was, het initiatief genomen voor de publicatie van de bundel ‘Woord op Schrift. Theologische reflecties over het gezag van de bijbel’.[x]

In dit licht bezien is het ook logisch dat de afgelopen 30 jaar juist de ethicus dr. Ad de Bruijne en de praktisch theoloog dr. Kees de Ruijter, de opvolger van dr. C. Trimp, in de bezinning op deze bredere hermeneutische vraagstelling in de GKv de voortrekkers zijn geworden. Het is hun core-business om in de praktijk van vandaag de betekenis van de bijbel te verwerken.[xi] 

Uit dit overzicht kun je de conclusie trekken, dat de ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag’ geen nieuwe hermeneutiek is in de zin, dat die afscheid zou nemen van de traditionele ‘gereformeerde hermeneutiek’ of daar zelfs mee in strijd zou zijn. De focus en doelstelling is verschillend. De gereformeerde hermeneutiek vandaag bouwt voort op en sluit aan bij de hermeneutiek, zoals die in de 20e eeuw in de gereformeerde theologie voorgestaan is. Aandacht vragen voor de ‘hermeneutische vraagstelling’ (‘significance’) naast die voor de ‘meaning’ van de bijbeltekst is niet ongereformeerd en kun je daarom niet afdoen als een ‘Schriftkritische’ of vrijzinnige activiteit, waarvoor in de gereformeerde theologie geen plaats zou mogen zijn.


[i] Gereformeerde hermeneutiek vandaag. Theologische perspectieven, Ad de Bruijne en Hans Burger (red.), Barneveld, Uitgeverij De Vuurbaak, 2017.

[ii] J. van Bruggen, ‘Het Nieuwe Testament’, in: Orientatie in de theologie. Studiegids samengesteld door de hooglerearen aan de Theologische Hogeschool van De Gereformeerde Kerken in Nederland in Kampen, Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak, 1974, p. 63-87, citaat op p. 85.

[iii] J. van Bruggen, Het lezen van de bijbel,  Kampen, 1981, p. 103.

[iv] Zie b.v. Herman Bavinck, die in zijn Gereformeerde Dogmatiek benadrukt dat de theopneustie van de Heilige Schrift een blijvende eigenschap is. De bijbel heeft een plek in de bedeling van de Geest, waarbij de objectieve openbaring overgaat in de subjectieve toeëigening, zie: Herman Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek, deel 1, Kampen, J.H. Kok, 1928, 4e onveranderde druk, par. 105, p. 354-357. Voor de ethiek, zie: W. Geesink, Gereformeerde Ethiek, deel 1, Kampen, J.H. Kok, 1931, p. 180: ‘Het komt er dan ook op aan om aansluitende aan het uitwendig wetsgebod als norma agendorum, af te leiden de beginselen voor gezindheid en handelen.’ Voor de homiletiek (preekkunde) zie: K. Dijk, De dienst der prediking, Kampen: Kok, 1955, Hoofdstuk 5, ‘De prediking in onderscheiden verbanden’, p. 105-154. Typerend citaat hieruit: ‘We hebben ook in deze tijd en voor deze tijd te preken, en rekening te houden met de noden, die er nu zijn, en de beroeringen, die thans de wereld schudden. We moeten de taal van deze tijd spreken, en geen enkele preek mag tijdloos zijn, zo, dat ze eeuwen tevoren had gehouden kunnen worden, zonder dat ze de mensen van vandaag, tot diep in het leven raakt’, (p. 143).

[v] Dr. J. Douma,  Inleiding in de christelijke ethiek, Kampen, 1976, 13-14. Zie voor een latere uitwerking dr. J. Douma, Grondslagen. Christelijke ethiek, Kampen: Uitgeverij Kok, 1999, hoofdstuk 4, ‘De Heilige Schrift als bron voor ethiek’, p. 88-121.

[vi] Gereformeerde theologie vandaag: oriëntatie en verantwoording, A.L.Th. de Bruijne (red.), Barneveld, Uitgeverij De Vuurbaak, 2004. De citaten van dr. G. Kwakkel komen uit het hoofdstuk 2, ‘Oude Testament’, p. 39.

[vii] Gereformeerde theologie vandaag: oriëntatie en verantwoording, A.L.Th. de Bruijne (red.), Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak, 2004, p. 8.

[viii] Gereformeerde theologie vandaag: oriëntatie en verantwoording, A.L.Th. de Bruijne (red.), Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak, 2004, p. 8.

