Beeldvorming

0

Disclaimer: je hoeft deze blog niet te lezen – ik hou ook niet van polemiek.

1.

Afgelopen week kruiste de website ‘werkenaaneenheid.nl’ mijn pad. Onder mijn blog vond ik een verwijzing naar een reactie. Ik kende deze website niet. Dit wil zeggen: ik wist van het bestaan, maar had tot nu toe geen reden gevonden om deze te raadplegen.

2.

Toen in doorklikte zag ik een vette kop boven het artikel staan, waarin mijn naam wordt genoemd, maar waarin vooral prominent benadrukt wordt dat ik kandidaat ben in de GKv. Een noot onderaan het artikel onderstreept het nog eens.

De reactie heeft de vorm van een opstel van meer dan 2000 woorden. Vrij veel als antwoord op een blog van ca. 500. Bij nader toezien constateerde ik al, dat ze niet allemaal voor mij bedoeld zijn.

Mijn blog wordt namelijk vooral als een opstapje gebruikt om ds. Wim van der Schee eens goed de oren te wassen. En passant worden prof. B. Kamphuis en deputaten Herziening Kerkorde in het betoog meegenomen. Tenslotte wordt een waarschuwend woord aan de GKv Synode gericht, dat als de synodeleden met genoemde deputaten meegaan zij ‘metterdaad’ instemmen met de uitspraak: “De tijd van het handhaven van belijdenissen en kerkordes is onontkoombaar verleden tijd.” Kennelijk gaat het de schrijver in zijn reactie om dit laatste punt, want hij eindigt met de profetische woorden: ‘Bij ontbinding (en opheffing van de handhaving) aan Gods Woord en de belijdenissen verklaar je jezelf en elkaar vogelvrij.

3

Mijn eerste indruk is dat dit een artikel is van het soort ‘van dik hout zaagt men planken’, dat met grote woorden en korte stappen thuis is en suggereert dat het wel ergens over gaat. Vandaar dat ik ook maar eens verder naar de rest van de site gekeken heb.

Dat is wat ik mijn leerlingen ook altijd heb voorgehouden. Als je wilt verwijzen naar een artikel op internet, doe ook onderzoek naar de website waar het op geplaatst is. Wat is de waarde en status van de site? Wat is de kwaliteit van de artikelen die er op staan?  Net als in real life is er verschil tussen een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift, de NRC of een blad als Privé. Er is verschil tussen kwaliteitsjournalistiek en roddeljournalistiek. Op internet is het niet anders. Rijp en groen staan door elkaar heen. Dus zoek ook iets op over de achtergronden en weeg de geboden informatie. En als het geen niveau heeft of als de website dubieus is, kun je de informatie daarvan niet gebruiken ter ondersteuning van je betoog. In sommige gevallen is het zelfs beter om bij bepaalde websites weg te blijven.

4.

De achtergrond en doelstelling van de website is gemakkelijk te vinden. De initiatiefnemer, Johan Trip, schrijft dat hij vanaf het ontstaan donateur van ‘St. Woord en Wereld’ was en in 1991 samen met dr. P. van Gurp een van de mede-oprichters van de vereniging Reformanda. Hij was daar enige jaren actief als correspondent, eindredacteur en bestuurslid. Ook draaide hij mee in de LWVKO (Landelijke Werkgroep Kerkelijke Ontwikkelingen) en was hij één van de ondertekenaars van de ‘Oproep tot Reformatie’ d.d. 12 februari 2003, die leidde tot de definitieve breuk met de GKv.

In 2003 heeft hij zich vrijgemaakt van de GKV Zwolle-Centrum en zijn plek ingenomen in de toen door dr. P. van Gurp gestichte Gereformeerde Kerken (hersteld). Eerst als lid van het voorlopig bestuur in Zwolle e.o., daarna als ouderling en catecheet. Met betrekking tot de doelstelling van de website schrijft hij dat hij zeer betrokken is bij het bevorderen van kerkelijke eenheid van alle gereformeerden die bij elkaar horen.

Eerlijk gezegd was me dat laatste bij het lezen van de reactie op mijn blog niet opgevallen. Ik vind de reactie niet echt een voorbeeld van het werken aan of het bevorderen van eenheid onder gereformeerden. Ik merk vooral dat mensen en instanties de maat worden genomen, terwijl het geheel gedragen wordt door wantrouwen en bevooroordeelde interpretaties, waarin gesprekspartners nauwelijks recht wordt gedaan. Ik constateer vooral een gedrevenheid om te benadrukken en aan de kaak te stellen wat er allemaal niet in de GKv zou deugen en hoe slecht dat allemaal wel niet is.

Vandaar dat mijn voorlopige conclusie is: lang geleden vanwege onvrede uit de GKv gestapt en nog steeds proberen te laten zien, hoe verderfelijk de weg van de GKv wel niet is. Op de een of andere manier is het eigen gelijk nog niet zo duidelijk, dat kennelijk na 10 jaar dat gelijk nog steeds bewezen moet worden. En dat kleurt de argumentatie en de bejegening van de gesprekspartners vanuit de GKv behoorlijk. Blijvend punt van aandacht lijkt mij.