[ix] Voor meer details over de noodzaak van de bredere hermeneutische vraagstelling als vertolking in de gereformeerde theologie, zie mijn blog uit december 2015: https://fpathuis.wordpress.com/2015/12/07/desiderata-en-het-lijstje-van-trimp/.

[x] C. Trimp (red.), ‘Woord op Schrift. Theologische reflecties over het gezag van de Bijbel’, Kampen: Kok, 2002.

[xi] Zie o.a. voor dr. De Bruijne zijn bijdragen aan de bezinning op de omgang met het onderwerp ‘huwelijk en echtscheiding’ vanaf de jaren 1999 als deputaat waarin hij aanzetten biedt voor een ‘ethiek van het Koninkrijk van God’, verder zijn bijdrage aan de bundel ‘Woord op Schrift’, en aan de bundels ‘Gereformeerde theologie vandaag’ en ‘Gereformeerde hermeneutiek vandaag’. Voor inzichten van dr. De Ruijter verwijs ik naar: Kees de Ruijter, Meewerken met God. Ontwerp van een gereformeerde praktische theologie, Kampen: Uitgeverij Kok, 2005, en: Kees de Ruijter, Horen naar de stem van God. Theologie en methode van de preek, Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum, 2013, m.n. hoofdstuk 5: ‘Heilig Script’, p. 99-118.

Advertenties

Desiderata en het lijstje van Trimp

Het feest van St. Nicolaas is voorbij en de verlanglijstjes kunnen opgeborgen worden tot volgend jaar of tot de eerstkomende verjaardag. Zo gaat dat met deze verlanglijstjes. Het gaat meestal over zaken die je niet direct nodig hebt. Het zou mooi of fijn zijn, dat je ze kreeg, maar het is geen ramp wanneer de Sint niet alle verlangens heeft kunnen vervullen. Op een later tijdstip kunnen de lijstjes dan weer van pas komen.

Er zijn ook verlanglijstjes die hoger op de agenda zouden moeten staan. Verlanglijstjes die als ze niet vervuld worden, tot achterstand in een ontwikkeling leiden. Of als je er niet aan werkt, je op een gegeven moment moet constateren dat je niet verder kunt. Omdat je de noodzakelijke tools niet tot je beschikking hebt om een bepaald probleem aan te kunnen pakken, laat staan om ze op te kunnen lossen.

Dat is de situatie waarin de gereformeerde theologie zich vandaag bevindt. Die heeft geen instrumentarium tot zijn beschikking om met de hermeneutische vragen rond bijbel en schriftgezag om te gaan. Iedere keer als zich een vraagstuk op dat gebied voordoet is de verlegenheid met handen te tasten. Ik hoef de items niet uitgebreid te benoemen. De afgelopen jaren hebben ze voortdurend het gesprek en de polemiek bepaald: schepping en evolutie, de vrouw en het ambt, de omgang met homoseksualiteit, geloof en wetenschap.

Er wordt wel gezegd dat er in de GKV-kerken gewerkt wordt met een ‘nieuwe’ hermeneutiek, waarbij de ‘oude’ (gereformeerde) hermeneutiek geen gelding meer zou hebben. Ik geloof daar niet in. Wat ik zie is dat het instrumentarium van de oude gereformeerde hermeneutiek niet toereikend is om de hedendaagse problemen op te lossen. En dat komt, omdat die daar niet geschikt voor is.

Kort aangeduid: de traditionele gereformeerde hermeneutiek is met name geschikt om de (oorspronkelijke) betekenis van een tekst vast te stellen, maar ze biedt (te) weinig houvast om uitspraken te doen over de eigentijdse toepassing en het gebruik van de gevonden betekenis. Gereformeerde bijbelwetenschappers beschouwden de uitleg en de exegese als hun corebusiness en daar hebben ze in hun hermeneutiek de regels voor vastgelegd. Maar zo gauw de vraag gesteld werd naar de toepassing en het gebruik van teksten, dan verwezen ze naar de systematische en de praktische theologen: dat was niet hun pakkie-an.

Het nadenken over de toepassing van teksten is er natuurlijk altijd geweest. Een vakgebied waarin dat bij uitstek centraal staat is de rechtswetenschap. Maar ook in de theologie is er bezinning geweest en heeft men geprobeerd methoden te ontwikkelen om bijbelteksten te gebruiken.

In de dogmatiek heeft de methode van de loca probantia lange tijd opgeld gedaan. Daarbij werd de bijbel als een bron van bewijsteksten gezien, die je systematisch met elkaar kunt verbinden om tot een beslissing over een bepaalde kwestie te komen. Tegenwoordig wordt deze methode niet meer zo toegepast, omdat er meer oog is gekomen voor het grote gevaar daarin, dat je te weinig rekening houdt met de context in de bijbel zelf of de tijd waarin de tekst ontstaan is, en dan je eigen ‘bijbelse’ waarheid kunt creëren.

Ook binnen de homiletiek – het nadenken over het maken en houden van een preek – is de vraag naar de toepassing van oudsher een belangrijk onderdeel van het vak geweest: wat betekent de bijbeltekst voor vandaag? De discussie over heilshistorische en exemplarische prediking in de 20-er en 30-er jaren van de 20e eeuw is een voorbeeld van hoe men geprobeerd heeft hiervoor een verantwoorde theorie te ontwikkelen.

Een samenhangende theorie over de toepassing van de bijbel is er in de gereformeerde theologie helaas tot nu toe niet gekomen. Als belangrijke reden daarvoor zie ik, dat het methodisch nadenken over de toepassing van teksten in de 50-er, 60-er en 70-er jaren in een kwade reuk kwam te staan en weggezet werd als een vraagstelling van de ‘moderne hermeneutiek’, waar je niet mee in zee mag gaan: ze is ongereformeerd.

Deze negatieve houding tegenover de ‘moderne hermeneutiek’ heeft alles te maken met de invloed van de existentialistische filosoof Martin Heidegger op de moderne theologie in Duitsland. Met name de nieuwtestamentici Rudolf Bultmann en Ernst Fuchs hebben zich sterk door de hermeneutische filosofie van Heidegger laten inspireren, terwijl juist gereformeerde nieuwtestamentici als Herman Ridderbos en Jakob van Bruggen zeer fel in hun afwijzing van deze theologen en hun theologie zijn geweest.

Het gevolg is geweest, dat met de inhoudelijke afwijzing van een bepaalde hermeneutische theologie ook de hermeneutische vraagstelling als zodanig verdacht is gemaakt. Daar plukken wij nu de wrange vruchten van, omdat het systematisch nadenken hoe je die hermeneutische vraagstelling zou kunnen behandelen niet verder op gang is gekomen. Wij missen de methodische tools om de vraag naar de toepassing van de bijbel verantwoord te kunnen laten plaatsvinden. Dit is volgens mij ook de reden, dat juist rond vragen over schepping en evolutie, de vrouw en het ambt of homoseksualiteit, – die juist gaan over de toepassing van de bijbelteksten, – zo vaak mensen beschuldigd worden van het hanteren van een ‘nieuwe hermeneutiek’. Terwijl het niet zozeer een zaak is van ‘nieuwe hermeneutiek’ als wel van een ‘nieuwe hermeneutische vraagstelling’. Het is de uitdaging is om zo’n nieuwe vraagstelling zo verantwoord mogelijk te behandelen.

En daarmee kom ik terug bij dat verlanglijstje. De huidige hermeneutische impasse komt m.i. omdat men in de gereformeerde theologie te weinig heeft gedaan met wat ik kortweg aanduid als ‘het lijstje van Trimp’.

C. Trimp was aan de TU Kampen systematisch en praktisch theoloog. Meerdere malen heeft hij de roeping van de gereformeerde theologie benadrukt om ‘te volharden in haar arbeid aan de nadere ontvouwing van het geopenbaarde welbehagen des Heeren’ en de vragen rond Schriftgezag verder te behandelen. In zijn proefschrift in 1961 vult hij de desiderata-lijst van de oudtestamenticus B. Holwerda uit 1942 aan met een specifiek verlanglijstje op het gebied van a) hermeneutiek en canoniek, b) exegese en c) dogmatiek. Hij roept daarbij de gereformeerde theologie op om haar ‘tijd’ ten nutte te maken.

Later heeft hij dat lijstje een enkele keer herhaald, o.a. toen hij in 1963 sprak over ‘de historische roeping van Kampen’. Hij sluit zijn lijstje dan af met de profetische woorden: ‘Zou al deze arbeid niet worden aangevat, dan zal de wraak over deze nalatigheid zich eenmaal aan ons presenteren in een verlies aan aansluiting aan de concrete situatie’.

De hermeneutische vraagstelling niet serieus nemen betekent volgens Trimp uiteindelijk dat je de relevantie van de bijbel als Gods woord zult verliezen en dat de kerk het gevaar loopt tot een secte te vervallen.

Volgens mij is dat lijstje van Trimp nog meer dan actueel. Willen wij uit de huidige hermeneutische impasse komen, dan is er voor de gereformeerde theologie werk aan de winkel.