5.

Behalve de achtergrond van de reactie te bekijken is het ook goed om de kwaliteit van de argumentatie te wegen. En die vind ik op zijn zachtst gezegd niet sterk. Laat ik dat op 2 punten illustreren.

Een eerste voorbeeld is de wijze waarop de auteur aan de haal gaat met een zinsnede uit een blog van ds. Wim van der Schee. Alleen al het gegeven, dat ik daarover schreef dat ds. Van der Schee die zin ‘geschreven zou hebben’, roept een forse reactie op. Immers, – zo betoogt de auteur met alle klem -, ds. Van der Schee heeft die zin echt wel geschreven. Echt wel!  Lees maar: het staat echt in zijn blog: ‘De tijd van het handhaven van belijdenissen en kerkordes is onontkoombaar verleden tijd’.  Zwart op wit! Daar is toch geen twijfel over mogelijk?

Men mag van mij aannemen, dat ik die zinsnede inderdaad gelezen heb. En toch formuleerde ik welbewust in mijn blog: ‘Hij zou namelijk hebben geschreven, dat ‘de tijd van het handhaven van belijdenissen en kerkordes onontkoombaar verleden tijd’ zou zijn.’

Ik ben er namelijk van overtuigd, – gezien de context van deze zinsnede -, dat het niet de bedoeling van ds. Van der Schee was om te zeggen, ‘dat de tijd van het handhaven van belijdenissen en kerkordes onontkoombaar verleden tijd is’. Uit het geheel van zijn blog blijkt dat dàt niet de strekking van zijn betoog is. Ds. Van der Schee zegt hier niet meer dan dat wij niet op dezelfde manier, zoals dat vroeger wel kon, vandaag belijdenissen en kerkordes kunnen handhaven. De Engelsen zouden zeggen: that’s obvious, zo duidelijk als wat.

Wat hier gebeurt is dat men één zin uit een betoog isoleert en dan aan deze op zichzelf staande zin allerlei interpretaties toekent. Interpretaties die in bepaalde contexten best geldig kunnen zijn. Maar die gezien de context, waaruit de zin genomen is, als onjuiste interpretaties moeten worden afgewezen.

Laat ik een voorbeeld gebruiken. Het woord ‘bank’ heeft meerdere betekenissen. Het kan (1) een zitmeubel zijn, (2) een bij laag water droogvallend stuk of (3) een financiële instelling. Als je dan de zin: ‘Hij stort zijn geld op de bank’ leest, is de meest waarschijnlijke interpretatie dat iemand zijn geld naar een financiële instelling brengt. Natuurlijk kun je je geld op een zitmeubel storten of in zee. Maar als de zin voorkomt in een verhaaltje over een jongen, die zijn eerste vakantiegeld verdiend heeft en dat geld op zijn spaarrekening wil zetten, dan vallen de laatste twee interpretaties duidelijk af.

Op dezelfde manier vallen allerlei voorgestelde interpretaties van die zin, die ds. Van der Schee in zijn blog geschreven heeft, af. Wanneer men dan tegen de duidelijke bedoeling van ds. Van der Schee in aan deze zin allerlei betekenissen toekent, die daar gezien het verband niet aan toegekend kunnen worden, dan neemt men de schrijver van de blog niet serieus. Des te kwalijker wordt het, als men welbewust in de wetenschap dat het een onjuiste interpretatie is, de schrijver wegzet als iemand die over de gereformeerde schreef gaat. Dan is er sprake van moreel laakbaar gedrag. Ik vind dat je als christenen niet zo met elkaar kunt omgaan. Vandaar de strekking van mijn blog, dat je daar op zijn minst voor mag fluiten.

Deze manier van redeneren en argumenteren vind ik ten voeten uit terug in de onderhavige reactie. De betreffende zin wordt op zichzelf gezet en dan van een viertal mogelijke interpretaties voorzien, die vervolgens in de schoenen worden geschoven van respectievelijk ds. Van der Schee, de synode en deputaten Herziening Kerkorde. Tenslotte wordt de enige juiste interpretatie van deze zin – die van de auteur zelf – gehanteerd als meetlat voor wat de synode zou moeten besluiten of niet. Op deze manier geargumenteerd en geredeneerd heb je altijd gelijk: je stopt erin wat er uit moet komen. Tijdens mijn opleiding heb ik geleerd dat dit een vorm van onzindelijk denken is.

6

Een tweede voorbeeld. Curieus is de wijze waarop in de reactie de rechtmatigheid van de gehanteerde benadering wordt verdedigd. Dat gaat via een beschouwing over de mate waarin je bij de interpretatie van een tekst wel of niet rekening moet houden met de bedoeling van de auteur.

De auteur van het artikel laakt de visie van zowel de synode als van prof. B. Kamphuis, omdat die er voor pleiten om bij de interpretatie van een tekst rekening te houden met de bedoeling van de schrijver. Volgens de auteur betekent dat dus: ‘niet wat staat er geschreven, maar de bedoeling van de schrijver staat centraal’. Volgens hem is dat ‘moderne hermeneutiek’. Daar tegenover plaatst hij als eigen opvatting: ‘in de menselijke communicatie gaat het niet alleen maar om de bedoeling, maar ook om wat er feitelijk staat geschreven en hoe het kan worden geïnterpreteerd.’

Volgens mij begrijpt de auteur niet waar hij over spreekt als hij de term ‘moderne hermeneutiek’ in de mond neemt.

In de gereformeerde hermeneutiek van F.W. Grosheide, S. Greijdanus, L. Berkhof en J. van Bruggen is de bedoeling van de auteur vanouds altijd een belangrijk ijkpunt voor de exegese of interpretatie van de tekst geweest. Daar is niets modern aan. En ook zijn zij van mening, dat de context altijd een belangrijke factor om een tekst te interpreteren. Je zou massa’s citaten kunnen geven om deze stelling te ondersteunen.

Als voorbeeld noem ik L. Berkhof die in zijn Beknopte Bijbelsche Hermeneutiek (Kok Kampen, z.j.) zegt, dat als het gaat om de hulpmiddelen om een tekst te verklaren je allereerst op ‘het verband’ letten: ‘op beide, het voorafgaande en het volgende, het naaste en het verder verwijderde verband’ (129) en in de tweede plaats op‘het oogmerk van den schrijver’ (133). En J. van Bruggen schrijft in Het lezen van de bijbel (Kok Kampen, 1987) dat het feit dat de bijbel zich als boek presenteert, als gevolg heeft, dat het nu ‘noodzakelijk is om het éne Auteursbedoelen te zoeken’ (15).

(Terzijde: wanneer de schrijver van de reactie het niet van deze betrouwbare gereformeerde broeders wil aannemen, wil ik ook wel verwijzen naar de handboeken taalkunde en semantiek. Daar wordt het onderscheid uitgelegd tussen ‘locutie’ en ‘illucotie’ en wordt het verband duidelijk gemaakt dat er is tussen de betekenis van een zin of tekst en de bedoeling om die zin of tekst te schrijven of uit te spreken.)

Toch kan ik mij voorstellen, dat de schrijver zich op zijn website keert tegen de visie om met de bedoeling van de auteur rekening te houden. Dat zou namelijk betekenen dat hij zijn ‘vrijheid’ kwijt is om aan teksten willekeurige interpretaties toe te kennen en zou hij ds. Van der Schee niet meer kunnen kapittelen.

Want de schrijver past inderdaad consequent zijn eigen hermeneutiek toe: het gaat hem om ‘wat er geschreven staat’ (zwart op wit) en ‘hoe het kan worden geïnterpreteerd’, met de nadruk op ‘kan’. Het is voor hem voldoende dat een interpretatie mogelijk is. Rekening houden met de bedoeling van de auteur is dan maar knap lastig. Want dat betekent dat jouw interpretatie misschien niet geldig of onjuist is. En dát wil je toch niet. Je zou geen rode kaart meer kunnen uitdelen!

De implicatie van deze wijze van interpreteren en hermeneutiek bedrijven is echter wel dat andermans teksten vogelvrij zijn. Want met zo’n hermeneutiek heb je jezelf het recht verschaft om over andermans teksten te roepen wat je wilt. Je hoeft namelijk geen rekening meer te houden met de bedoeling waarmee de ander iets geschreven heeft. Hoe postmodern kun je zijn. En dat onder het mom van een opkomen voor de oude vertrouwde hermeneutiek.

7

Als ik de website #werkenaaneenheid en het daarop geplaatste artikel zou moeten beoordelen, dan zouden ze een zware onvoldoende krijgen. De wijze waarop geargumenteerd wordt, de betrouwbaarheid van de informatie. ik vind het inhoudelijk, maar vooral ethisch gezien onder de maat.

Als dit niveau van argumenteren, interpreteren en oordelen, representatief  is voor het klimaat in de Gereformeerde Kerken (Hersteld), dan ben ik blij dat ik kandidaat ben in de GKv. Bij de schrijver van deze website voel ik mij niet veilig. Ik zal anderen zeker niet aanraden om hun vertrouwen te schenken aan de hier geboden informatie. En mensen die met een beroep op deze website dingen gaan roepen, zou ik vragen om zich wel driemaal te bedenken.

8

Er was eens een Don Quichot die vocht tegen windmolens. Zelfs zijn trouwe dienaar Sancho Panza lukte het niet om hem van zijn waanbeelden af te brengen. De veelkleurige verscheidenheid in Gods werkelijkheid is inderdaad soms moeilijk te verdragen.